Grotere invloed van overheidsbeleid in grondstofmarkten

door: Casper Burgering

Bijna dagelijks beoordeel ik wat van invloed is op de prijsvorming van industriële metalen. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dit maakt het een heel dynamisch en ook juist interessant proces. De fundamentele pijlers geven wat mij betreft een goed beeld van de prijstrend op de langere termijn. Hier gaat het om vraag en aanbod in een markt en de balans daartussen. Op de kortere termijn zijn de cyclische bewegingen weer meer relevant. Denk hierbij aan trends zoals de voortgang van de handelsoorlog, de staat van de mondiale economie en de beweging van wisselkoersen.

Er is echter een andere trend die mij al wat langer bezig houdt. Dat is de invloed van overheidsbeleid. Het lijkt er sterk op dat veel overheden grotere druk uitoefenen op veel grondstofmarkten of juist hun grip willen verstevigen. Dat kan op grofweg drie manieren. Soms is het doel van overheidsbeleid bewonderingswaardig als het uit milieuoverwegingen is. Denk hier aan de maatregelen die China neemt om de uitstoot van CO2 te verminderen. Maar overheidsbeleid kan echter ook minder positief uitpakken voor de mondiale economie en de wereldhandel. Dit gebeurt dan vaak zodra overheden maatregelen nemen uit meer economisch of protectionistisch oogpunt.

Vanuit milieuoverwegingen

Aanscherping of introductie van milieuregels zet veelal vraag en aanbod onder druk. Zo wil China het gebruik van cokeskolen beperken door een quota te zetten op de hoeveelheid ingevoerde steenkolen. Daarnaast mag de staalindustrie gedurende de zogenoemde winter heating season minder produceren om de uitstoot van CO2 te verminderen. Uit pure noodzaak voor een nog enigszins leefbare omgeving. Bovendien heeft China de invoer van allerlei soorten afval en schroot stilgelegd, waaronder zwaar vervuild koperschroot. Ook de Filipijnen scherpt haar milieuwetgeving aan om de uitstoot van de industrie terug te brengen. Dit treft vooral de zware industrieen zoals de staalsector.

Vanuit economische overwegingen

Veel landen willen volledige controle over hun grondstoffen. In het Engels hebben ze hier een hele mooie term voor: resource nationalism. De overheidsmaatregelen die hiermee gepaard gaan maken het vaak voor mijnbouwbedrijven lastig om hun werk efficiënt uit te voeren. Het betreft hier maatregelen zoals belastingdruk, veranderingen in contractuele voorwaarden en striktere regelgeving.

De introductie van de nieuwe wetgeving werkt vaak als een game changer in de grondstofmarkten en komt soms ook heel onverwacht. Zo mag vanuit Indonesië geen onbewerkte nikkelertsen meer geëxporteerd worden vanaf januari 2020, zonder dat daar bewerkingen op zijn verricht. Dit moet de investeringen in raffinage capaciteit in Indonesië bevorderen. Dergelijk overheidsbeleid is een manier om waarde toe te voegen en de eigen economie een impuls te geven. Het houdt in ieder geval de prijs van nikkel voor langere tijd op een hoger niveau.

Een tweede voorbeeld is de Democratische Republiek Congo. Dit land introduceerde vorig jaar een mijnbouwcode. Deze code stelt de overheid in staat om in te grijpen in de mijnbouwsector. Denk hierbij aan maatregelen zoals het opleggen van fiscale voorwaarden aan exploitanten en het afdwingen van hogere royalty’s. Dit heeft gevolgen voor het aanbod van kobalt, een belangrijk metaal voor de batterij-techniek.

Vanuit protectionistische overwegingen

Trump gebruikte de reden van nationale veiligheid om zijn importtarieven te rechtvaardigen. Hij meende dat a country without a steel industry is not a country. Daarmee doelde hij op het strategisch belang van staal voor onder meer de productie van defensiematerieel. De staalindustrie in de Verenigde Staten (VS) heeft veel geleden onder de moordende internationale concurrentie en Trump nam maatregelen. Hij stelde invoertarieven in op goedkoop staal en aluminium, met de bedoeling om de eigen industrie van ondergang te behoeden. Hiermee kreeg de handelsoorlog een plek in de geschiedenis.

De Europese Unie (EU) weert staal uit China en Rusland. Met de zogenoemde safeguard measures wordt goedkoper materiaal uit deze landen door middel van invoerquota’s geblokkeerd. Dit overheidsbeleid heeft geleidt tot een gelijk speelveld voor veel staalfabrieken in de EU.

Ook in de schrootmarkt nemen landen specifieke maatregelen. Schroot is een cruciaal ingrediënt voor veel industrieën en maakt landen zelfvoorzienend. India beperkt daarom de invoer van schroot om de eigen schrootsector sterker te laten groeien. En Rusland heeft een exportquota opgelegd op staalschroot om de aanvoer voor de binnenlandse industrie veilig te stellen.

Tot slot is het wachten op het moment dat China haar zeldzame aardmetalen gaat inzetten in de handelsoorlog. China controleert ongeveer 80% van het mondiale aanbod van zeldzame aardmetalen. En daarvan gaat een groot deel richting de VS. Het verbaast mij eerlijk gezegd dat China dit nog niet eerder in de strijd heeft gegooid.

Is laisser-faire passé?

In een vrijemarkteconomie hebben analisten het relatief eenvoudig. Dan is de dynamiek tussen vraag en aanbod veelbepalend voor de prijstrend. Op basis van fundamentele trends en cyclische bewegingen zijn analisten in staat om met een onzekerheidsmarge een uitspraak te doen over toekomstige prijstrends.

Overheidsbeleid of het ingrijpen van overheden is hier een verstorende factor. Dit zorgt voor veel onzekerheid. Dit blijft voorlopig zo. Grondstoffen worden schaarser, waardevoller en strategischer. Daardoor zijn er vanuit milieu-, economisch en protectionistisch oogpunt voldoende redenen om er vanuit te gaan dat ook de komende jaren sturing vanuit de overheid nog veel invloed gaat hebben op de prijsvorming. Het vrijemarktdenken met de ‘laisser-faire’ gedachte blijft. Het zal denk ik verder aan invloed moeten inboeten. Maar dat houdt het spel juist interessant.

Deze column heeft ook op BeleggerBelangen.nl gestaan.