Druk op de ketel!

door: Hans van Cleef

Waterstof, geothermie en batterijopslagcapaciteit in elektrische auto’s zijn enkele oplossingen die genoemd worden om de energietransitie te versnellen. Klein probleem: veel van deze technologieën bestaan wel, maar slechts op kleine schaal of ze zijn te duur. Meer innovatie en technologische ontwikkeling is hard nodig. Gelukkig stelt de overheid subsidies ter beschikking om deze technologieën verder te ontwikkelen. Maar tijd is de grootste vijand want de roep om versnelling van de energietransitie en ambitieuzer klimaatbeleid wordt steeds luider.

Toch is het misschien goed dat het niet sneller gaat. Steeds vaker bereiken ons nu al signalen dat het elektriciteitsnet vol raakt. De zogenaamde congestie op het net – dat mogelijk kan leiden tot stroomstoringen – dreigt de verdere opschaling van duurzame energie, zoals zonne- en windparken, te vertragen. Ook aan de consumentenzijde, door het verbruik van grote bedrijven en datacenters, dreigt een opstopping van aansluitingen op het net.

Ondertussen zijn de klimaatstakers weer thuis, hebben de boeren de tractor weer van het Malieveld gereden, is de Springtijboot terug van Terschelling en staat de ‘Dag van de Duurzaamheid’ voor de deur. Je zou kunnen zeggen dat er in ons land aardig wat aandacht is voor de gevolgen van klimaatverandering en het beleid daaromtrent. En dat is precies wat er schuurt. De roep om versnelling en ‘ambitieuzer’ beleid begint hier en daar tegen de grenzen aan te lopen van technologische inpassing in het systeem. Onze regering zou ‘ambitieuzer klimaatbeleid’ moeten voeren, terwijl het gepresenteerde klimaatakkoord van deze zomer ruim voorloopt op de doelstellingen die in Europa zijn gesteld. Nóg ambitieuzer zou niet veel toevoegen gezien de problemen waar we nu in de praktijk al tegenaan lopen. Het nog verder verscherpen van doelstellingen schept verwachtingen die we mogelijk in de praktijk niet kunnen waarmaken. Dat kan leiden tot steeds groter wordende frustraties en teleurstellingen liggen op de loer.

Hoe anders is het als je spreekt met mensen die dagelijks bezig zijn met innoveren en technische ontwikkeling. Deze week is er de jaarlijkse Vakbeurs Energie in Den Bosch. Deze beurs is gericht op verduurzaming van elektriciteit en warmte en verbeteren van energie efficiëntie. Het is iedere keer weer zeer inspirerend om te zien hoe bedrijven dagelijks bezig zijn met bijvoorbeeld het verbeteren van isolatiematerialen en het verhogen van het rendement van zonnepanelen, zonnecollectoren, en warmtepompen. Dit is waar de energietransitie daadwerkelijk plaatsvindt. Geen gepraat over ambities die hoger moeten, geen uitgebreide studies die het standpunt lijken te onderbouwen van de opdrachtgever, maar gewoon handjes uit de mouwen en gaan! Alleen het tekort aan werknemers, dat kan nog wel eens een probleem gaan worden. De energietransitie is zogenaamd pas net begonnen en nu zijn er al flinke tekorten aan technisch personeel.

Het enthousiasme waarmee er gewerkt wordt aan het innoveren en implementeren van CO2-neutrale oplossingen, het verlagen van ons verbruik en het bouwen aan nieuwe verdienmodellen maakt alles goed. Onze overheden moeten het mogelijk maken dat wetgeving wordt aangepast om belemmeringen aangaande de energietransitie weg te nemen, en indien nodig subsidies verstrekken om de denkers te laten denken en de doeners te laten doen. Vertrouwen bieden aan technologische ontwikkeling, de technologie economische rijp laten worden en, tot slot, tijd geven aan de inpassing hiervan zou wel eens de grootste uitdaging voor de komende jaren kunnen zijn. Het managen van verwachtingen rondom oplossingen zoals bijvoorbeeld waterstof, geothermie en batterijopslagcapaciteit in elektrische auto’s is daarom cruciaal. De druk moet op de ketel blijven om de vaart erin te houden. Maar druk je te hard? Dan gaat de ketel stuk…

 

Deze column verscheen  eerder op Energiepodium.nl