Macro Weekly – Wisselende cijfers

door: Han de Jong

  • Zwakke Chinese cijfers onderstrepen dat een handelsakkoord van cruciaal belang is
  • Duitsland ontsnapt in derde kwartaal aan nieuwe krimp
  • Verdere monetaire verruiming komt pas later
191115-Macro-Weekly-NED.pdf (180 KB)
Download

Mijn collega Arjen van Dijkhuizen heeft de ‘harde’ Chinese cijfers al besproken (klik hier). De industriële productie daalde van 5,8% j-o-j in september naar 4,7% in oktober. De groei van de detailhandelsverkopen zwakte af van 7,8% j-o-j naar 7,2% en de investeringsgroei vertraagde naar een historisch dieptepunt van 5,2% j-o-j.

In de Weekly van 4 november legde ik uit dat de inkoopmanagersindices (PMI’s) van Caixin en het Chinese bureau voor de statistiek (NBS) op een heel bijzondere manier een verschillend beeld schetsten. Uit het verschil meende ik te mogen afleiden dat de stimuleringsmaatregelen, waarbij de nadruk op de private sector lag, effect sorteerden. De enquête van Caixin is sterker op de private sector gericht dan die van NBS. Het verschil zou natuurlijk ook slechts ruis kunnen zijn. Hoe dan ook, de harde cijfers die de afgelopen dagen zijn verschenen, bevestigen niet het beeld dat uit de PMI van Caixin voor de verwerkende industrie naar voren kwam. De zwakte van de investeringsuitgaven was namelijk vooral te wijten aan de private sector. Een optimistische PMI van Caixin en afzwakkende investeringen vormen een vreemde combinatie. Dit zou natuurlijk een kwestie van timing kunnen zijn, maar het lijkt erop dat de onzekerheid rond het handelsconflict het optimisme tempert. Voor China is het dus van cruciaal belang dat het handelsconflict wordt opgelost.

Stel dat de VS en China overeenstemming bereiken over een ‘Fase I akkoord’. De toekomst is dan nog steeds onzeker. Enerzijds vinden bedrijven het ‘Fase I akkoord’ mogelijk te beperkt van omvang en denken ze dat het conflict zich nog jaren zal voortslepen. In dat geval blijven de investeringen mogelijk onder druk staan en zijn de vooruitzichten voor de wereldeconomie gedurende een langere periode vrij somber. Anderzijds halen bedrijven mogelijk opgelucht adem wanneer het ‘Fase I akkoord’ definitief is. In dat geval gaan ze niet alleen weer investeren, maar komt er wellicht ook een inhaalvraag op gang en krijgt de economische bedrijvigheid op de korte termijn een flinke impuls.

Duitse economie groeit in derde kwartaal

Het Duitse bbp is in het derde kwartaal met 0,1% k-o-k gegroeid. De positievere handelscijfers voor september, die een week eerder werden gepubliceerd, hebben mogelijk het zetje gegeven waardoor het kwartaal net in de plus eindigde. Details van de bbp-cijfers zijn nog niet bekend. Het valt nog te bezien hoe het nu verder gaat. De Duitse economie is gevoelig voor de groei van de wereldhandel en de wereldwijde investeringsuitgaven. Het handelsconflict en de afwachtende houding van veel ondernemingen wereldwijd hebben dan ook een negatief effect gehad. Een ‘Fase I akkoord’ tussen de VS en China zou ook voor de Duitse economie gunstig zijn.

De problemen in de auto-industrie zijn evenmin bevorderlijk geweest voor de ontwikkeling van de Duitse economie. De autoproductie in Duitsland is in iets meer dan een jaar met circa 15% gedaald. Dit heeft ruim 0,5% van het bbp gekost. Ik volg het niet op de voet, maar in reclamespots op de Nederlandse televisie kondigt Volkswagen een hele reeks elektrische modellen aan. Volkswagen moet niet alleen de verkochte auto’s produceren, maar wil ook een bepaalde voorraad opbouwen. Een omslag in de autoproductie kan de Duitse economie de hoognodige steun geven.

Analisten worden, afgaande op de ZEW-indicatoren, optimistischer. In hoeverre deze indicatoren de markten voor risicovolle beleggingen volgen, is mij niet duidelijk. Opmerkelijk is wel dat de verwachtingencomponent van de ZEW-index voor de eurozone sterk is verbeterd van -23,5 in oktober naar -0,1 in november. Dit zou een signaal kunnen zijn dat de conjunctuurcyclus het laagtepunt heeft bereikt, of in ieder geval dat analisten denken dat dit zo is.

De groei van het Nederlandse bbp in het derde kwartaal bedroeg 0,4% k-o-k en 1,9% j-o-j. Dit laatste percentage is een lichte versnelling ten opzichte van de 1,8% in het tweede kwartaal. Mijn collega Nico Klene heeft de cijfers al van commentaar voorzien (klik hier). De samenstelling van de cijfers was niet indrukwekkend. De voorraden en de overheidsconsumptie leverden de grootste bijdrage, terwijl internationale handel niet aan de groei bijdroeg en de particuliere consumptie en de investeringen afzwakten. Door de stikstofcrisis is op een aantal terreinen de activiteit tot stilstand gekomen. De crisis zal helaas de komende tijd een negatief effect op de economische cijfers hebben.

Verdere monetaire verruiming komt pas later

De monetaire verruiming die we voor de VS en de eurozone in december hadden ingeboekt, hebben we op wat langere baan geschoven. Voorzitter Powell van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) lijkt een monetaire pauze te willen inlassen. Gegeven zijn uitlatingen en de in het algemeen iets betere cijfers zou het vreemd zijn als de Federal Reserve in december de teugels verder liet vieren. We zijn echter nog steeds van mening dat een verzwakking van de arbeidsmarkt het vertrouwen zal aantasten en de Fed zal dwingen om met het oog op een mogelijke recessie verdere voorzorgsmaatregelen te nemen door de rente in het eerste kwartaal van 2020 te verlagen.

Voor de eurozone geldt hetzelfde. De conjunctuurcyclus is het laagtepunt mogelijk dicht genaderd, maar een significante opleving tekent zich niet af. De arbeidsmarkt is een achterblijvende indicator. Omdat de economische groei in de afgelopen periode is vertraagd, zullen de arbeidsmarktomstandigheden vermoedelijk eerst verslechteren en pas daarna weer verbeteren. De Europese Centrale Bank (ECB) maakt nu zeer waarschijnlijk in december pas op de plaats om pas begin volgend jaar verdere simuleringsmaatregelen te nemen.