Binnenlandse omzet foodbedrijven daalt, terwijl omzet in buitenland toeneemt

door: Nadia Menkveld

De ontwikkelingen van de vraag naar voedingsmiddelen in Europa loopt tegen grenzen aan, terwijl de vraag naar voedsel in Azië en Afrika toeneemt. Ondernemers die zich op de binnenlandse en Europese markt richten, kunnen hun omzet laten groeien door rekening te houden met verschuivende voorkeuren en in te spelen op trends als gemak, gezondheid en consumptie buitenshuis.

Sectorprognose-Food-2020-en-2021_final.pdf (578 KB)
Download

Ondernemers in de voedselverwerkende industrie, zoals groentesnijders, slachterijen en visverwerkers hebben in 2019 een omzetgroei laten zien van 0,7 procent. Die groei is volledig toe te schrijven aan de toename van de buitenlandse vraag. De omzet in het buitenland nam met 3 procent toe, terwijl de binnenlandse omzet juist met 1,9 procent daalde. De hogere buitenlandse omzet is terug te zien in een toename van de exportwaarde van voedingsmiddelen. Circa de helft van wat de foodondernemers produceren wordt geëxporteerd.

Hoe verder weg hoe hoger de groei. Naar China groeide de uitvoerwaarde met 26 procent, naar Duitsland nam de uitvoerwaarde met 5 procent toe. Het verschil tussen de groei in aan Nederland-grenzende landen en landen buiten de Europese Unie (EU) is al langer zichtbaar. In de afgelopen tien jaar is de uitvoerwaarde binnen de EU met circa 50 procent toegenomen, terwijl de export van voedingsmiddelen met bestemmingen buiten de EU in diezelfde periode meer dan verdubbeld is.

Vleesconsumptie heeft in de EU top bereikt

De tweedeling tussen de groei binnen- en buiten de EU is het sterkst te zien bij de uitvoer van vlees. Vooral in 2019 was de tweedeling scherp vanwege het grote tekort aan varkensvlees in China als gevolg van de Afrikaanse varkenspest. Deze ziekte, die schadelijk is voor dieren maar niet voor mensen, halveerde de veestapel in dat land. Hierdoor is de uitvoer van vlees naar buiten de EU met meer dan 30 procent toegenomen. Het verschil tussen de groei binnen de EU en buiten de EU van vlees is al langer zichtbaar. De afgelopen vijf jaar groeide de export van vlees maar liefst 25 procentpunt harder buiten de EU. Met name naar Afrika en Azië nam de uitvoerwaarde toe.

De vleesconsumptie in Nederland en omringende landen staat onder druk. Volgens de Wageningen Universiteit eten Nederlanders 77 kilogram vlees per persoon per jaar. De afgelopen paar jaar is de vleesconsumptie in Nederland gedaald, maar in 2018 steeg de consumptie weer licht. Ondanks deze stijging lijkt het er wel op dat de top van vleesconsumptie in Nederland is bereikt, net als overigens in veel andere Europese landen. Het eten van vlees wordt door steeds meer consumenten uit West Europa gekoppeld aan ongezond en niet duurzaam. De consumptie zal daardoor eerder dalen dan groeien.

Hoewel de consumptie van vlees in China nog wel toeneemt, is ook daar de groei niet oneindig. Chinese consumenten eten circa 49 kilogram vlees per persoon en uit de laatste voorspelling van de FAO blijkt dat de vleesconsumptie de komende tien jaar minder hard zal groeien, dan de afgelopen tien jaar. Daarnaast adviseerde het Chinese Voedingscentrum de vleesconsumptie te beperken tot maximaal 27 kilogram per jaar, bijna de helft van de huidige vleesconsumptie.Voor dit en volgend jaar voert de schaarste als gevolg van de Afrikaanse varkenspest de boventoon. De uitval van de productie zorgt niet alleen voor een hogere vraag naar buitenlands varkensvlees, maar ook naar andere dierlijke producten, zoals pluimveevlees om aan de vraag naar vlees invulling te geven.

Uitvoer van groente met 10 procent gestegen

Anders dan bij vlees komt de groei van de groente-export juist uit de landen om ons heen. De uitvoerwaarde van groente naar EU-landen steeg in 2019 met 11 procent, terwijl de uitvoer buiten de EU met slechts 2 procent toenam. Ongeveer een vijfde van de uitvoer van verse groente heeft een bestemming buiten de EU. Voor bewerkte en geconserveerde groente is dat aandeel logischerwijs groter: een derde van de bewerkte groente eindigt buiten de EU. Groente in blik of in pot is langer houdbaar en daardoor makkelijker verder te vervoeren. Buiten de EU zijn een aantal Arabische landen en China belangrijke exportbestemmingen.

Potentieel liggen er veel kansen voor ondernemers in de groente- en fruitsector die hun producten in de EU afzetten. De groenteconsumptie van veel Europeanen ligt volgens de laatste peiling van de Europese Unie onder de aanbevolen hoeveelheid van 250 gram groente per dag. Ondernemers zouden kunnen meeliften op de inspanningen die overheden verrichten om de groente- en fruitconsumptie te promoten.Zo heeft de Europese Unie voor het schooljaar 2019/2020 145 miljoen euro uitgetrokken om schoolgaande kinderen aan de gezonde maaltijd te krijgen. In het schooljaar 2017/2018 resulteerde dit in de distributie van meer dan 250.000 ton vers fruit en verse groente aan circa 160.000 scholen en voorlichting over gezonde voeding. Nederland deed ook mee met 4000 scholen en in totaal 2 miljoen kilogram uitgedeelde groente en fruit.

Het blijkt echter een lastige klus om de groente- en fruitconsumptie van de Europeanen daadwerkelijk omhoog te krijgen.Eetgewoonten verschillen van land tot land en zijn niet makkelijk te doorbreken. Zo zijn in sommige landen granen en vlees het grootste onderdeel van de maaltijd, waardoor er weinig ruimte is voor groente. Ondernemers die het de consument gemakkelijk maken, weten zich desondanks positief te onderscheiden. Uit de laatste analyse van GroentenFruit Huis blijkt dat gesneden groenten en vers-pakketten – producten die de gehaaste consument bedienen – heel populair zijn. Het aantal verkochte vers-pakketten nam in 2019 met meer dan 40 procent toe. Nu in de EU de consumentenbestedingen stijgen, zijn het juist gemaksproducten die terrein kunnen winnen en die voor een verdere omzetgroei bij ondernemers kunnen zorgen.

Is Azië het beloofde continent voor groei?

Ondanks de snelle groei van de export naar Azië is het antwoord op de vraag of dit continent voor Nederlandse voedselproducenten de toekomst is, tweeledig. Aan de ene kant is de potentie in Azië enorm, aangezien de bevolking daar nog stevig groeit, terwijl deze in Nederland en de EU juist afneemt. In Europa worden de komende tien jaar te weinig kinderen geboren om de bevolkingsafname tot staan te brengen. Immigratie verandert hier niets aan. Bovendien is door de toename van de welvaart in Aziatische landen steeds meer behoefte aan voeding van hoge kwaliteit. China heeft in het verleden te maken gehad met een aantal voedselschandalen. Nederland heeft een goede naam als het gaat om de kwaliteit van voedsel. De EIU (Economist Intelligence Unit) zet Nederland op de vijfde plek van 113 landen als het gaat om de kwaliteit en veiligheid van voeding. Ook op het gebied van betaalbaarheid en beschikbaarheid scoort Nederland goed. Op deze reputatie kunnen Nederlandse ondernemers zowel binnen de EU als buiten de EU bouwen.

Aan de andere kan zijn er voldoende redenen om Azië niet als het beloofde continent te zien. Het zwaartepunt van de uitvoer van voedingsmiddelen ligt nog altijd in de EU. Dat is ook logisch. Als een ondernemer wil uitvoeren naar landen buiten de EU kunnen hogere administratieve lasten, gebrekkige kennis van cultuur en wet-en-regelgeving een obstakel vormen. Daarnaast kan de afstand een barrière zijn; veel verse producten zijn beperkt houdbaar. Ook de prijsvorming is een obstakel. China kan veel voedingsmiddelen goedkoper produceren. De EU blijft daarom voor veel ondernemers de belangrijkste markt.

Omzet groeit in 2020 met 3 procent.

ABN AMRO verwacht dat de omzet van de foodsector in 2020 met 3 procent groeit. Naar verwachting neemt de productie met 1 procent toe, maar door een sterkere prijsstijging neemt de omzet harder toe dan de productie. Ondernemers zijn al een tijd positief. Het producentenvertrouwen staat op een relatief hoog niveau en een meerderheid van hen verwacht voor 2020 een toename van de omzet.

Net als in 2019 zal in 2020 de toenemende vraag vanuit het buitenland een rol blijven spelen in de omzettoename. Hogere consumptieve bestedingen in belangrijke exportlanden als Duitsland, België en Frankrijk dragen hieraan bij. Voor 2021 verwacht ABN AMRO nog wel een toename van de omzet, maar als gevolg van een aantal beperkingen in Nederland zal de productie dalen. Zo zal naar verwachting de varkensstapel als gevolg van onder meer de warme sanering krimpen. Bovendien is de kans aanwezig dat ook de melkveestapel krimpt door nieuwe stikstofmaatregelen. Dit zal zorgen voor een afname van de melkproductie.