Liquiditeitspositie melkveebedrijven derde kwartaal gedaald

door: Pierre Berntsen

De liquiditeit van melkveebedrijven is in het derde kwartaal van 2019 met gemiddeld 13 duizend euro verslechterd, zo’n 130 euro per koe. Daarmee kwam de stand op de rekening-courant op ruim 15 duizend euro in de min. Leden van FrieslandCampina ontvingen nog wel een interim uitkering in september maar gemiddeld daalde de melkontvangsten met tien procent ten opzichte van het vorige kwartaal omdat toen ook diverse nabetalingen werden ontvangen. De droogte heeft op de meeste bedrijven nog niet geleid tot extra ruw- en krachtvoeraankopen omdat het voorjaar vroeg van start ging met een ruime grasproductie. Wel waren er extra kosten voor onder andere beregening.

Liquiditeitskostprijs melkveehouderij lijkt structureel gestegen

Ook vorig jaar liet het derde kwartaal een daling van de liquiditeitspositie zien. Ten opzichte van vorig jaar ligt deze nu 12 duizend euro lager. Wij hebben de indruk dat daarnaast de betalingsachterstand van melkveehouders bij leveranciers toe is genomen. De kosten voor melkproductie overstegen afgelopen halfjaar de melkprijs van circa 35 cent. De kostprijs op melkveebedrijven is de afgelopen jaren langzaam toegenomen en bij de huidige melkprijs is de marge voor tegenvallers verdwenen. De uitkering van betalingsrechten in december vormen een welkome aanvulling. Er is echter meer dan liquiditeit. De stemming in de sector is gedrukt. Nadat er enige rust was gekomen in de fosfaatvraagstukken veroorzaakt het stikstofdossier gr ote onzekerheid bij ondernemers.

De ontwikkeling van de stand op de lopende rekening is een resultante van de bij- en afschrijvingen. Neveninkomsten en privé-uitgaven zijn wel in het saldo verwerkt.

Zuivelproductie in Europa stabiel in 2019

Aan het begin van 2019 lieten de melkpoederprijzen aanvankelijk een lichte stijging zien. Vanaf eind april zijn de prijzen gedaald, om vanaf half juli iets te gaan stijgen. Per saldo liggen de melkpoederprijzen begin oktober ruim 9% boven het gemiddelde van 2018. In oktober liggen de boterprijzen echter 16% onder het niveau van eind 2018. De gemiddelde boterprijs in 2019 is 22% lager dan in 2018. Per saldo is de uitbetaalde melkprijs in het derde kwartaal ten opzichte van het eerste kwartaal met bijna 4% gedaald.
De Nederlandse melkaanvoer nam in 2018 met 3% af. Over de eerste acht maanden van 2019 zet deze dalende tendens zich voort (-2,3%), maar het verschil vlakt wel af in de loop van het jaar. In augustus was de melkaanvoer zelfs hoger dan in augustus 2018. In 2019 bleef de Europese melkproductie over de eerste 7 maanden gelijk. De melkprijs bevindt zich in een relatief vlakke periode en de ruimte voor verbetering lijkt de komende maanden beperkt. Wel vertonen de GDT, de Nederlandse melkpoeders en kazen een lichte plus.

Vooruitzichten

In de komende maanden vallen de uitgaven voor inkuilen en voor ruwvoeraankoop. Deze zullen hoger uitvallen dan gemiddeld. Door de droge zomer is extra volume nodig, daarnaast ligt de maisprijs dit jaar hoger dan gemiddeld. Voorlopige landbouwtellingcijfers wijzen uit dat het areaal snijmais met ruim 18.000 hectare is gedaald (-9%). Tegelijkertijd is ook het areaal grasland met ruim 3.000 hectare gedaald (-0,4%). Het aantal melkkoeien is met ruim 2,5% gedaald. Wij verwachten het derde kwartaal druk op de liquiditeiten met weer een toename in december als gevolg van de uitbetaling van betalingsrechten.

Voor nadere informatie over deze liquiditeitsbarometer en over de belangrijkste pijlers van de kasstroom (melkprijs en saldo) verwijzen wij graag naar de publicatie op Agrimatie van Wageningen Economic Research.

Deze liquiditeitsbarometer is tot stand gekomen als publiek private samenwerking tussen Wageningen Economic Research, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en ABN AMRO. De data zijn afkomstig van het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. Het doel is om de verkregen inzichten te delen en ondernemers te ondersteunen in hun bedrijfsvoering.