Focus op arbeidsmigratie – Verschuiving buitengrenzen van EU?

door: Nora Neuteboom

Arbeidsmigratie van Oost-Europeanen naar Nederland neemt naar verwachting af

Oost-Europese arbeidsmigranten spelen een belangrijke rol op de Nederlandse arbeidsmarkt, onder meer in de landbouw, de industrie en de bouw. In onze vorige publicatie over arbeidsmigratie, die onder de titel
“Economische groei Oost-Europa heeft gevolgen voor Nederlandse arbeidsmarkt”  is verschenen, concludeerden we dat in de komende jaren het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa geleidelijk afneemt.

191030-Focus-op-Arbeidsmigratie-def.pdf (226 KB)
Download

De economie in Oost-Europa draait op volle toeren, waardoor er krapte op de arbeidsmarkt is ontstaan. Dit resulteert in een sterke loongroei. Zo is het minimumloon in de afgelopen vier jaar in Polen met 40% gestegen, in Bulgarije met 65% en in Roemenië met maar liefst 140%. In Nederland nam in deze periode het minimumloon met minder dan 9% toe . De voortgaande convergentie van lonen tussen Oost- en West-Europa zal de drijfveer voor Oost-Europeanen om buiten hun geboorteland werk te zoeken, verder verminderen. Bijkomende factoren in het geval van Nederland zijn de grotere geografische afstand van landen als Polen, Roemenië en Bulgarije en de taalbarrière.
Daarom kiezen arbeidsmigranten eerder voor buurlanden zoals Duitsland en Oostenrijk, waar het minimumloon vergelijkbaar is met dat in Nederland.

Voorts nemen veel Oost-Europese landen beleidsmaatregelen om arbeidskrachten voor de eigen economie te behouden. Zo betalen in Polen werknemers onder de 26 jaar geen inkomstenbelasting en benadert de Poolse overheid in het buitenland werkende Polen actief voor banen binnen de eigen landsgrenzen.

Zowel in- als uitstroom van arbeidsmigranten uit Oost-Europa neemt toe

Hoewel er alleen nog maar cijfers voor 2018 beschikbaar zijn, groeit het aantal Oost-Europeanen dat zich in Nederland vestigt, minder snel dan het aantal Oost-Europeanen dat weer weggaat. De instroom van Oost-Europese arbeidsmigranten nam in 2018 in vergelijking met een jaar eerder met 10,7% toe. De uitstroom nam sterker toe, met 12,2%. Dit patroon geldt ook voor de grootste groep binnen de Oost-Europese arbeidsmigranten: in 2018 nam het aantal Polen dat naar Nederland kwam met 6,5% toe, maar vertrokken er 11,8% meer dan een jaar eerder. Toch kunnen we in 2018 nog niet spreken van een duidelijke trendbreuk. Het migratiesaldo uit Oost-Europa nam immers toe met 9,7%. De verwachte afname van de arbeidsmigratie is overigens een geleidelijk proces. Het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa dat zich in Nederland vestigt, zal dan ook slechts langzaam afnemen.

Krapte op Nederlandse arbeidsmarkt neemt verder toe

Cijfers tot en met het tweede kwartaal van 2019 laten zien dat de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt is opgelopen tot een nieuw hoogtepunt. Per 100 werklozen waren er gemiddeld 93 vacatures, tegen 88 in het eerste kwartaal. Ook het aantal openstaande vacatures bereikte in het tweede kwartaal met 284.000 een nieuwe recordhoogte. De vacaturegraad (het aantal vacatures per duizend banen) ligt met 34 ook boven het hoogtepunt van 2008. Het werkloosheidspercentage was in september 3,5%, licht hoger dan de 3,3% in mei. Aan de andere kant zijn de zogenaamde ‘reserves’, mensen die aangeven wel te willen werken (of meer willen werken) maar dat om uiteenlopende redenen niet doen, sterk afgenomen in de afgelopen jaren. Dat betekent dat er een minder grote buffer is waar werkgevers uit kunnen putten.

Hoewel de verwachting is dat de arbeidsmarkt iets minder gespannen wordt, met name door de vertraging van de economische groei, blijft de gemiddelde werkloosheid nog ver onder het historisch gemiddelde (zie ook: Nederlandse economie in zicht). Een afname van het aantal Oost-Europese arbeidsmigranten zou dus slecht nieuws zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven. Oost-Europeanen zijn volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voornamelijk in praktijkgeschoolde beroepen werkzaam. Dit zijn op dit moment juist de beroepen waar veel vraag naar is. Volgens het Intelligence Group wordt in de helft van de vacatures gezocht naar mensen met een mbo-opleiding.

Toenemende migratie uit Turkije en India vangt de krapte slechts deels op

Sinds 2015 is het aantal arbeidsmigranten uit Turkije en India toegenomen. In 2013 en 2014 was er vanuit Turkije nog sprake van een negatief migratiesaldo: meer Turken verlieten ons land dan er binnenkwamen. Vanaf 2015 is dit saldo weer positief. In 2018 zijn er naar schatting 5300 Turkse arbeidsmigranten naar Nederland gekomen. Uit cijfers van het CBS uit 2011 blijkt dat ongeveer twee vijfde van de Turkse arbeidsmigranten kenniswerker is. Zij zullen daardoor de krapte op de arbeidsmarkt in bijvoorbeeld de landbouw- en bouwsector slechts beperkt verlichten. Ook het aantal migranten uit India stijgt. Indiërs werken echter vaak in de financiële sector en de IT sector. Van de Indiase arbeidsmigranten is zelfs circa 90 procent kennismigrant. Op de Nederlandse arbeidsmarkt is er voornamelijk een vraag naar

Moeten werkgevers op zoek naar personeel buiten de EU-grenzen?

Gegeven de krapte aan de onderkant van de Nederlandse arbeidsmarkt wordt door verschillende partijen – voornamelijk in de uitzendbranche – gesuggereerd om krachten van buiten de EU te halen, waaronder Oekraïne en Zuidoost-Azië. Het migratiesaldo van Oekraïners en arbeidsmigranten uit Zuidoost-Azië (met name de Filippijnen en Vietnam) piekte in 2018. Maar ten opzichte van het aantal Polen, Indiërs en Turken is het aantal in absolute cijfers nog vrij laag (zie linker grafiek op de volgende pagina).

Werken in Nederland is voor arbeidsmigranten uit Oekraïne en Zuidoost Azië, zonder uitnodiging van een werkgever en een werkvergunning, nog steeds illegaal. Sinds juni 2017 mogen Oekraïners wel negentig dagen visumvrij in alle Schengen landen verblijven, inclusief Nederland. Indien het door de politiek wenselijk wordt geacht om de krapte op de arbeidsmarkt op de vullen met arbeidsmigranten uit deze regio’s, moet er een manier worden gevonden om deze mensen gemakkelijker toegang te verlenen tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Tijdelijke werkvergunningen kunnen een oplossing bieden. Polen heeft een vergelijkbaar systeem opgezet om arbeidskrachten uit Oekraïne in te zetten.

In Zuidoost-Azië groeit de beroepsbevolking nog steeds fors, maar Oekraïne kampt met dezelfde demografische problemen als andere Oost-Europese landen. Volgens een recent rapport van het IMF zal de beroepsbevolking in Oekraïne tot 2050 meer dan 30% krimpen. Dit komt door een combinatie van een laag geboortecijfer (rond de 1,5), het grote aantal slachtoffers tijdens de Krimoorlog en de aanhoudende uitgaande migratie door het conflict met Rusland en de recente economische problemen. De schaarste aan werknemers zal dan ook in Oekraïne steeds nijpender worden. Het welvaartsniveau in Oekraïne ligt echter nog steeds ver onder dat van Nederland. Er blijft dus een financiële prikkel voor Oekraïners om naar Nederland te komen. Met de huidige economische koers in Oekraïne duurt het naar schatting nog zo’n vijftig jaar voordat het land op het welvaartsniveau van Polen zit.