Ondernemers verwachten miljardenschade door stikstof en PFAS

door: Albert Jan Swart , Madeline Buijs , Casper Wolf

Het beleid rond stikstof en PFAS gaat het bedrijfsleven volgend jaar miljarden aan omzet kosten. Dat blijkt uit een enquête in opdracht van ABN AMRO onder 445 ondernemers in de bouw, bouwmaterialenindustrie, bouwhandel en transportsector. Ondernemers vrezen dat het beleid hen volgend jaar 8 procent omzet kost. Dat zou neerkomen op circa 16 miljard euro.

Het sentiment dat uit de enquête doorklinkt, is ronduit negatief. Gemiddeld verwachten ondernemers een omzetdaling van 8 procent. Daarnaast is de onzekerheid groot. Het kabinet nam recent maatregelen om de gevolgen van de stikstof- en PFAS-crisis te verzachten. Zo gaat de maximumsnelheid op snelwegen naar 100 kilometer per uur, krijgt vee ander voer en worden varkenshouderijen gesaneerd. Ook zijn de strenge PFAS-normen wat verruimd.

Deze kabinetsmaatregelen zijn niet voldoende. Bovendien hebben ondernemers weinig vertrouwen in het overheidsbeleid. Dat zorgt ervoor dat 21 procent van de ondervraagde bedrijven investeringen uitstelt. Er staan ook banen op het spel: 15 procent overweegt tijdelijke arbeidscontracten niet te verlengen en 13 procent zal misschien zzp’ers en uitzendkrachten naar huis moeten sturen. Een groot deel van de ondervraagde ondernemers kan niet inschatten wat de gevolgen zijn van alle nieuwe regelgeving rondom stikstof en PFAS.

In oktober concludeerde ABN AMRO dat er 70.000 banen in de bouw op de tocht komen te staan door de gevolgen van de stikstofuitspraak. Bovendien zijn de verwachtingen van ABN AMRO flink naar beneden bijgesteld. Vorig jaar verwachtten wij voor 2020 nog 2,5 procent groei voor de bouwsector, inmiddels is dit bijgesteld naar een krimp van 2 procent. Ook de verwachtingen voor de industrie en sector transport en logistiek zijn een stuk negatiever.

Enquête onder 445 bedrijven

Aan de enquête hebben 445 bedrijven deelgenomen. Zij zijn actief in de bouw (algemene bouw en projectontwikkeling, grond- weg- en waterbouw, gespecialiseerde bouw), als architect of ingenieur, in de bouwindustrie (bouwmaterialen, metalen bouwproducten, hijs- en hefwerktuigen), in de transportsector (binnenvaart, wegvervoer, opslag en dienstverlening voor vervoer) of in de bouwhandel (groothandels in bouwmaterialen, bouwmarkten en doe-het-zelfwinkels). Deze branches zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) goed voor zo’n 800.000 banen en ruim 200 miljard euro omzet.

De enquête is in opdracht van ABN AMRO uitgevoerd door marktonderzoeksbureau Kantar in de eerste week van december, nadat het kabinet een nieuw pakket stikstofmaatregelen en de ruimere PFAS-normen had gepresenteerd.

Eerste stikstofmaatregelen genomen door kabinet

Sinds de Raad van State (RvS) in mei 2019 het Programma Aanpak Stikstof (PAS) buiten werking stelde, ondervinden verschillende sectoren hiervan de gevolgen. Van alle projecten die stikstof uitstoten, moet worden aangetoond dat zij geen significant effect hebben op 118 van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland die gevoelig zijn voor stikstof. Eind oktober publiceerde ABN AMRO deze uitgebreide analyse van de stikstofkwestie.

Het kabinet heeft sindsdien een aantal bronmaatregelen genomen om ruimte te creëren voor de gewenste bouw van 75.000 nieuwe woningen en de aanleg van zeven grote infraprojecten. Zo gaat vanaf medio maart 2020 de maximumsnelheid op snelwegen overdag naar 100 kilometer per uur. Eveneens worden enzymen aan het veevoer toegevoegd om de stikstofuitstoot van vee te verminderen en komt 60 miljoen euro extra beschikbaar voor de warme sanering van varkenshouderijen. Deels zijn dit maatregelen die al door het adviescollege-Remkes zijn voorgesteld. ABN AMRO verwacht dat deze maatregelen niet voldoende zijn om de bouwsector vlot te trekken, met name in de Randstad. Het kabinet onderzoekt of er nog meer bronmaatregelen kunnen worden genomen.

