Veranderende gasmarkt vraagt spreiding risico’s

door: Hans van Cleef

De Nederlandse Title Transfer Facility (TTF) is, na de introductie in 2003, uitgegroeid tot de meest verhandelde en liquide markt voor gas in Europa. Deze virtuele handelsmarkt is vooral opgericht om de handel in gas makkelijker te maken. Lange tijd werd de leveringszekerheid voor gas geregeld met behulp van contracten met een looptijd van 20 tot 30 jaar. De prijs werd, bij gebrek aan beter, gekoppeld aan de olieprijs. Deze langetermijncontracten hadden als voordeel dat de gasleverancier kon investeren in de productie van gas. Hij wist immers dat dit volume zou worden afgenomen. Voor de koper was de gegarandeerde levering het belangrijkste voordeel. Beide partijen wisten voor langere tijd waar zij aan toe waren.

De huidige gasmarkten kennen ook future-contracten (contracten met levering in de toekomst). Maar in tegenstelling tot de oude contracten bevindt de liquiditeit zich uitsluitend in de eerste drie jaar van de curve, en dan vooral in het eerste jaar. Het voordeel hiervan is dat partijen niet voor lange tijd gebonden zijn aan een afnameverplichting van eerder afgesproken gasvolumes. Zij kunnen sneller profiteren van prijsbewegingen op de spotmarkt en volumes aanpassen aan de behoefte van het moment. Hoewel TTF als handelscentrum een fysieke levering van gas nog steeds als uitgangspunt kent, neemt de papieren handel steeds verder toe als gevolg van deze flexibiliteit voor gasproducenten, -consumenten en… marktspeculanten.

“Wil je als netto-importeur wel afhankelijk zijn van de spotmarkt?”

Meer papieren handel én zekere gasleveringen lijkt tegenstrijdig. We weten immers dat de gasproductie vanuit het Groningenveld snel wordt verminderd en ook de gasproductie uit kleine velden een daling laat zien. Niet voor niets is Nederland het afgelopen jaar voor het eerst netto-importeur van aardgas geworden na decennialang netto-exporteur te zijn geweest. Maar wat betekent dat voor de leveringszekerheid van gas in Nederland nu we wel minder produceren, maar voorlopig nog niet zonder kunnen? En heeft TTF wel een toekomst nu het fundament onder het handelsplatform verandert? Tot slot kan je je afvragen of je, als netto-importeur, wel volledig afhankelijk zou willen zijn van de spotmarkt. Laten we deze vragen langslopen.

Hoewel de nationale gasproductie snel afneemt, zullen we nog steeds jarenlang een serieuze gasproducent blijven, vooral voor eigen consumptie. Toch moeten we al gas importeren om aan onze eigen behoefte te voldoen. Deze importcapaciteit is er al, de GATE LNG-terminal wordt bijvoorbeeld steeds meer gebruikt, en ook de nieuwe pijpleiding vanuit Rusland richting Duitsland zal bijdragen aan voldoende importcapaciteit van gas richting West-Europa, en dus Nederland. Daarnaast wordt de bestaande capaciteit aan stikstoffabrieken uitgebreid. In die fabrieken kan het geïmporteerde gas uit bijvoorbeeld Noorwegen en Rusland met stikstof worden verrijkt tot hetzelfde kwaliteitsniveau als dat van gas uit het Groningenveld.

“Nederland onderscheidt zich door opslagcapaciteit”

Wat ons onderscheidt ten opzichte van ervaren Europese netto-gasimporteurs zoals Frankrijk, Oostenrijk en Italië is onze gasopslagcapaciteit. Door tijdig ruime voorraden aan te leggen, zullen we minder snel overgeleverd zijn aan de grillen van de spotmarkt. Het lijkt verstandig om wel na te gaan denken of je ook voor een deel van je gasvoorraden niet beter ook langere contracten (>3 jaar) kunt afsluiten naast de korte-termijn handel op de TTF. Dit zorgt voor spreiding van prijsrisico’s. Ook zou het een hogere leveringszekerheid kunnen bieden in het geval van aanbodcalamiteiten en/of onverwacht grote stijgingen van de vraag naar gas in andere delen van de wereld. Na de tsunami bij Fukushima, Japan nam de vraag naar LNG in Japan sterk toe door het uitzetten van veel kerncentrales. Dat leidde tot een plotselinge wereldwijde sprong van de gasprijzen.

Heeft het TTF wel een toekomst als belangrijkste handelsmarkt voor gas? De beschikbaarheid van gas in Nederland zal afnemen als de lokale productie niet wordt opgevangen door stijgende gasimporten. Deze importen lijken voorlopig gegarandeerd. De tijd zal moeten leren of gasinkopers in Nederland in staat blijken om de juiste volumes tijdig vast te blijven leggen om toekomstige leveringen te kunnen garanderen. De papieren handel en marktspeculatie gaan zoals gezegd een steeds belangrijkere rol spelen. Voorlopig lijkt de toekomst voor TTF daarmee gewaarborgd. Toch dient er aan het einde van een contract – ongeacht hoe vaak deze van eigenaar is gewisseld – gas geleverd te worden. Gezien deze verplichting voor levering van gas in de toekomst ligt hier ook een belangrijke rol voor de overheid en is langetermijnbeleid wenselijk.

“Zonder langetermijncontracten ben je overgeleverd aan de grillen van de markt.”

Dan de laatste vraag met betrekking tot afhankelijkheid van spotmarkten. Langetermijncontracten met een link aan de olieprijs kennen veel nadelen. De beperkte flexibiliteit en de prijsafhankelijkheid van een markt die zich anders kan gedragen dan de gasmarkt, maakt het alternatief van een gasbenchmark aantrekkelijk. Maar nu lijken we de andere kant op door te slaan. De gasprijs wordt bepaald door vraag en aanbod. Deze kunnen sterk wisselen. Zeker ten tijde van extreme weersomstandigheden, productiestoornissen en geopolitieke conflicten kan de vraag snel stijgen, of het aanbod snel dalen. Met meer en meer marktpartijen die speculeren op deze prijsbewegingen kan de dreiging van een verandering in vraag of aanbod al reden zijn voor grote prijsschommelingen. Zonder de vastigheid van langetermijncontracten met de juiste prijsstructuur ben je als netto-importeur uiteindelijk volledig overgeleverd aan de grillen van de markt. Ook vanuit dit prijsrisicoperspectief kan je pleiten om in ieder geval een deel van de te verwachten leveringsvolumes vast te leggen in langetermijncontracten.

 

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl