Biomassa: noodzakelijk kwaad in de energietransitie

door: Hans van Cleef

Dr. Sanne Akerboom – Onderzoeker Universiteit Utrecht & Hans van Cleef – Sr Energie-econoom ABN AMRO

Biomassa komt geregeld negatief in het nieuws. Het verbranden van hout zou net zo vervuilend zijn, of zelfs vervuilender, dan een kolencentrale, aldus vijftien wetenschappers van de European Academies Science Advisory Council begin oktober in hun rapport. Subsidies voor biomassa zouden daarom ook weggegooid geld zijn. Opeens wordt pijnlijk duidelijk dat het aandeel biomassa in Nederland wel eens problemen zou kunnen opleveren voor de vermindering van CO2-emissie, het stikstofbeleid en het halen van onze doelstellingen ten aanzien van duurzame energie.

Het verbranden van biomassa is voor ons land essentieel. Een Europese richtlijn uit 2009 bepaalt dat we 14% duurzame energie moeten hebben in 2020. Andere landen, zoals Noorwegen en Zweden, kunnen rekenen op waterkracht, maar dat is in Nederland geen optie, en kernenergie (als CO2-neutrale oplossing) heeft hier onvoldoende maatschappelijk draagvlak. De enige technologieën die geschikt zijn voor opschaling, zijn zon- en windenergie en de door Europese Unie als duurzaam erkende brandstof van biomassa. En die gebruiken we dan ook.

De afgelopen weken kwam het percentage duurzame elektriciteit geregeld boven de 20% uit. Een mooi resultaat in een zeer korte tijd. Het percentage duurzame energie – waarvan elektriciteit dus een onderdeel is – groeit richting de 9%. Van het totale aandeel hernieuwbare energie in 2018 (7,4%) betreft zo’n 60% biomassa.

Legaal en duurzaam

De plannen voor hernieuwbaar energie werden uitgewerkt in het Energieakkoord uit 2013. De doelstellingen voor wind-op-zee lopen op schema, maar het beleid van wind-op-land laat flink te wensen over. Ondanks de enorme groei maken zon- en wind nog geen 3 procentpunt uit van de 8,8% duurzame energie. Behalve het beschikbaar stellen van subsidies is er geen specifiek beleid geweest voor andere vormen van hernieuwbaar. Toch gaat de opschaling van zon- en windenergie zo snel dat op plekken het elektriciteitsnet nu al tegen de grenzen aanloopt van haar huidige capaciteit. Met andere woorden, als biomassa niet langer deel mag uitmaken van de Nederlandse energiemix zal de 14% zeker niet gehaald worden. Bovendien is de verwachting dat biomassa een rol zal gaan spelen in de aardgasvrije wijken, zoals nu geval is bij Zaanstad en Diemen, Amsterdam.

Hier wringt de schoen. Biomassa is door de Europese Commissie erkend als een legale duurzame bron van energie. Het rapport over biomassa en de conclusies van de Remkes stikstofcommissie laten zien dat biomassa soms vervuilender kan zijn dan een kolencentrale. Maar de ene biomassa is de andere niet. Verder zijn de Parijse klimaatdoelstellingen gericht op het tegengaan van mondiale temperatuurstijgingen. Als gevolg hiervan moet de CO2-uitstoot worden afgebouwd tot nul. En duurzame energie, inclusief biomassa, gaat daarin een belangrijke rol spelen.

Nare smaak

Het gaat er ons niet zozeer om welke doelstelling er wordt gehanteerd, maar wel op welke wijze Nederland de doelstelling wil behalen. Te vaak denken we dat een voorgenomen doelstelling, zoals wind-op-land of wind-op-zee, ook precies zo behaald zal worden. Te weinig houden we rekening met onvoorziene omstandigheden en vrijwel nooit bedenken we een plan B. De vraag die minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat voorligt is dan ook niet onder welke omstandigheden biomassa kan bijdragen aan het aandeel hernieuwbare energie en CO2-emissiereductie. De vraag is eerder of we wel zonder biomassa onze doelstellingen voor hernieuwbare energie kunnen halen.

Uit ervaring weten we dat kernenergie nu geen optie is, wind-op-land niet een te grote rol kan spelen en wind-op-zee nog even op zich laat wachten. De aardgasvrije woonwijk zonder biomassa rekent op restwarmte uit afvalverbranding en industriële processen. Afvalverbranding geeft momenteel ook een nare nasmaak, met de hevige problematiek in Rotterdam en Amsterdam. Zelfs duurzaam vervoer rekent voor een belangrijk deel op biobrandstoffen. Zonder biomassa wordt het behalen van de doelstellingen zeer lastig.

Twee kwaden

Biomassa wordt nu over één kam geschoren: biomassa is slecht en zou bijdragen aan biovernietiging. Bovendien zou er te weinig kennis over biomassa zijn. Dit is niet waar. Er is veel kennis over de voorwaarden waaronder biomassa wel degelijk past binnen een duurzame energiemix. Er wordt te weinig rekening gehouden met voordelen van biomassa en de bijdrage die nu het levert aan een duurzaam Nederland. Tegenstanders belichten daarnaast ook niet wat een biomassaloos Nederland betekent voor het behalen van bindende doelstellingen.

De discussie over biomassa wordt te zwart-wit gevoerd en gaat uit van een tegenstelling: wel of geen biomassa. Dit is te simplistisch. De discussie moet gaan over de voorwaarden waaronder biomassa onderdeel uit kan maken van een duurzaam Nederland.

Het debat moet worden gericht op het feit dat inmiddels te veel en soms conflicterende doelstellingen zijn geformuleerd. We moeten bepalen onder welke voorwaarden verschillende oplossingen acceptabel zijn. Ook moeten we sneller alternatieve routes klaar hebben wanneer blijkt dat er toch negatieve gevolgen zijn.

Totdat de discussie op deze wijze gevoerd wordt, moeten we kiezen uit twee kwaden: of het (zeker) niet halen van onze doelstellingen ten aanzien van duurzame energie, of het blijven doorgaan met subsidiëren van biomassa.

Dit stuk verscheen eerder als Opinie in het Financieele Dagblad van 19 oktober 2019