Tijdens het afnemen van de enquête hebben het kabinet en de provincies overeenstemming bereikt over het toetsingskader voor nieuwe vergunningen die op 4 oktober al door minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een kamerbrief was aangekondigd. Wanneer er extra stikstofuitstoot is ten opzichte van de huidige situatie, kunnen betrokkenen de uitstoot onder bepaalde voorwaarden compenseren. Daardoor is nu duidelijk met welke stikstofruimte gerekend mag worden bij intern en extern salderen. Bij intern salderen worden binnen het project maatregelen getroffen zodat de stikstofuitstoot niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van elektrische bouwmachines. Bij extern salderen geldt dat slechts 70 procent van de bespaarde stikstofruimte mag worden gebruikt, de rest wordt teruggegeven aan de natuur. Voorlopig is extern salderen door veehouderijen uit te kopen nog niet toegestaan.

Mocht het niet lukken om de stikstofuitstoot voldoende te beperken, dan kunnen betrokkenen trachten aan te tonen dat voor het starten van een bepaald project geen alternatieven (A) zijn, benadrukken dat er een dwingende reden (D) van openbaar belang is voor bijvoorbeeld de aanleg van gebouwen of wegen en aangeven welke compensatiemaatregelen (C) ze in ieder geval wel nemen om de natuur te herstellen. Dit alles wordt beoordeeld met behulp van de ADC-toets om een bouwvergunning te krijgen.

Resultaten enquête: stikstofproblemen nog niet opgelost

Ondanks de maatregelen die het kabinet heeft getroffen, verwachten ondernemers niet dat de problemen hierdoor worden opgelost. Ruim 54 procent van de ondervraagde bedrijven geeft aan dat zij de maatregelen niet of nauwelijks effectief vinden. Tegelijkertijd geeft 25 procent van de ondervraagden aan dat zij de maatregelen juist wel effectief vinden.

De stikstofmaatregelen hebben nog weinig invloed op de bedrijfsvoering; 71 procent van de bedrijven geeft dat aan. Van de bedrijven geeft 6 procent aan dat zij al te maken hebben met een lagere omzet, 14 procent geeft aan dat zij minder nieuwe orders hebben en 15 procent dat toekomstige orders niet doorgaan. Vooral bouwbedrijven zien toekomstige orders niet doorgaan. Dit bleek onlangs ook uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) die meldde dat de orderportefeuille van bouwers in oktober 2019 is gedaald van 9,9 naar 9,4 maanden. Er is dus nog voldoende werk, maar het toekomstige werk begint af te nemen.

Voor een enkele ondernemer in de bouwsector vallen de stikstofproblemen juist gunstig uit; een adviseur geeft in de enquête aan meer opdrachten te krijgen voor stikstofadvisering en stikstofberekeningen. Ook zegt een ondernemer te verwachten dat het makkelijker wordt om personeel aan te nemen omdat er minder werk voorhanden is.

De ondervraagde bedrijven houden nog weinig rekening met de gevolgen van het stikstofbeleid. Wel geeft 17 procent van de bedrijven aan te overwegen investeringen uit te stellen. Ook stellen ondernemers dat zij vanwege de stikstokkwestie tijdelijke contracten (13 procent) niet verlengen en zzp’ers en uitzendkrachten (11 procent) naar huis zullen sturen. Bedrijven proberen het vaste personeel zo lang mogelijk in dienst te houden; slechts twee procent van de bedrijven geeft aan rekening te houden met het ontslaan van vast personeel.

Nog zeer weinig bedrijven verwachten een faillissement. Slechts 3 procent houdt hier nu al rekening mee. Het duurt altijd een tijd voordat de financiële situatie zodanig is verslechterd dat een faillissement onontkoombaar is. Voorlopig lijkt er nog voldoende onderhanden werk te zijn, ook doordat veel projecten vóór de stikstofuitspraak van de RvS van mei 2019 vergund zijn. De maatregelen die het adviescollege-Remkes in mei volgend jaar zal voorstellen hebben vermoedelijk pas na 2020 effect.

Nieuw beleid rond PFAS

Behalve de normen rond stikstof zorgen ook strengere PFAS-normen voor problemen bij bouwprojecten en baggerwerkzaamheden. PFAS is een verzamelnaam voor zo’n 6.000 stoffen met water- vet- en vuilafstotende eigenschappen. Vanwege die handige eigenschappen worden ze op grote schaal gebruikt in producten als regenjassen, cosmetica en teflonpannen. Enkele veelvoorkomende vormen van PFAS zijn perfluoroctaanzuur (PFOA) en perfluoroctaansulfonzuur (PFOS). Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken is de laatste jaren gebleken dat in elk geval sommige vormen van PFAS kunnen leiden tot verschillende soorten kanker, hart- en vaatziekten en verminderde vruchtbaarheid.

Doordat de stoffen op grote schaal in producten worden gebruikt, worden ze tevens op zeer grote schaal aangetroffen in de Nederlandse bodem. Volgens Jacob de Boer, hoogleraar milieuchemie en toxicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, kunnen de stoffen zich bovendien over grote afstanden door de lucht verspreiden. Met neerslag komen zij dan elders neer. PFAS is ook aanwezig in het grondwater en in meer dan de helft van het oppervlaktewater. Zo kunnen ze een gevaar vormen voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld wanneer ze via het grondwater in het drinkwater terechtkomen. De meeste mensen hebben al PFAS in hun bloed.

Vanwege het gevaar voor de volksgezondheid besloot het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in te grijpen om verdere verspreiding van PFAS te voorkomen. De overheid is daartoe verplicht vanwege de Wet bodembescherming. Op 8 juli maakte het ministerie bekend dat vanaf 1 oktober strenge normen zouden gelden voor het verplaatsen van grond. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen ‘bodemklassen’. De strengste norm gold voor de bodemklassen landbouw en natuur, waaronder ook grondwater valt: 0,1 microgram per kilo droge stof, de kleinst meetbare hoeveelheid. Hoewel voor de bodemklassen industrie en wonen minder strenge normen golden, zorgde de strengste norm voor grote problemen. Bij veel bouwprojecten moet grond van of naar landbouw- of natuurgrond worden verplaatst, bijvoorbeeld bij zand- en grindwinning, baggerwerkzaamheden of bij het afvoeren van overtollige grond. Bij graafwerkzaamheden voor het aanleggen van funderingen geldt de strengste norm als de uitvoerders bij de werkzaamheden grondwater tegenkomen. In de praktijk kwamen daardoor veel bouw- en baggerwerkzaamheden tot stilstand.

Om de bouw weer op gang te krijgen, liet minister Van Veldhoven van Milieu en Wonen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzoeken of de normen verruimd zouden kunnen worden. Op 29 november maakte de minister bekend dat de strengste PFAS-norm met onmiddellijke ingang is verhoogd naar 0,8 microgram per kilo droge grond. Voor PFOS is de norm naar 0,9 microgram per kilo gegaan. Specifiek voor PFOS in de waterbodem is de norm verruimd naar 3,7 microgram per kilo. Volgens het RIVM valt 80 procent van de meetwaarden binnen deze normen. Wel is de meetonzekerheid erg groot. Het RIVM heeft meetwaarden verzameld via lokale overheden, die in wisselende mate informatie hebben aangeleverd. Zodoende bestrijken de meetwaarden niet heel Nederland (zie dit memo van het RIVM, in het bijzonder de landkaart op pagina 19).

Het lijkt erop dat het merendeel van de bouwprojecten dat stil is komen te liggen vanwege PFAS weer doorgang kan vinden. De huidige normen zijn voorlopig. Op basis van nader onderzoek door het RIVM stelt de minister naar verwachting in 2020 definitieve normen vast.

Resultaten enquête: gevolgen van PFAS-beleid voor bedrijven

Momenteel ondervindt een overgrote meerderheid van 79 procent van de ondervraagde bedrijven nog geen hinder van PFAS. Dat is begrijpelijk, want het niet mogen verplaatsen van grond heeft alleen invloed op specifieke werkzaamheden, zoals zand- en grindwinning, baggeren en het aanleggen van funderingen.

