Achter de gezichten van staal gaat een beproeving schuil

door: Casper Burgering

Ondernemers in de staalindustrie moeten dit jaar beschikken over stalen zenuwen. Want het is er allemaal niet makkelijker op geworden. De markt voor staal zit boordevol uitdagingen die veel ondernemers uit hun comfortzone halen of zelfs doen wankelen. Ik noem een paar van die uitdagingen: overcapaciteit, zwakke vraag naar staal, lage prijzen voor staal, hogere kosten voor grondstoffen (ijzererts, cokeskolen, schroot), lage (soms negatieve) marges, handelsoorlog, een mondiaal verzwakte economie en groeivertragingen in Azie. Dit is best wel een pittig lijstje.

2001

Volgens mij is de staalmalaise van nu geboren in 2001. Om precies te zijn op dinsdag 11 december. Op deze dag kreeg China het groene licht om tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO) toe te treden. De toetreding volgde nadat China had voldaan aan allerlei voorwaarden, zoals economische hervormingen, liberaliseringen van markten en het toestaan van buitenlandse investeringen. Een moeilijke stap voor een communistisch land, maar het bleek China’s beste beslissing ooit.

De WHO toetreding stelde China in staat om zich toegang tot de mondiale afzetmarkten te verschaffen. China groeide uit tot een economische wereldmacht. Het land industrialiseerde in rap tempo en de urbanisatie nam een vlucht. En zo ook de vraag naar grondstoffen. De globalisering intensiveerde verder. De internationale competitiviteit nam daardoor toe en alles werd goedkoper, complexer en een stuk minder transparant.

2008-2009

De bom barstte in 2008-2009. De wereld stond in financiële vuur en vlam. En om deze brand te blussen namen veel centrale banken drastische monetaire maatregelen. China koos deels voor een andere weg: het land bouwde zichzelf letterlijk uit de financiële crisis. Dit ging gepaard met een sterke groei van de vraag naar staal. De staalindustrie in China bloeide op, terwijl in Europa en de VS juist alleen maar staalfabrieken werden gesloten. Dit alles maakte van China een mondiaal allesbepalende factor in de staalsector. Terwijl China in 2001 nog een aandeel had van 18% in de wereldwijde staalproductie, is dat in 2018 uitgegroeid tot 52%.

2019

Deze voorgeschiedenis heeft de problemen van nu gevoed. De globalisering en de ongebreidelde groei van de Chinese capaciteit zorgden uiteindelijk voor structureel lagere staalprijzen. Op het moment dat de kosten van grondstoffen voor het maken van staal stijgen, neemt de winstgevendheid af en nemen de problemen toe. Daarbij zetten de handelsoorlogen mondiaal een rem op de economische groei. Er is hier maar één verontrustende conclusie mogelijk: China blijft – net zoals op veel andere grondstofmarkten – de troefkaarten in handen houden.

Deze column heeft ook in de Telegraaf gestaan onder de kop ‘China heeft troefkaart staalmarkt’ op 14 oktober 2019