Nederlandse ondernemers minder pessimistisch over brexit

door: Loek Caris

  • Brexit-gevoelige bedrijven worden wat minder pessimistisch

  • ABN AMRO schat kans op wanordelijke brexit momenteel in op 25 procent

  • Sterk gegroeide interesse van VK-bedrijven voor vestiging in NL

Ondernemers in sectoren met een hogere dan gemiddelde gevoeligheid voor de brexit zijn iets minder pessimistisch geworden over hun omzet en afzet op de korte termijn. Dat blijkt uit de jongste Conjunctuurenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is een trendbreuk ten opzichte van de voorgaande kwartalen, die voor ons bovendien onverwacht is, aangezien we de kans op een wanordelijke brexit juist hoger inschatten dan een paar maanden geleden.


We hebben vijf verklaringen voor de afnemende zorgen onder ondernemers

Alles went. “If there’s one thing that’s certain in business, it’s uncertainty”, zo zegt managementgoeroe Stephen Covey regelmatig. Het brexit-dossier sleept inmiddels drie jaar voort en de Britten hebben dit jaar tot twee keer toe aan de Europese Unie (EU) gevraagd om een verlenging van hun verzoek tot uittreding. Dit zorgt voor gewenning bij ondernemers, die bovendien weten dat de EU open staat voor een derde uitstel.

Timing van de enquête. De vorige uitvraag van de Conjuntuurenquête Nederland (COEN) was begin april, terwijl het brexit-debat in de Verenigd Koninkrijk (VK) eind maart een nieuwe parlementaire climax kende. De uitvraag van de deze week gepubliceerde cijfers was in juli, waarbij de ondernemers gevraagd is om hun verwachtingen voor juli, augustus en september te uiten. Dat is ruim voor de nieuwe brexit-deadline van 31 oktober, zo stelt onder anderen econoom Joost Veenstra van branchevereniging voor de technologische industrie FME.

Voorbereiding afgerond. Hoe langer het brexit-dossier open ligt, hoe meer ondernemers de tijd hebben gehad om zit voor te bereiden. En een goede voorbereiding neemt een deel van de onzekerheid weg. Cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland over het gebruik van het Brexitloket.nl wijzen hierop.

Nieuwe hamsterronde. Net als in de aanloop van de eerste brexit-deadline van 29 maart, lijken Britse consumenten weer extra voorraden in te slaan voor de nieuwe deadline van 31 oktober. Een vijfde van de Britten heeft zich volgens een onderzoek van de kredietverstrekker Premium Credit momenteel ingedekt tegen de ergste gevaren van de brexit door extra voedsel en medicijnen in te slaan. Hier profiteren Nederlandse exporteurs van.

Geen importtarieven. Begin maart (dus nog voor de vorige COEN-uitvraag) maakte de Britse regering duidelijk dat zij bij een wanordelijke brexit geen importheffingen zal gaan opleggen voor 80 tot 90 procent van alle producten uit de EU. In de maanden die volgden, is dit voornemen bestendigd. Voor begin maart werd algemeen aangenomen dat de Britten na een no deal-brexit het strenge WTO-handelsregime zouden overnemen, waardoor vijf van de top-tien categorieën van Nederlandse exportgoederen een importtarief zouden krijgen en daarmee minder concurrerend zouden worden.

Onze brexit-scenario’s

Met het vertrek van premier Theresa May is de kans op een wanordelijke brexit, ofwel een uittreding van het VK zonder handelsafspraken, behoorlijk toegenomen. De enige grote verandering is dat er een nieuwe regeringsleider is benoemd in de persoon van Boris Johnson. Algemene verkiezingen zijn uitgebleven. Dat betekent dat het Britse parlement niet van samenstelling is veranderd. En in dat parlement is de afgelopen maanden nog steeds geen meerderheid ontstaan voor welke uittredingsscenario dan ook. Als dit zo blijft, vallen de Britten per 31 oktober zonder overeenkomst uit de EU.
ABN AMRO maakt regelmatig inschattingen over de vorm die de brexit kan aannemen. Dit zijn onze huidige scenario’s:

Wanordelijke brexit: 25 procent kans (voorheen 15 procent) – Johnson heeft minder moeite met een ‘no deal’ dan zijn voorganger May. De nieuwe premier heeft na zijn aantreden ruim de helft van het zittende kabinet vervangen door ‘brexiteers’; personen die aansturen op uittreding, desnoods zonder akkoord. Het Britse parlement heeft eerder dit jaar diverse moties aangenomen waarin wordt gesteld dat het VK niet zonder overeenkomst uit de EU mag treden. Maar als het kabinet uiteindelijk niet in staat is om een uittredingsovereenkomst aan het parlement aan te bieden, dan heeft het parlement – behalve een motie van wantrouwen – maar weinig wapens om een no deal-brexit tegen te houden.

Ordelijke brexit/soft brexit: 40 procent kans (voorheen 45 procent) – Een ‘soft brexit’ kan op twee manieren tot stand komen. De eerste is als Johnson erin slaagt om in Brussel een meer gunstige uittredingsovereenkomst te bedingen dan het voorstel dat May tevergeefs door het parlement trachtte te loodsen. Een van de voorwaarden van Johnson is dat de garanties van tafel gaan die de Europese Commissie bij May heeft bedongen over ongestoorde handelsstromen tussen Ierland en Noord-Ierland, de zogeheten ‘backstopregeling’. Dat lijkt lastig, gezien de harde opstelling van Brussel de afgelopen maanden. De tweede manier is als het parlement Johnsons ‘brexiteerskabinet’ ten val brengt met een motie van wantrouwen. Dit levert nieuwe verkiezingen op die waarschijnlijk door de Labour Party worden gewonnen. Deze partij is voor een douane-unie met de EU.

Bremain: 35 procent kans (voorheen 40 procent) – Een toekomstige Labour-regering kan een nieuw brexit-referendum uitschrijven. Veel Labour-parlementariërs zijn hier voor, evenals een meerderheid van de partijleden. De kansen op een referendum worden groter als een nieuwe Labour-regering voor het bereiken van een parlementaire meerderheid moet samenwerken met de Liberal Democrats en/of de Scottish National Party. Deze partijen willen dat het VK in de EU blijft. Uit peilingen blijkt dat een meerderheid van de Britse bevolking inmiddels hetzelfde wil. ‘Bremain’ kan ook nog tot stand komen als de huidige conservatieve regering vanwege een politieke impasse en uit angst voor nieuwe verkiezingen het uittredingsbesluit herroept.

Brexit, wat levert het op?

Tot begin dit jaar zijn ruim zestig bedrijven vanuit het VK naar Nederland verhuisd vanwege de dreigende brexit. Zij investeren 310 mln euro in de Nederlandse economie en brengen circa 2400 nieuwe banen mee. Dat meldt het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) desgevraagd. Nog eens 250 bedrijven hebben volgens de NFIA vanwege de verwachte brexit serieuze interesse om zich in ons land te vestigen.

Onder de zestig gearriveerde ‘brexit-vluchtelingen’ bevinden zich vooral bedrijven die zich zorgen maakten over een moeilijkere ‘papieren toegang’ tot de communautaire markt. Dit gaat voor om bedrijven uit de farmaceutische sector, financials en fintechbedrijven, en grote mediabedrijven. De bedrijven die nu aan de poort kloppen zijn meer divers, zo laat het NFIA weten. Deze groep maakt zich vooral zorgen over de gevolgen van grenscontroles en personenverkeer, ofwel de ‘fysieke toegang’ tot de Europese markt.

Het NFIA komt op 26 augustus met nieuwe cijfers over het aantal bedrijven dat zich vanwege de naderende brexit in Nederland wil of gaat vestigen.

Brexitfeiten en -verwachtingen

Het VK is na Duitsland en België de derde exportmarkt voor Nederland. Omgekeerd is ons land de vierde exportmarkt voor de Britten. Een ordelijke brexit heeft volgens ABN AMRO op korte termijn geen nadelig effect op de Nederlandse bbp-groei. Op lange termijn (2030) blijft de schade beperkt tot een lager bbp van maximaal 1 procent op jaarbasis. Bij een wanordelijke brexit komt omvang van de Nederlandse economie in 2030 naar schatting 1,25. De brexit kan over zo’n langere termijn echter ook innovatiekracht opleveren waardoor het nadelige effect op de bbp-groei binnen de perken blijft. Ook voor bedrijven die niet rechtstreeks handelen met het VK kan een wanordelijke brexit negatief uitpakken. Toeleveranciers van deze bedrijven kunnen namelijk wel handelsbanden met het VK hebben. Dit kan leiden tot langere levertijden en hogere prijzen.