Crisis in de staalindustrie

door: Casper Burgering

Het valt me op dat grote bedrijven in de staalindustrie de laatste tijd weer veelvuldig in het nieuws terecht komen. Helaas niet in positieve zin. Zo werd de fusie van de Europese staalgiganten Tata en ThyssenKrupp geblokkeerd door de Europese Commissie (EC). Beide bedrijven gaan nu zoeken naar kostenbesparingen. Daarbij wordt het verlies van banen niet uitgesloten.

Het Britse bedrijf British Steel heeft veel last van afnemende orders door de brexit onzekerheid. En door de brexit heeft het bedrijf ook voorlopig geen toegang meer heeft tot het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Met dit systeem worden emissierechten verhandeld. British Steel had een vaak een overschot aan deze rechten en kon die verkopen. Nu die toegang is bevroren, verliest het bedrijf inkomsten. Een faillissement dreigt.

Ook bij ArcelorMittal loopt niet alles even vlekkeloos. Het bedrijf heeft teveel last van overcapaciteit en gaat productielijnen stil leggen. Dat gaat in eerste instantie ten koste van flexwerkers. Is dit allemaal gerommel in de marge of is hier sprake is van een heuse crisis?

Ongebreidelde groei van de output

De staalindustrie is een cyclische sector. De groei in de activiteit deint keurig mee op de golven van de economie. Dat merkten we tijdens de financiële crisis van 2008. De activiteit in de staalindustrie kromp aanzienlijk bij een sterke teruggang van de mondiale economie. Gelukkig trok de aanhoudende groei van de Chinese economie de mondiale staalindustrie destijds uit het dal. China was in staat om zichzelf letterlijk uit de recessie te bouwen. De vraag naar en productie van staal nam daarmee een vlucht. In de periode 2008-2018 groeide de staalproductie van China met 85%.

Dit staat in schril contrast met de situatie in Europa. Daar daalde de staalproductie met 15% in dezelfde periode. Het resulteerde uiteindelijk in de vorming van een mondiale staalreus. China heeft inmiddels een aandeel van 52% in de mondiale staaloutput in 2018. Nu de Chinese motor echter begint te sputteren, rollen de lijken uit de kast. De Chinese economie koelt af en de groei van de vraag naar metalen staat onder druk. Wat overblijft is een staalindustrie die zucht onder overcapaciteit.

Hoge inputkosten

Veel staalfabrikanten hebben moeite om de winstgevendheid op peil te houden. Overcapaciteit drukt de prijzen. Die staan nu relatief laag. En dat komt erg ongelegen zodra prijzen voor ijzererts en cokeskolen stijgen. Dit zet weer druk op de marges. De bedrijven in de staalindustrie worden gedwongen om te sturen op kostenefficiency. Want heel veel marktmacht hebben zij niet. Zo kunnen zij richting de grote grondstoffenleveranciers (Vale, Rio Tinto, BHP Billiton) geen lagere grondstofprijzen eisen. En aan de afnemerskant is de situatie niet veel anders. Het is lastig om de gestegen kosten door te berekenen aan de machtige afnemers, zoals de automotive sector. Alleen de staalfabrikanten met eigen mijnen (zoals ArcelorMittal) kunnen nog profiteren van de situatie.

Krimp van de vraag

De problemen voor de staalsector namen toe op het moment dat Trump zijn importtarieven op staal aankondigde in maart 2018. Dat werkte disruptief door in de mondiale staalhandel. De VS ging meer staal zelf produceren. Staal dat voorheen richting de VS werd verscheept, zocht een andere eindbestemming. Het overvloedige staal drukte de prijzen in veel regio’s. De timing was ronduit slecht. Want tegelijkertijd nam de economische activiteit in veel landen af en daalde de vraag naar staal. De situatie is in de tussentijd niet veel verbeterd. De industriële activiteit loopt terug, de autoverkopen krimpen en het groeitempo in de bouwsector ligt lager. Wat nog kan helpen is het Chinese economische stimuleringsprogramma. Dat kan nog enig herstel in de vraag naar staal realiseren. Met name de bouwgerelateerde vraag. Het netto-effect hiervan valt echter tegen.

Crisis!

Argumenten genoeg dus wat mij betreft om te stellen dat we te maken hebben met een serieuze crisis in de staalindustrie. De belangrijkste strijd in deze crisis is nog lang niet gestreden. Het terugdringen van de overcapaciteit verdient de hoogste prioriteit. Het sluiten van overbodige staalfabrieken is echter een besluit wat niet zomaar is genomen. Zeker niet als dat ten koste gaat van het vaste personeel. Want daar zijn veel kosten aan verbonden en stuit op de nodige maatschappelijke weerstand.

Consolidatie

Consolidatie is een andere oplossingsrichting om de overcapaciteit te beteugelen. Want dat levert potentieel kostenreductie en efficiency op. Maar omdat de EC geen voorstander is van machtsblokken, zal die consolidatieslag meer plaatsvinden in het middensegment. Hier is de schaal echter relatief klein en dat betekent dat het tempo van de capaciteitsreductie laag ligt. Tot slot kan ook een economische crisis een flinke hap nemen uit de bestaande capaciteit. De kans hierop lijkt echter klein, gezien de mondiale stimuleringsprogramma’s van veel centrale banken. Zombiebedrijven worden daarmee in leven gehouden. Mijn conclusie is dat overcapaciteit voorlopig nog als een molensteen om de nek van de staalindustrie blijft hangen.

 

Deze column heeft ook gestaan op de website van Beleggers Belangen.