Opleving campings biedt investeringskansen

door: Stef Driessen , Selma van der Graaf

De Nederlandse kampeersector beleefde in 2018 een goed jaar, vooral door het zeer gunstige zomerweer. De vooruitzichten voor 2019 zijn goed. Dat zijn opstekers voor een sector die het over het algemeen lastig heeft. ABN AMRO ondervroeg deskundigen om te peilen waar de kampeermarkt op inzet om het tij te keren.

Veel Nederlanders besloten in 2018 om hun vakantie in Nederland door te brengen, vaak last minute. Dat leidde na jaren van geleidelijke krimp tot een stevige toename in het campingbezoek. Het succes van vorig jaar blijkt zich bovendien dit jaar voort te zetten. De extra inkomsten die dit genereert, biedt voor campinghouders een goede gelegenheid om investeringen te doen met als doel aantrekkelijk te blijven. ABN AMRO gaat in dit rapport in op waar de sector op inzet en geeft enkele adviezen om in te spelen op een aantal belangrijke trends.

De belangrijkste conclusies in dit rapport:

  • 2018 was een goed jaar voor campings en het succes lijkt zich dit jaar te herhalen.
  • Nederlandse campings investeren weer bovengemiddeld veel, vooral in duurzaamheid en verhuuraccommodaties. Grotere professionele campings worden gesteund door Franse ketens die een eigen investeringsprogramma hebben.
  • Campinggasten hebben behoefte aan meer comfort en meer voorzieningen. Dit wordt deels veroorzaakt door de toename van gasten uit het buitenland, vooral Duitsers.

Topzomer 2018

Campings zijn bijzonder gevoelig voor het weer. In 2018 was het weer bijzonder gunstig. Weeronline telde maar liefst 93 mooiweerdagen. Dat is ruim boven het gemiddelde van 49 mooiweerdagen op de lange termijn en 60,8 mooiweerdagen in de afgelopen tien jaar. Een mooiweerdag doet zich voor als de zon minstens de helft van dag schijnt, de temperatuur boven normaal ligt en er hooguit 0,2 millimeter neerslag valt.

Weeronline analyseert niet alleen het weer, maar onderzoekt tevens welke activiteiten profiteren van meer zonnige dagen. In de warmste periode sprongen vooral strand, terras en de barbecue eruit. Voor veel mensen was het wel te warm om aan tennis, golf, hardlopen en voetballen te doen. Op de heetste dagen was het zelfs te warm voor fietsen en wandelen. Watersport was wisselend, omdat er perioden waren met erg weinig wind, waardoor het voor surfen en zeilen niet heel geschikt was. Voor kamperen was het natuurlijk een extreem goed seizoen.

 

Meer campinggasten, vooral buitenlanders

Volgens het CBS kwam het aantal campinggasten in 2018 op ruim 4 miljoen, een stijging van 10 procent ten opzichte van 2017. De groei is mede te danken aan de komst van 13,7 procent meer buitenlandse gasten over het hele jaar.  Duitsers brachten in de zomermaanden van 2018 1,9 miljoen nachten door op Nederlandse campings. Daarna komen de Belgen met 260 duizend overnachtingen. De overige internationale campinggasten komen vooral uit Europa.

Vooral de kustcampings profiteren. Zij ontvingen 11 procent meer gasten ten opzichte van 2012. Op de ‘binnenlandse’ campings lag het aantal gasten nog altijd 6 procent lager ten opzichte van dat jaar.

Voor 2019 rekent ABN AMRO op een gemiddelde groei van het aantal campingovernachtingen van 1,8 procent.

 

Investeren in kwaliteit & duurzaamheid

De dalende trend in het campingbezoek is deels veroorzaakt door de hogere eisen die gasten tegenwoordig stellen. Mensen hebben meer te besteden en wensen meer luxe en gemak en kiezen daarom vaker voor vaste accommodaties zoals hotels. Om deze trend te keren is het zaak dat campings op deze veranderende behoeften inspelen. Dat kunnen zij doen door relatief kleine investeringen te plegen waarmee het comfort wordt verhoogd, of meer rigoureuze, waardoor het karakter van het oorspronkelijke bedrijf volledig verandert.

Een rondgang langs deskundigen geeft een goed beeld van de uitdagingen waar de campingondernemers voor staan en waar zij voor kiezen. De algemene deler is dat veruit de meeste campingbedrijven de zomer van 2018 als ‘geslaagd’ ervaren. Als het gaat om de relatief kleine investeringen in kwaliteit, zijn duurzaamheid en onderhoud terugkomende thema’s.

In Zeeland, veruit de grootste kampeerprovincie van Nederland, ziet ABN AMRO dat er relatief veel kwaliteitsbedrijven zijn die blijvend investeren in de kwaliteit van hun aanbod. Voor dit jaar springen investeringen in duurzaamheid er uit. Diverse kleinere bedrijven kunnen zich dit echter niet altijd permitteren en kiezen ervoor om de extra opbrengsten van 2018 te steken in noodzakelijke investeringen die de afgelopen jaren zijn uitgesteld. In Zeeland worden dit jaar ook enkele grotere centrumgebouwen, geopend. Dat zijn echter investeringsbeslissingen die al enkele jaren geleden zijn genomen.

Ellen Kok, voorzitter van de vereniging VeKaBo waar ruim 1000 campings bij zijn aangesloten, ziet grote verschillen in de manier waarop campings naar de toekomst kijken. “Wij zien een tweedeling binnen ons ledenbestand. Er zijn campings waar geen bedrijfsopvolging meer is. Daar wordt nauwelijks meer geïnvesteerd. Anderzijds is er een groep jonge ondernemers die wel kansen ziet. Zij willen onder meer investeren in uitbreiding en meerwaarde bieden door zich te richten op een specifieke doelgroep.” Over het geheel laat het ledenbestand VeKaBo een dalende lijn zien.

Willem Kraanen van ZKA Leisure Consultants voert in diverse regio’s in Nederland vitaliteitscans uit. Hij neemt eveneens waar dat kampeerbedrijven op dit moment breed investeren in duurzaamheid. Volgens Kraanen verdienen veel duurzame investeringen zichzelf terug, al is er enige terughoudendheid met betrekking tot het plaatsen van zonnepanelen, omdat dit soms als ‘lelijk’ wordt ervaren. Verder ziet Kraanen dat kleinschalige familiebedrijven vooral een inhaalslag maken in het achterstallige onderhoud in de basisvoorzieningen. Zij brengen daarmee de kwaliteit van hun bedrijf weer op niveau. Grotere kwaliteitscampings investeren daarentegen steeds vaker in comfortabele verhuuraccommodaties. Daarmee spelen ze in op de behoefte aan meer luxe en comfort; het zogenaamde glamping-segment. De vraag naar vaste seizoensplekken neemt volgens Kraanen af.

 

Investeren in volledige transformatie

De ACSI, specialist in kampeergidsen en kampeervakanties, ziet in haar eigen reserveringssystemen dat Nederland in trek is. Frank Jacobs van de ACSI stelt dat veel bedrijven een goed jaar achter de rug hebben. “Dit heeft er toe geleid dat campings in Nederland weer wat reserves hebben kunnen opbouwen. Er lijkt meer ruimte te zijn voor investeringen, maar die zullen in het algemeen niet uitbundig zijn. De sector kent een aantal jaren van krimp en dat heeft geleid tot een ommezwaai bij de wat grotere campings. Daar is de afgelopen jaren een tendens geweest van camping naar resorts met chalets en vakantiewoningen in allerlei constructies.”

Volgens Jacobs beleeft het klassieke kamperen weer mooie tijden, maar staat menig campingeigenaar voor de vraag welke richting hij of zij moet inslaan. “De camper beleeft een opmars en de caravan, vouwwagen en tent blijven populair. Maar ook nieuwe groepen zonder kampeermiddel die in glamping een luxe vakantievariant hebben gevonden, blijven groeien. Beide groepen verdienen aandacht en verwachten vernieuwingen en innovaties. Gelukkig bieden deze goede tijden ruimte om daar goede keuzes in te maken.”

Trendwatcher Hans van Leeuwen, van Pleisureworld NRIT is somber over de klassieke kampeervariant. “De kampeersector is langzaam aan het verdwijnen. Je ziet dat veel campings de omslag maken naar vakantiepark met verhuureenheden en andere verdienmodellen. Op de verhuur van een accommodatie wordt veel meer verdiend en ook de inkomsten uit de horeca of evenementen nemen toe. Bedrijven die deze omslag maken, hebben de toekomst, maar behoren na de transitie niet meer tot het campingsegment.”

Samengevat kan worden gesteld dat de campings hun extra middelen in drie categorieën steken:

  1. Kwalificerende investeringen. Dit zijn investeringen die ervoor zorgen dat de kwaliteit op voldoende niveau is en blijft. Het gaat om onder meer investeringen in de website en voorzieningen die gedateerd raken, waarbij naast sanitaire voorzieningen ook ‘sneller internet’ en een ‘hogere capaciteit van het stroomnet’ worden genoemd.
  2. Orderwinnende investeringen. Dit zijn investeringen die ervoor zorgen dat nieuwe klanten worden aangetrokken. Dat zijn naast investeringen in marketing en attracties ook de aanschaf van laadpalen en luxe verhuuraccommodaties, veelal in het glampingsegment.
  3. Het aanleggen van reserves. Dit kan zijn om klappen op te vangen, wanneer zich weer magere jaren aandienen. Ook kan het betekenen dat geld wordt vrijgemaakt voor het doen grotere investeringen die een langere doorlooptijd hebben dan één jaar, bijvoorbeeld gebouwen of bijzondere voorzieningen.

 

Impuls uit Frankrijk

Los van de inspanning van de binnenlandse campingondernemers, laten buitenlandse investeerders in toenemende mate hun oog op de sector vallen. Dit geeft nieuwe impulsen aan de sector, zij het dat dit eveneens betekent dat de beweging wordt versneld waarbij klassieke campings plaats maken voor parken met verhuur van vaste accommodaties.

Dit jaar zijn al zes Nederlandse campings in Franse handen overgegaan. In Frankrijk is de ketenvorming van recreatiebedrijven in een verder stadium als in Nederland en deze ketens kijken op dit moment naar uitbreiding buiten de landsgrenzen. Wat opvalt is de kopers kwalitatief goede bedrijven kopen en daar een eigen investeringsprogramma op loslaten.

Zo kocht de keten Capfun De Bongerd in Tuitjenhorn, park Zeumersehof in Voorthuizen en Het Stoetenslagh in Rheezerveen. Investeringsplannen behelzen in eerste instantie het toevoegen van relatief eenvoudige chalets. Capfun kan door haar marktomvang scherp inkopen en biedt zijn gasten bij voorkeur een uniforme accommodatie.

De Franse vakantieparkketen Siblu heeft twee campings in Zeeland gekocht: camping In de Bongerd in Oostkapelle en camping De Oase in Renesse. Deze Franse campingketen onderscheidt zich met hoogwaardige centrale voorzieningen en bouwt deze in Nederland bij wanneer deze nog niet voldoende aanwezig zijn. Siblu opent in 2020 op de Oase een gloednieuw centrum met onder andere een overdekt zwembad, restaurant en ‘kids clubs’.

Huttopia is de derde Franse partij die actief is in Nederland. Het bedrijf kocht begin dit jaar Camping De Roos in Ommen en heeft al aangegeven op zoek te zijn naar nog meer locaties die passen in hun natuurgerichte formule. Recreatiemakelaar Henk Jan Kruidenier: “Franse bedrijven hebben de Nederlandse markt ontdekt. Nederland is toeristisch een aantrekkelijke markt.”

 

Stijgende trend zet door in 2019

Goed nieuws is dat Nederlanders dit jaar nog vaker op zomervakantie met de caravan en vouwwagen willen dan in 2018. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek van NBTC-NIPO Research naar de vakantieplannen van de Nederlandse bevolking. De positieve signalen van NBTC-NIPO worden bevestigd door de Stratech-benchmark. Deze benchmark onder tachtig bedrijven geeft een breed overzicht van de recreatiemarkt en is goed vertegenwoordigd onder familiebedrijven. Stratech stelt dat het nu al vaststaat dat de zomer van 2019 beter gaat presteren dan die van 2018. Eind juni zijn 7,5 procent meer boekingen gemaakt vergeleken met dezelfde periode vorig jaar, wat in totaal 12,4 procent meer omzet oplevert. Het merendeel van deze boekingen (73 procent) is in 2019 gemaakt. Juni is hierbij een uitschieter; deze maand was goed voor 19 procent van alle boekingen.

In 2018 werd het merendeel van de boekingen (87 procent) eveneens in het jaar zelf gemaakt. In dat jaar zijn echter veel last minute-boekingen gemaakt, mede dankzij het extreem goede weer. De maanden juli en augustus 2018 waren goed voor maar liefst 52 procent van alle boekingen in de zomerperiode, aldus Stratech.

 

Trends & adviezen 

Vooruitblikkend op het komende seizoen ziet ABN AMRO diverse trends en kansen. Het staat vast dat in de zeer competitieve markt van kampeerbedrijven grote noodzaak bestaat dat ondernemers zich onderscheiden en blijven vernieuwen. De toename van buitenlandse gasten, de behoefte aan meer comfort en het belang van verduurzaming zijn hierbij de hoofdrichtingen.

  • Meer buitenlandse gasten en vooral meer Duitsers betekent meer behoefte aan een hoger kwaliteitsniveau. Duitsers zijn bovendien gevoeliger voor het milieu.
  • De internationale groeikansen reiken verder dan alleen gasten uit Duitsland en België. Een relatief nieuwe markt is Oost-Europa. Daar zijn de inkomens inmiddels op een niveau dat een vakantie naar Nederland voor een relatief grote groep tot de opties behoort. In deze landen is bovendien al een kampeercultuur aanwezig.
  • De komst van meer buitenlanders en de afname van vaste seizoensplekken is over het algemeen goed nieuws voor het eventueel aanwezige restaurant en overige mogelijkheden op de camping, zoals fietsverhuur en arrangementen.
  • Steeds minder mensen hebben een eigen kampeermiddel. Dat vraagt om uitbreiding van verhuureenheden en eventueel een totale overgang waarbij het idee van klassiek kamperen wordt verlaten.
  • De hogere bestedingen van de gasten biedt kansen op het inzetten van de transitie van de kampeerplek naar een concept van luxe verhuuraccommodaties. Dit vraagt om de nodige investeringen, maar is noodzakelijk om op de lange termijn aantrekkelijk te blijven. Franse ketens die in Nederland investeren, zetten hier op grote schaal op in.
  • Als we ervan uit gaan dat er meer zomerse dagen per jaar komen, dan worden enkele specifieke investeringen aantrekkelijk. Dit betreft bijvoorbeeld attracties als zwembaden, sprayparken of waterglijbanen, de beschikbaarheid van meer schaduwrijke terrassen en kampeerplekken en airco in centrale ruimtes. Een toenemend aantal campings investeert in zonnepanelen.
  • De snelle ontwikkeling van techniek vereist dat de kampeersector regelmatig vernieuwingen aanbrengt in het internet en de stroomvoorziening, net als het doen van voortdurende aanpassingen aan onder meer online marketing, de website en de reserveringssoftware.