Prinsjesdag | IT moet voor hogere arbeidsproductiviteit zorgen

door: Kasper Buiting

Foto: Shutterstock

 

 

De Miljoenennota gaat uitgebreid in op de loonontwikkeling van de werkende Nederlander. Deze neemt dit en komend jaar weliswaar toe met 2,5 procent, maar is de afgelopen jaren tegengevallen. In de nota valt te lezen dat de lonen tussen 2000 en 2018 zijn achtergebleven bij de arbeidsproductiviteit.

Insights
Vanuit economisch perspectief zouden de lonen over een langere termijn ongeveer even hard moeten stijgen als de arbeidsproductiviteit. Sinds 2000 is er echter een cumulatief verschil van 9 procentpunt ontstaan. Het kabinet steekt de hand in eigen boezem: een belangrijk deel (5 procent) van het achterblijven van de lonen komt door een stijging van de sociale lasten en premies voor werkgevers. De overige 4 procent komt doordat de loonvoet sinds 2014 achterblijft bij de productiviteit. De oproep van premier Rutte eerder dit jaar wordt in de Miljoenennota herhaald: ‘Waar ruimte voor hogere lonen is, is het dan ook goed dat deze wordt gebruikt voor hogere loonstijgingen.’ Het kabinet verwacht ook dat dit gebeurt: ‘In de komende jaren wordt verwacht dat de lonen gaan groeien en dat het verschil tussen de loonkosten en productiviteit kleiner wordt’.

Daarmee belandt de Miljoenennota echter bij een volgend probleem, namelijk de achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit.

De economie kan groeien door meer uren te werken of door meer toegevoegde waarde te creëren per gewerkt uur. De grenzen van het aantal gewerkte uren lijken bereikt en het aantal gaat mogelijk dalen in de toekomst. In de Miljoenennota valt te lezen dat, met name door de verdere toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt, het aantal Nederlanders dat werkt spectaculair is toegenomen in de afgelopen decennia. Maar door de vergrijzing zal de groei van het aantal werkenden de komende decennia afnemen. En, zo staat er, omdat vrouwen al veel meer werken dan vroeger, is het onwaarschijnlijk dat het arbeidsaanbod nog sterk verder kan stijgen.

De oproep deze week van Minister Wiebes tot minder deeltijdwerk (van met name vrouwen) moet dan ook in dit licht worden bezien. Het is echter maar zeer de vraag of, als er al gehoor wordt gegeven aan deze oproep, dit de groei op langere termijn kan waarborgen. Uiteindelijk komt er een eind aan de groei van de arbeidsparticipatie en met een krimpende beroepsbevolking is dit geen duurzame bron voor toekomstige economische groei.

‘Productiviteitsgroei is nodig om een toename van de welvaart in brede zin te garanderen’, stelt het kabinet. In de jaren ’50 en ’60 groeide de arbeidsproductiviteit nog met bijna 4 procent per jaar, tussen 1970 en 2007 nam deze gemiddeld toe met 2,4 procent, maar sinds 2010 is deze niet meer boven 1% uitgekomen.

Het kabinet erkent deze problematiek en stelt dat er gewerkt moet worden aan het verdienvermogen van Nederland. Daartoe komt het met een ‘groeibrief’ en bekijkt het mogelijkheden om een investeringsfonds op te richten. Volgens de Miljoenennota zijn kennisontwikkeling, ‘research & development’, innovatie en infrastructuur de terreinen die het meest kunnen bijdragen aan productiviteitsgroei.

Om de arbeidsproductiviteit op gang te krijgen, zou het goed zijn extra nadruk te leggen op investeringen in IT-toepassingen. Deze leiden tot sterke productiviteitsstijgingen in de gehele economie. Het is van belang te investeren in bijvoorbeeld de uitrol van glasvezelkabels en 5G (en in toekomst 6G) om de digitale infrastuctuur te versterken. Hierdoor gaan allerlei bedrijven die IT gebruiken efficiënter werken en krijgt ook de productiviteit in de dienstensector een impuls. De IT-sector heeft daarnaast de afgelopen jaren zelf al aangetoond in staat te zijn de eigen productiviteit te verhogen.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws 

Meer informatie: