Hoe lang is de OPEC nog concessiebereid?

door: Hans van Cleef

De OPEC houdt de olieprijs op niveau door haar productie te verlagen ten gunste van de Amerikaanse olieproductie. Dat kost het kartel marktaandeel. De vraag is hoe lang de OPEC dat nog accepteert.

De olieprijs kent vele drijfveren. Toch zijn al deze drijfveren terug te leiden naar de eerste les economie: de prijs van een schaars goed – zoals olie – wordt bepaald door vraag en aanbod. Op het gebied van het aanbod van olie is de afgelopen jaren veel veranderd. Maar de allergrootste ‘game changer’ was toch wel de enorme opkomst van de productie van schalieolie in de Verenigde Staten.

De sterke stijging van de Amerikaanse olieproductie heeft de VS getransformeerd van de grootste olie-importeur tot de grootste olieproducent ter wereld, hoewel de VS nog altijd veel olie importeert. Met een totale olieproductie van meer dan 12 miljoen vaten per dag zijn de Amerikanen Rusland en Saoedi-Arabië ruimschoots gepasseerd. En dat is niet zonder gevolgen. Immers, hoewel de mondiale vraag naar olie gestaag toeneemt, groeit het aanbod van olie op dit moment nog sneller. Deze groei komt bijna volledig op het conto van de VS. Dit houdt in dat andere olieproducenten hun productie neerwaarts moeten bijstellen om een enorm overaanbod – en dus een heel lage olieprijs – te voorkomen. Bijkomend gevolg is een verschuiving van marktaandeel.

Ervaringen uit het verleden

In 1986 heeft Saoedi-Arabië de oliekraan al eens dichtgedraaid terwijl er steeds meer marktaandeel wegvloeide. Destijds was het de olieproductie op de Noordzee die een enorme groei liet zien. Saoedi-Arabië verlaagde haar productieniveau van zo’n 10 miljoen vaten per dag naar minder dan 3 miljoen. Eens maar nooit weer, moeten ze in de hoofdstad Riaad gedacht hebben.

In 2014 heeft Saoedi-Arabië een duidelijk signaal afgegeven. De OPEC besloot actief beleid te voeren tegen de opkomst van Amerikaanse schalieolie. Door haar productiequotum te handhaven ontstond er een overaanbod op de markt en daalde de olieprijs snel. Het leek succesvol. Met een vertraging van zo’n zes maanden daalde de Amerikaanse olieproductie onder druk van het gebrek aan winstgevendheid. Maar het ‘succes’ had ook een keerzijde. Alle olieproducenten keken kritisch naar hun productieproces. Door toeleveranciers tot lagere marges te dwingen en het efficiënter maken van de productie bleek men in staat de kosten met tientallen procenten te kunnen verlagen. Als gevolg hiervan begon na ruim een jaar de Amerikaanse olieproductie alweer toe te nemen. Uiteindelijk bleek dit dus een kostbare aangelegenheid voor de OPEC.

De lage olieprijs was ook voor het kartel zelf niet langer houdbaar en dit dwong de OPEC tot een nieuwe strategie. Door de productie eind 2016 te verlagen en een nauwe samenwerking te zoeken met andere olieproducenten, zoals Rusland, werd de oliemarkt in balans gebracht. In zijn rol als swing-producer (olieproducent die bereid is om productie te verhogen/verlagen om de markt in evenwicht te houden) heeft Saoedi-Arabië ook nu het grootste aandeel voor zijn rekening genomen. Dit ‘productieverlagingsakkoord’ van de zogeheten OPEC+ geldt nog steeds en is onlangs verlengd tot maart 2020.

Marktaandeel OPEC

Door de productieverlagingen van OPEC+ lijkt er een bodem te zijn gelegd onder de olieprijs. Maar is het terecht dat de markt blind vertrouwt op de bereidheid van de OPEC (lees Saoedi-Arabië) om maar marktaandeel in te blijven leveren ten gunste van de VS, of is deze heikele kwestie de spreekwoordelijke olifant in de kamer? Saoedi-Arabië heeft immers eerder met dit bijltje gehakt en ook nu sijpelt er weer marktaandeel uit handen van de sjeiks. Het OPEC-marktaandeel is afgenomen van ruim 40% in 2008 tot 32% nu en daalt nog steeds.

Maar zo snel als de olieproductie in de VS is toegenomen, kan deze ook weer afnemen. Een gemiddeld schalieolieveld produceert ongeveer 70% van het totale te verwachten productievolume in het eerste jaar. Om het huidige Amerikaanse groeitempo te handhaven moet er dus steeds meer geboord en geproduceerd worden. De OPEC lijkt er vanuit te gaan dat dit groeitempo niet houdbaar is en dat de organisatie op termijn, als olie-aanbieder van de toekomst, weer aan marktaandeel zal winnen.

De olifant in de kamer kan echter onrustig worden als de Amerikaanse schalieolieproductie wel langer blijft doorgroeien dan verwacht. Indien de OPEC het geduld niet kan bewaren en toch weer actief de productie laat toenemen om haar marktaandeel te beschermen, kunnen olieprijzen snel en ver dalen. Zo’n gevecht om marktaandeel wordt nu niet verwacht, maar zou menig belegger op het verkeerde been kunnen zetten.

 

Deze column verscheen eerder op Beleggers Belangen