Headlines | Stijging loonkosten stelt ziekenhuis voor problemen

door: Anja van Balen , Laura Koning-Kranenburg

Foto: Shutterstock

 

 

 

Na maandenlang gesteggel door vakbond FNV en werkgevers vertegenwoordigd in de NVZ over de cao voor het personeel van ziekenhuizen ligt nu eindelijk een voorstel op tafel. In 2019 krijgen de werknemers in de zorg een eenmalige uitkering van 1200 euro, per 2020 een loonsverhoging van 5 procent en in 2021 een verhoging van 3 procent.

Insight:
Als het voorstel wordt aangenomen, dalen de rendementen van de ziekenhuizen in 2020 tot een te laag niveau. Goede inzet van de transformatiegelden, de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor vernieuwing in de zorg, zou de pijn kunnen verzachten.

Jaarlijks stelt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vast hoeveel aan zorg mag worden uitgegeven in het aankomende jaar. Zo wordt bijvoorbeeld afgesproken hoeveel vergoeding ziekenhuizen van verschillende zorgverzekeraars krijgen voor het leveren van zorg. In de vergoeding wordt uiteraard ook rekening gehouden met de verwachte kosten.

Voor 2019 is VWS er vanuit gegaan dat vanaf april van dat jaar een nieuwe cao in zou gaan, met bijbehorende hogere loonkosten. Doordat de cao-gesprekken sterke vertraging opliepen en de eenmalige uitkering in het huidige voorstel lager is dan voor 2019 begroot was, zal het resultaat op korte termijn positief uitvallen. De marge van ziekenhuizen voor 2019 zal hiermee verbeteren tot boven het gemiddelde niveau van 1,5 procent, het cijfer dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) noemt.

Voor 2020 komt die meevaller echter als een boemerang terug. In het voorstel is namelijk een stijging van de personeelskosten van 5 procent opgenomen, waar VWS voor 2020 rekening heeft gehouden met een stijging van slechts 2,5 procent en hier bovendien de vergoedingen al op heeft aangepast. Doordat de personeelskosten ongeveer de helft van de totale kosten van een ziekenhuis uitmaken, betekent dit dat 1,25 procent meer aan totale kosten, waar dus bovendien geen vergoeding tegenover staat. Ziekenhuizen vragen daarom om 210 miljoen euro extra, maar het is maar de vraag of de overheid hierin mee gaat.

Dat de ziekenhuizen nu om hulp vragen, is omdat ze die extra kosten zelf nauwelijks kunnen opvangen. Door de kostenstijging van 1,25 procent blijft van de winstmarge van 1,5 procent in 2020 nauwelijks iets over. Die situatie is ongewenst. Met zo’n lage marge ontbreekt de ruimte voor het opvangen van tegenvallers zoals een langer dan gebruikelijke griepepidemie.

Aangezien zorgverzekeraars vanwege eerder gemaakte afspraken ook niet ineens in de buidel zullen tasten om de hogere lonen te compenseren, zit er maar een ding op: efficiëntere zorg leveren, zodat per patiënt minder kosten gemaakt worden. Dit kan bijvoorbeeld door zorg meer op afstand te leveren. Maar om dit te realiseren, zijn investeringen noodzakelijk. Daarmee staan de ziekenhuizen voor een complex jaar, waarin tegelijkertijd investeringen en flinke besparingen gevraagd worden.

Gelukkig heeft de overheid tussen 2019-2022 een bedrag van 425 miljoen euro beschikbaar gesteld om de investeringen in onder meer zorg op afstand te bekostigen, de zogenoemde transformatiegelden. Hiermee kunnen een deel van de kosten van de investeringen dus opgevangen worden.

Toch blijkt uit gegevens van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) dat de transformatiegelden nog nauwelijks worden aangewend, wat betekent dat weinig haast wordt gemaakt met het doen investeringen die op termijn de kosten kunnen verlagen.

Wellicht geven de hogere loonkosten en het tekort aan personeel nu het noodzakelijke zetje in de rug om de transformatiegelden wel te gebruiken en de transitie naar meer zorg op afstand te versnellen. In dat geval zou dit complexe jaar, zoals de Engelsen het zo mooi kunnen verwoorden, ‘a blessing in disguise’ kunnen zijn.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie: