De brexit en het vrije verkeer van personen

door: Loek Caris

Tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de rest van de Europese Unie (EU) bestaat nu nog vrij verkeer van personen. Dit gaat veranderen als het VK de EU verlaat, of het nu met of zonder brexit-deal is. In het artikel hieronder gaan we in op de gevolgen van beide scenario’s voor het Nederlandse bedrijfsleven.

De voorgenomen brexit veroorzaakt problemen voor bedrijven die Nederlanders in het VK willen laten werken. Ook bedrijven die Britten in Nederland in dienst hebben, kunnen voor moeilijkheden komen te staan. We behandelen hieronder de nieuwe situatie die aan beide zijden van het Kanaal ontstaat.

Vrij verkeer van personen, hoe zat het ook alweer?

Het vrije verkeer van personen is een fundamenteel onderdeel van de EU-wetgeving. EU-burgers hebben het recht om:

  • werk te zoeken in een ander EU-land;
  • in dat land te werken zonder een werkvergunning;
  • in dat land te wonen als ze er werken;
  • er te blijven, ook als ze er niet meer werken;
  • dezelfde behandeling te krijgen als burgers van dat land op het gebied van werk, arbeidsomstandigheden en alle andere sociale en fiscale regelingen;
  • bepaalde soorten ziektekostenverzekeringen en aanspraak op sociale zekerheid mee te nemen naar het land waar ze werk gaan zoeken;
  • hun beroepskwalificaties ook in dat land te laten erkennen.

Beperking vrij verkeer van personen was directe aanleiding voor brexit

Op 23 juni 2016 heeft de Britse bevolking in een referendum bepaald dat het land de EU moet verlaten. Het vrije verkeer van personen was een belangrijke aanleiding voor de Britten om hiervoor te stemmen. De Britse arbeidsmarkt gaf in het tweede kwartaal van 2019 werk aan 29,1 miljoen Britten, 2,4 miljoen EU-burgers en 1,3 miljoen niet-EU-burgers.

Er is dus een bepaalde mate van verdringing op de Britse arbeidsmarkt. Van elke elf Britse banen wordt er een ingenomen door een niet-Brit. Het gaat hierbij om cijfers uit de formele economie. Algemeen wordt aangenomen dat het relatieve aandeel niet-Britten in de informele economie nog veel groter is. Door uit de Unie te stappen, kan het VK een eigen migratiebeleid ontwikkelen, waarbij het land ervoor kan kiezen om alleen arbeidsmigranten op te nemen die beroepen uitoefenen waar een tekort aan is.

Uitdagingen voor bedrijven die Nederlanders in het VK willen laten werken

Het exacte aantal Nederlanders dat in het VK woont, is onbekend, net als de redenen van hun verblijf. Nederlanders hebben zich, sinds het VK zich in 1973 bij de EU aansloot, nooit als ‘buitenlander’ hoeven registreren. Volgens schattingen van het Office for National Statistics gaat het om ongeveer 109.000 personen. Ruwweg een derde tot de helft van hen woont in het land om te werken, bijvoorbeeld bij een van de 1.287 Britse ondernemingen die onder een Nederlandse holding vallen. Alleen ondernemingen uit de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk hebben meer Britse dochters.

Zoals aangegeven, weet de Britse regering niet precies hoeveel EU-burgers er in het VK wonen en hoelang ze er al zijn. Zij hebben zich nooit hoeven registreren. In maart heeft de regering evenwel een registratiesysteem geopend, EUSS. Alle EU-burgers het VK (behalve personen met de Ierse nationaliteit) hebben tot 31 december 2020 de tijd om zich te registeren via de EUSS-app. De registratie verloopt moeizaam. De EUSS-app werkt momenteel alleen op Android-toestellen en naar verwachting pas eind dit jaar op iPhones. Van de 3,3 miljoen mensen die zich volgens schatting van de regering moeten registeren, moeten 2 miljoen dit eind juli nog doen.

Mensen die het registratieproces hebben doorlopen, krijgen een ‘settled status’ als ze op 31 december 2020  aantoonbaar vijf jaar of langer aaneengesloten woonachtig zijn in het VK. Deze status geeft mensen het recht in het VK te wonen, werken, een staatspensioen op te bouwen en gebruik te maken van publieke diensten. Dit is niet anders dan wat nu geldt voor EU-burgers in het VK. Personen die korter dan vijf jaar in het VK wonen, kunnen een ‘pre-settled status’ aanvragen. Na vijf jaar verblijf kunnen ze deze status laten omzetten in de permanente ‘settled status’.

Als het VK tussen 31 oktober 2019 en 31 december 2020 zonder afspraken uit de EU valt, ontstaat een urgent probleem voor de personen die dan nog geen EUSS-procedure hebben doorlopen. Zij kunnen, bij het inreizen van het VK, niet bewijzen dat ze er al geruime tijd legaal wonen.

Voor Nederlanders en andere EU-burgers die zich na een brexit in het VK willen vestigen, gaan andere regels gelden. De Britse Conservatieve regering wil, of het nu een deal-brexit of een no-deal-brexit wordt, toekomstige EU-migranten selecteren op basis van een puntensysteem, zoals bijvoorbeeld Australië doet. Arbeidsmigranten moeten een aantoonbaar kwalificatieniveau hebben, uitgenodigd zijn door een werkgever en een salaris van 30.000 pond of meer gaan verdienen zodat ze voldoende kunnen bijdragen aan het Britse belastingsysteem. Dit staat in een Whitepaper on Immigration dat de regering op 19 december vorig jaar heeft gepubliceerd. De regering laat zich daarbij adviseren door het Migration Advisory Committee (MAC).

Voor beroepen waar schaarste aan arbeidskrachten is, komen uitzonderingen. Er komt een nationale ‘beroepenschaarstelijst’ en drie regionale ‘beroepenschaarstelijsten’ voor Schotland, Wales en Noord-Ierland om flexibiliteit op deze regionale arbeidsmarkten te garanderen. Ongeveer 9 procent van alle banen van de Britse arbeidsmarkt staan op deze lijsten. Werkgevers mogen voor de betreffende beroepen arbeidsmigranten aannemen met een lagere beroepskwalificatie of tegen een lager salaris.

Er geldt een consultatieperiode van een jaar voor het Whitepaper on Immigation. Mocht het VK op 31 oktober de EU zonder uittredingsakkoord verlaten, dan is het nieuwe puntensysteem dus nog niet klaar als vervanging voor het vrije personenverkeer.

Een vierde tot een vijfde van de Britse bedrijven heeft arbeidsmigranten uit de EU in dienst. Driekwart van deze arbeidsplaatsen wordt ingenomen door werknemers die, als ze na de brexit naar het VK zouden komen, volgens het concept-puntensysteem niet in aanmerking zouden komen voor vestiging, zo vreest de Britse denktank IPPR na bestudering van de MAC-adviezen.

Uitdagingen voor bedrijven die Britten in Nederland willen laten werken

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wonen er ongeveer 86.000 Britten in Nederland, waarvan 47.000 ‘eerste generatie’-Britten. Ze wonen voornamelijk in de Randstad en het werkende deel heeft hoge lonen in vergelijking tot werknemers uit de buurlanden Duitsland en België. Een onbekend deel van deze Britten werkt voor Britse bedrijven die in ons land gevestigd zijn. Bedrijven uit het VK zijn op die uit Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk na de belangrijkste buitenlandse werkgevers in Nederland, met 1.310 ondernemingen met een Britse moeder.

Britten in Nederland werken net als veel andere immigranten in de handel en de zakelijke dienstverlening, maar zijn oververtegenwoordigd in de financiële dienstverlening en de informatie- en communicatiesector. In deze sectoren liggen de lonen hoger dan gemiddeld. Ook binnen deze sectoren verdienen de Britse werknemers meer dan hun collega’s.

Mochten de EU en het VK er niet in slagen om een akkoord over de brexit te sluiten, dan stelt de Nederlandse regering een nationale overgangsperiode in tot 1 juli 2020. Tijdens deze overgangsperiode houden Britten die voor de brexit rechtmatig in Nederland verbleven hun rechten op verblijf, studie en werk in Nederland. Dit geldt ook voor familieleden van Britse burgers die zelf geen EU-nationaliteit hebben. Gedurende deze periode kunnen Britten een permanente verblijfsvergunning aanvragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Voor het krijgen van deze verblijfsvergunning gelden dezelfde verblijfsvoorwaarden als voor niet-EU-burgers. Daarmee kunnen alle Britten die rechtmatig in Nederland verblijven, er gewoon blijven wonen, studeren en werken.

Britten zijn ruim vertegenwoordigd in de hoogste loonschalen. Dit doet vermoeden dat er ook een grote groep Britten is die wel in Nederland werkt, maar in het VK is blijven wonen en minimaal eens per week heen en weer reist. Anders dan voor Duitse en Belgische grensarbeiders geeft het CBS geen statistieken over deze Britse grensarbeiders. Ook voor Britse grensarbeiders geldt dat Nederland bij een no-deal-brexit een nationale overgangsperiode instelt tot 1 juli 2020. Ze mogen tot die datum in Nederland blijven werken bij een no deal, maar alleen bij het bedrijf waar ze voor de brexitdatum al werkten. Na de overgangsperiode moeten ze een verblijfsaantekening voor in hun paspoort aanvragen bij het IND, waarbij ze dan moeten bewijzen dat ze al voor de brexitdatum in Nederland werkten. De verblijfsaantekening is een jaar geldig. De toetsingscriteria voor het toekennen van de verblijfsaantekening zijn hetzelfde als nu voor niet-EU-burgers.

Na een no-deal-brexit is het voor Nederlandse ondernemers alleen mogelijk om werknemers en grensarbeiders uit het VK aan te nemen op basis van een tewerkstellingsvergunning. Die krijgt het bedrijf alleen als het aantoonbaar geen geschikte kandidaat voor de functie heeft gevonden in landen van de Europese Economische Ruimte (EU plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein). Britten die zich na brexit in Nederland willen vestigen moeten een verblijfsvergunning als ‘derdelander’ aanvragen.

Als er wel een brexit-deal komt, loopt de tussen VK en EU overeengekomen overgangsperiode tot en met 31 december 2020. Voor Britse werknemers in Nederland verandert er in die periode niets. Het VK en de EU onderhandelen in de tussentijd over een definitief uittredingsakkoord. De Britten die voor de brexit rechtmatig in Nederland verbleven houden dan hun rechten op verblijf, studie en werk in Nederland. Dit geldt ook voor familieleden van Britse burgers die zelf geen EU-nationaliteit hebben. Ze moeten wel een definitieve verblijfsvergunning aanvragen. De Nederlandse werkgever hoeft geen aparte werkvergunning aan te vragen.