Headlines | Voedselveiligheid: meer meten is meer weten

door: Rob Morren

Foto Shutterstock

 

 

 

Afgelopen week werden massaal vleeswaren uit de schappen gehaald bij onder meer Jumbo en Aldi. Deze producten komen uit de vleeswarenfabriek van Offerman in Aalsmeer en zijn mogelijk besmet met de gevaarlijke listeriabacterie. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vermoeden dat deze listeriabesmetting de afgelopen twee jaar heeft geleid tot drie sterfgevallen en een miskraam.

Insight:
De massale terugroepactie leidde in de media en bij consumenten tot verontwaardiging en vragen of ons voedsel nog wel veilig is. Het afgelopen jaar nam het aantal meldingen van onveilig voedsel in de database van het Europese Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF) met 19 procent toe. Controlerende instanties in de lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht om potentieel gevaarlijke situaties in deze publiek toegankelijke database te melden. Het gaat dan bijvoorbeeld om een geconstateerde listeriabesmetting of om producten waar niet in zit wat er in moet zitten.

Het toegenomen aantal meldingen hoeft echter niet te betekenen dat ons voedsel minder veilig is geworden. Het is immers denkbaar dat door de toename en verfijning van de controles eenvoudig meer zaken aan het licht komen. In Nederland is de controle op voedselveiligheid in handen van de NVWA, private keuringsinstanties en producenten zelf. De NVWA inspecteert jaarlijks circa 10.000 bedrijven die zich bezighouden met het produceren, importeren, koelen en transporteren van levensmiddelen. De toezichthouder neemt op locatie monsters van bijvoorbeeld een aantal bakjes salade of pakjes vleeswaren. Bij grotere slachthuizen zijn continu NVWA-controleurs aanwezig om de voedselveiligheid en het slachtproces te controleren.

Veel van de tijdens inspecties geconstateerde overtredingen plaatst de NVWA in een publiek toegankelijke database. Dat de aantallen toenemen, kan in ieder geval worden verklaard uit de toename van het aantal controles en de verbeterde meetmethoden; lagere detectiewaarden brengen besmettingen of andere risico’s eerder aan het licht dan voorheen. Daarnaast voldoen producenten vaker aan de verplichting om binnen vier uur een zelf geconstateerde misstand aan de NVWA te melden.

Veel voedselbesmettingen vinden echter nog steeds thuis plaats. Bijvoorbeeld door het snijden van een komkommer op een plank waar net nog rauwe kip op lag of door het eten van slecht gewassen groente uit de eigen groentetuin. Een incident op een productielocatie heeft echter veel grotere gevolgen: binnen twee tot drie dagen liggen duizenden versproducten al in de koelkast van de consument. En juist de vraag naar versproducten is toegenomen; de verkoop ervan is inmiddels goed voor meer dan 50 procent van de omzet van supermarkten. Wel zijn de technieken om versproducten veilig te produceren en te verpakken gelukkig verbeterd.

Overigens kan het ook misgaan met lang houdbare diepvriesgroenten. Minstens 47 mensen in Europa werden ziek door het consumeren van diepvriesgroenten afkomstig uit een Hongaarse fabriek. In 2018 werd daar een mogelijke listeriabesmetting vastgesteld.

Het aantal controles op voedselveiligheid neemt de komende jaren alleen maar verder toe, evenals de kwaliteit ervan. Naast de NVWA en de producenten zelf voeren ook supermarkten en foodservicebedrijven meer en strengere controles uit. Al dit toezicht ontwikkelt zich waarschijnlijk sneller dan dat producenten en andere partijen in de keten veiliger kunnen werken. Het is daarom aannemelijk dat supermarkten en consumenten voorlopig nog vaak worden geconfronteerd met terugroepacties.

Om deze druk bij te benen kunnen producenten een hoger risicobewustzijn bij medewerkers op de productievloer creëren en meer kwaliteitsmanagers aannemen. Een lastige opgave: hadden voedselproducerende bedrijven in 2015 nog gemiddeld 1,9 vacatures open staan, inmiddels is dat aantal opgelopen naar 4,4. Daarnaast is het zaak om datasystemen die het hele productieproces documenteren verder te verbeteren. Dit verhoogt de traceerbaarheid van de gebruikte grondstoffen, zodat sneller kan worden aangeduid wat er waar mis is gegaan. Tot slot kunnen producenten meer investeren in technologie, zoals in productielijnen die nog kleinere metaal- of plasticdeeltjes te kunnen detecteren of in slimme chips op verpakkingen waaruit is op te maken of een product nog te consumeren is.

Juist door binnen Europa voorop te lopen in het garanderen van voedselveiligheid bewaken we onze sterke exportpositie als voedselproducerend land.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie: