Anti-Klimaatakkoord

door: Arnold Mulder

Deze column verscheen eerder op Energeia.

Nederland is sterker uit de Watersnoodramp van 1953 gekomen, omdat die crisis de aanzet gaf voor de latere bouw van de Deltawerken. Daaruit kunnen we hoop putten nu we opnieuw in staat van crisis verkeren. Een klimaatcrisis welteverstaan, die vraagt om een ingrijpende en snelle energietransitie om de Noordzee andermaal buiten de deur te houden. Hiervoor is meer nodig dan een sterk Klimaatakkoord. Een anti-Klimaatakkoord zou pas echt zoden aan de dijk zetten.

Landen kunnen veel baat hebben bij Crisiservaring, zoals de Nederlandse ervaring met de Watersnoodramp. Jared Diamond, Pulitzerprijs-winnaar en hoogleraar geologie aan de Universiteit van Californië, laat in zijn recente boek Omwenteling zien dat het diepe internationale isolement waarin Japan rond 1860 verkeerde, aanleiding was voor snelle modernisatie en economische bloei in de daaropvolgende Meijiperiode (1868-1912). Helaas is het geheugen echter kort. Generaties die na 1912 opgroeiden en de directe crisiservaring ontbeerden, dreven het land vervolgens op bijna naïeve wijze in een nieuwe crisis, zo betoogt Diamond. Met de Deltawerken als permanente herinnering aan de Watersnoodramp zal de Nederlandse crisiservaring hopelijk minder snel verdampen.

Succesfacoren

Helaas is het hebben van ‘ervaring’ onvoldoende om een crisis te overwinnen. Diamond, die in zijn boek zeven landen in crisis analyseert, noemt nog vijf kritieke succesfactoren.

Allereerst is Nationale Consensus over de crisis van groot belang. Nationale consensus lijkt voor de klimaatcrisis nog te ontbreken. Zo bestempelde VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff de grootste voorvechters van actie als ‘klimaatdrammers’, vlak voordat de VVD het meest ambitieuze pakket aan klimaatmaatregelen tot nu toe ondertekende. Politici moeten daardoor steeds op eieren lopen bij het aankondigen van klimaatmaatregelen. Na de Watersnoodramp was die consensus veel sterker. Althans, voorvechters van de Deltawerken zijn waarschijnlijk nooit ‘overstromingsdrammers’ genoemd.

Diamond onderstreept vervolgens het belang van Acceptatie van nationale verantwoordelijkheid om in actie te komen. In het klimaatdebat wordt geregeld gewezen op het geringe aandeel van Nederland in de mondiale uitstoot van broeikasgassen, alsof dat ons zou ontslaan van verantwoordelijkheid om in actie te komen. Bij de Watersnoodramp was er geen ruimte voor een dergelijke vertragende discussie; de verantwoordelijkheid lag duidelijk bij Nederland.

Over de grens kijken

Dat betekent niet dat er niet mag worden gekeken naar andere landen. Integendeel. Diamond onderstreept juist hoe Materiële hulp van andere naties en het Kopiëren van succesvolle beleidsmodellen uit andere landen een wereld van verschil kunnen maken. Japan moderniseerde in de Meijiperiode onder meer door zijn grondwet en leger op Duits en de vloot op Brits model te baseren en het burgerlijk wetboek naar Frans voorbeeld. Het actief kopiëren van buitenlandse succesformules is ook in het kader van de klimaatcrisis uitermate zinvol nu de energietransitie bij vrijwel alle westerse regeringen hoog op de agenda staat. De recente aankondiging van het kabinet om op dit punt nauwer samen te werken met Duitsland is in dat licht te prijzen.

De zesde en laatste succesfactor is het Bouwen van een hek om de crisis. Kortom, vaststellen wat wel en vooral niet aangetast wordt. Zo’n vaststelling geeft houvast aan de bevolking en helpt om de crisis te relativeren. De Japanners, die hun samenleving in de bloeiperiode ingrijpend zagen veranderen, konden zich toch vasthouden aan bepaalde traditionele kenmerken die beschermd bleven, zoals de Confuciaanse moraliteit, verering van de Keizer en het Japanse schrift.

Na de Watersnoodramp was het ook relatief eenvoudig om vast te stellen wat onaangetast zou blijven. De metamorfose beperkte zich immers tot de regio Zuidwest-Nederland, die met de Deltawerken extra bescherming kreeg. Voor het plaatsen van een hek om de klimaatcrisis is vooralsnog nauwelijks aandacht geweest. Het gepresenteerde klimaatakkoord richt zich op materiële veranderingen in de gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw, landgebruik, en zelfs ons dieet staat onder druk.

Houvast in Nederland

Dat er veel gaat veranderen is zodoende duidelijk, maar waar de Nederlandse bevolking in het midden van de transitie nog houvast aan kan ontlenen, is dat veel minder. Gebrek aan houvast leidt er bovendien toe dat de nu al gebrekkige nationale consensus verder wordt ondergraven en dat mensen die hun verantwoordelijkheid weliswaar accepteren, er toch van worden weerhouden om actie te ondernemen.

In dat licht is het hoog tijd voor een anti-Klimaatakkoord: een document dat expliciet maakt wat buiten het hek valt. Het kan daarbij, naar Japans voorbeeld, gaan om culturele waarden, maar ook om veel concretere zaken. Zo zullen niet alle Nederlandse weilanden zonneparken worden, en zal niet ieder huis zal de komende 10 jaar van het gas af gaan. Het anti-klimaatakkoord maakt expliciet welke weilanden en huizen onaangetast blijven. Door op deze wijze consequent hekken te plaatsen, versterken we onze zwakke plekken en hebben we, naast onze crisiservaring en de steeds nauwere internationale samenwerking, meer troeven in handen om ook uit deze crisis sterker tevoorschijn te komen.