Een kleine groep bedrijven ondervindt acute hinder in de bedrijfsvoering: 6 procent geeft aan nu al te kampen met een lagere omzet. Bij 5 procent leidt PFAS tot hogere operationele kosten. Daarnaast geven enkele bedrijven aan dat projecten worden vertraagd. Wat betreft de toekomst zijn bedrijven negatiever: 10 procent geeft aan dat toekomstige projecten niet door kunnen gaan. Bedrijven schatten de gevolgen van PFAS lager in dan die van de stikstofproblematiek: 18 procent geeft namelijk aan dat toekomstige projecten niet door kunnen gaan vanwege de stikstofkwestie.

Van de respondenten geeft 14 procent aan vanwege PFAS investeringen uit te stellen. Daarnaast overweegt 10 procent van hen zzp’ers en uitzendkrachten naar huis te sturen, met name bouwbedrijven (13 procent). Ook houdt 10 procent er rekening mee tijdelijke arbeidscontracten niet te zullen verlengen. Met het ontslaan van vast personeel houdt 3 procent rekening. Het risico op faillissementen lijkt gering. Slechts 2 procent van de bedrijven houdt daar rekening mee als gevolg van de strenge normen.

Aangezien PFAS het verplaatsen van grond belemmert, wat vooral van belang is bij de aanvang van nieuwe bouwprojecten, verwacht ABN AMRO dat in 2020 meer bedrijven hinder ondervinden van de PFAS-problematiek, ook omdat er nog veel onzekerheid is over de PFAS-concentraties in de bodem. Indien de fundering niet of met vertraging wordt opgeleverd, kan immers het hele project niet of pas later doorgang vinden. Daar krijgen bouwers, transporteurs, producenten en handelaren in bouwmaterialen last van. Anderzijds zijn de normen, zoals eerder beschreven, per 29 november verruimd. Dat zou de effecten moeten verzachten.

Resultaten enquête: bedrijven verwachten gemiddeld 8 procent omzetderving in 2020

De onzekerheid bij de ondervraagde bedrijven is groot. De helft van de ondervraagde bedrijven zegt de gevolgen van de problemen rond stikstof en PFAS niet te kunnen inschatten. De andere helft schat dat de problemen hen in 2020 gemiddeld 8 procent omzet gaan kosten. Dat zou voor deze sectoren neerkomen op een schade van ongeveer 16 miljard euro.

Ook ABN AMO is over 2020 veel minder positief. De verwachtingen van ABN AMRO zijn voor de bouwsector flink naar beneden bijgesteld als gevolg van de PFAS- en stikstofcrisis. Vorig jaar verwachtten wij voor 2020 nog 2,5 procent groei, inmiddels is dit bijgesteld naar een krimp van 2 procent. Ook de verwachtingen voor de industrie en sector transport en logistiek zijn een stuk negatiever. Voor de industrie wordt een krimp van 1,5 procent verwacht in 2020 en de transportsector groeit naar verwachting volgend jaar met slechts 0,5 procent. In die sectoren spelen overigens ook andere economische ontwikkelingen een rol.

Conclusie

Ondanks de maatregelen van het kabinet is de onzekerheid onder bedrijven nog steeds heel groot. Ruim de helft (54 procent) denkt dat de stikstofmaatregelen niet effectief zijn om de bouw weer op gang te krijgen. Over de ruimere PFAS-normen zijn de ondervraagden iets minder negatief; 38 procent denkt dat de ruimere normen onvoldoende zijn. ABN AMRO verwacht dat de maatregelen slechts in beperkte mate effectief zijn om de bouw weer op gang te krijgen.

De helft van de ondervraagde bedrijven geeft aan de gevolgen van de problemen rond stikstof en PFAS niet te kunnen inschatten. De andere helft schat de omzetderving op gemiddeld 8 procent. Aan de enquête namen 445 bedrijven deel: bouwbedrijven, architecten- en ingenieursbureaus, producenten van bouwmaterialen en materieel, bouwhandels en transportbedrijven. Indien deze sectoren volgend jaar 8 procent omzet mislopen, zou dat neerkomen op een schade van 16 miljard euro. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de werkgelegenheid, vooral voor zzp’ers, uitzendkrachten en medewerkers met een tijdelijk contract. De ondernemers uit de ondervraagde sectoren zijn goed voor het aanbod van circa 800.000 banen.

De onzekerheid heeft vermoedelijk een remmend effect op de bedrijfsinvesteringen. Het is te hopen dat de gevolgen voor de bouw meevallen. Indien veel projecten stilvallen, raakt dat behalve de bouw ook toeleveranciers en dienstverleners.