Headlines | Zorg op afstand komt eindelijk van de grond

door: Anja van Balen

Foto: Shutterstock

 

 

 

Nederland loopt achter met digitale zorg, zo beschrijft het Duitse onderzoeksbureau Bertelsmann Shift. Dit betreft technologie die zorgverlening op afstand voor de patiënt mogelijk maakt en waarbij medisch specialisten uit diverse disciplines data kunnen delen. Angst voor het schenden van privacy en niet kunnen waarborgen van privacy, zijn de belangrijkste oorzaken voor deze achterstand.

Insight:
De Nederlandse achterstand met digitale zorgverlening is groot, juist omdat de zorg zo goed geregeld is. Momenteel heeft de patiënt in de regel nog ruime toegang tot goede zorg in het ziekenhuis. Toch is het is onzeker of dit zo blijft. Het aantal mensen met een chronische aandoening neemt door de vergrijzing toe. Dit legt een groot beslag op de capaciteit van ziekenhuizen, die tegelijk kampen met een nijpend tekort aan zorgverleners.

Dit bedreigt de kwaliteit van zorg, zowel in het ziekenhuis als de zorg die wordt geleverd door de huisarts, verpleeghuizen en de thuiszorg. Digitalisering biedt hier uitkomst; het maakt ‘zorg op afstand’ mogelijk. Dergelijke zorg loopt uiteen van uitlegvideo’s, het op afstand meten van de gezondheid, het stellen van diagnoses op afstand en zelfs de inzet van zorgrobots.

Aan positieve ontwikkelingen is geen gebrek. Zo stelt de overheid 90 miljoen euro beschikbaar om digitale gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Dat is een gevoelig punt, zo bleek uit 2011 toen het Elektronisch Patiëntendossier om redenen van privacy in de Eerste Kamer strandde. Data kunnen nu tussen zorgverleners gedeeld worden, mits de patiënt toestemming geeft. Die blijkt hiervan het nut zeker in te zien: 70 procent van de chronische patiënten staat open voor zorg op afstand, blijkt uit onderzoek van ABN AMRO van juni dit jaar.

Een van de ontwikkelingen is de app ‘Hartwacht’, waarmee patiënten thuis bepaalde cruciale waarden kunnen meten, zodat een deel van de periodieke controles bij de cardioloog in het ziekenhuis overbodig worden. Mocht de patiënt een afwijking meten, dan komt de cardioloog uiteraard direct in actie. Deze vorm van controle op afstand heeft geleid tot 40 procent minder verpleegkundige handelingen, 70 procent minder spoedbezoeken en 30 procent minder ambulanceritten. Dergelijke meetmethoden kunnen ook worden ingezet bij andere chronische aandoeningen, zoals bij long- en darmafwijkingen.

Dit jaar zien we een sterk verhoogde aandacht voor en digitalisering van de zorg en meer samenwerking tussen zorgverleners in de regio. Het gaat dan om netwerken waarin onder meer het ziekenhuis, huisartsen en thuiszorgorganisaties betrokken zijn. Subsidies die hier specifiek voor bedoeld zijn, sorteren effect, zoals in het geval van het Isala-ziekenhuis in Zwolle dat binnen drie jaar verwacht zo’n 10 procent van de zorg buiten het ziekenhuis te leveren. Het Slingeland-ziekenhuis in de Achterhoek voert een vergelijkbaar beleid. Bij het opzetten van de regionetwerken zijn de ‘financiers’ van de zorg sterk betrokken; het Zuyderland Medisch Centrum in Sittard is voor tien jaar een overeenkomst met een zorgverzekeraar aangegaan voor het regelen van netwerkzorg. En dat digitalisering tenslotte tot kostenbesparing kan leiden, blijkt uit het feit dat het Tergooi-ziekenhuis in Hilversum kleiner gaat bouwen in de verwachting dat 20 procent van de zorg buiten het ziekenhuis geleverd kan worden.

En zo zijn er nog wel meer ziekenhuizen die voorop lopen in deze transitie. En dat is maar goed ook: snel zal duidelijk worden dat het uiteindelijk beter is voor de patiënt als zorg meer op afstand plaats vindt op basis van thuis verzamelde informatie. Een groot deel van de tijdrovende en intensieve bezoeken aan het ziekenhuis kan er immers mee worden voorkomen.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie: