Bouwsector groeit door, maar vertrouwen daalt

door: Madeline Buijs , Casper Wolf

De groeiverwachtingen voor de Nederlandse economie zijn verlaagd. Ook de woningmarkt komt in een rustiger vaarwater. Ondanks dit groeit de bouwsector naar verwachting in 2019 nog flink. In 2020 zal de groei gematigder zijn. Een voorbode hiervoor is het vertrouwen van bouwondernemers, dat daalde de afgelopen kwartalen.

Lees meer in de nieuwe Stand van de Bouw van juli 2019:

Stand-van-de-Bouw-juli-2019.pdf (1 MB)
Download

Vertrouwen bouwbedrijven op hoog niveau, maar daalt verder

Het ondernemersvertrouwen onder bouwbedrijven ligt op een hoog niveau, maar daalde in het tweede kwartaal van 2019 voor het tweede kwartaal op rij. Het vertrouwen kwam uit op 27,8. Het ondernemersvertrouwen in de bouw ligt wel een stuk hoger dan in Nederland als geheel. Het gemiddelde vertrouwen van alle Nederlandse ondernemers kwam in het tweede kwartaal uit op 12. Het vertrouwen van ondernemers in de hout- en
bouwmaterialenindustrie maakte in het tweede kwartaal van 2019 een duikvlucht. Hun vertrouwen daalde van 21,6 naar 10,7. Dit is een negatief signaal voor de rest van de bouwsector, want de producenten zijn betrokken in een vroege fase van de bouwketen en hebben daarom een voorspellende waarde voor de ontwikkelingen in de bouwsector.

Vooral bouw in steden en door woningcorporaties

De bouw van nieuwe woningen loopt de komende jaren terug. Het aantal nieuwe woningen waarvoor een vergunning is afgegeven lag in het eerste kwartaal van 2019 30,5 procent lager dan in het eerste kwartaal van 2018. Ook over een langere periode is een daling te zien. De afgelopen vier kwartalen daalde het aantal nieuwe woningen waarvoor een vergunning is afgegeven met 9,2 procent j-o-j. Vooral commerciële partijen bouwen minder. De afgelopen vier kwartalen daalde het aantal nieuwe woningen waarvoor zij een vergunning aanvroegen met 14,9 procent j-o-j. Zij vragen vooral minder vergunningen aan voor nieuwe huurwoningen. Dit kan te maken hebben met de (dreiging van) strengere regels die verschillende gemeentes hanteren voor de bouw van huurwoningen, zoals een maximale huur en het verbod op de verkoop van huurwoningen binnen een bepaalde termijn. Ook het aantal koopwoningen dat zij bouwen loopt terug. Woningcorporaties vragen juist meer vergunningen aan. Dit komt doordat er in Amsterdam veel meer sociale huurwoningen worden gebouwd.

De bouw van nieuwe woningen is regionaal zeer verspreid. De meeste nieuwe woningen worden de komende jaren in de grotere steden gebouwd. Amsterdam spant de kroon, maar ook in Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Almere en Groningen wordt veel gebouwd. Welke woningen er komen, verschilt wel. Dit laat duidelijk zien hoe decentraal beslissingen over de woningbouw genomen worden. In Amsterdam, Utrecht en Almere komen vooral huurwoningen. Terwijl dat in Eindhoven, Groningen en Rotterdam vooral koopwoningen zijn. Nu is de regionale behoefte ook verschillend, maar in de grote steden is op dit moment vooral een tekort aan huurwoningen.

Meer investeringen in utiliteitsbouw

De investeringen in de utiliteitsbouw (nieuwbouw en renovatie) nemen de komende jaren toe. In de afgelopen vier kwartalen tot en met het eerste kwartaal van 2019 steeg de waarde van de afgegeven vergunningen met 12,4 procent tot 6,5 miljard euro in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Het grootste deel van deze investeringen wordt de komende jaren in het westen van Nederland uitgegeven en daar is ook de sterkste stijging van de investeringen te zien. Het westen wordt gevolgd door het zuiden van het land, waar ook een flinke stijging in de investeringen te zien is. Ook in het noorden van Nederland stijgen de investeringen, maar ligt het absolute bedrag een stuk lager. In het oosten nemen de investeringen af.

Veel scholen hebben te maken met achterstallig onderhoud. Nu het economisch goed gaat, wordt er daarom ook meer in scholen geïnvesteerd (zowel nieuwbouw als renovatie). De meeste investeringen worden in het westen en zuiden van Nederland gedaan. De vraag naar nieuwe kantoren neemt toe nu de werkgelegenheid hoog is. De komende jaren worden er vooral kantoren in het westen van Nederland gebouwd. Er wordt nog relatief weinig in winkels geïnvesteerd, maar er is wel een groei te zien van 14,8 procent in vergelijking met de vorige periode. De meeste investeringen worden in het westen van Nederland gedaan, maar in het noorden
van Nederland groeien de investeringen het hardst. Er wordt zowel meer geïnvesteerd in renovatie als nieuwbouw.

Nieuwbouw bedrijfshallen stijgt niet, wel de zichtbaarheid

Uit cijfers blijkt dat het aantal afgegeven bouwvergunningen voor industriële gebouwen in de afgelopen jaren stabiel was. De waarde ervan steeg wel. De meeste vergunningen zijn afgegeven in Oost-Nederland. De gemiddelde omvang van de gebouwen waarvoor bouwvergunningen zijn afgegeven is sinds 2016 in de meeste landsdelen gestegen. In West- en Zuid-Nederland zelfs tot rond de 6.000 vierkante meter. Dit gemiddelde daalde in het afgelopen halfjaar wel sterk in Oost- en West-Nederland. In het westen gaat het zelfs om een halvering.

Tussen 2012 en 2014 was de gemiddelde hoogte van verdiepingen in bedrijfsgebouwen rond de 7 meter. Sinds de tweede helft van 2017 stijgt de gemiddelde hoogte in alle landsdelen. In Zuid-Nederland steeg deze hoogte vanaf het vierde kwartaal van 2016 met 45 procent van 6,6 meter tot 9,5 meter in eerste kwartaal van 2019.

Bouwers en projectontwikkelaars realiseren dus niet meer bedrijfshallen dan in eerdere jaren. De nieuwe bedrijfshallen zijn echter relatief groot van omvang gekeken naar het aantal vierkante meters. Ook neemt de hoogte van de gebouwen toe en daarmee de zichtbaarheid voor de omgeving. Uitgaande van een realisatietijd van een tot twee jaar zullen er dus in de komende periode nog meer grote bedrijfshallen in het landschap verschijnen. Doordat de bedrijfshallen steeds groter worden, neemt ook de waarde ervan toe.

Hogere bedrijfshallen betekenen waarschijnlijk lagere bouwkosten, door minder dak- en grondoppervlak. Bij verdere groei van de hoogte kunnen de kosten juist gaan stijgen. Hogere gebouwen vereisen zwaardere draagconstructies.

Openstaande vacatures blijven hard toenemen

Het vertrouwen van ondernemers in de bouw in het aantal te verwachten vacatures nam de afgelopen maanden af, net als in de industrie en commerciële dienstverlening. Het vertrouwen is nog hoog en ook nog hoger dan in de andere sectoren. 26,5 procent van de bouwondernemers geeft aan dat zij het tekort aan arbeidskrachten als een belemmering ervaren. Dit is weer iets meer dan het kwartaal ervoor, maar ligt wel ruim onder de piek van eind 2018 toen38,9 procent van de ondernemers een tekort rapporteerde. Het lijkt daarom weer iets rustiger op de arbeidsmarkt.

Het aantal openstaande vacatures neemt daarentegen weer hard toe. In het eerste kwartaal van 2019 stonden er 18.900 vacatures open. Een stijging van 21,2 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Het aantal banen in de bouw neemt nog gestaag toe. In februari 2019 waren er 325.000 banen in de bouw, een stijging van 3,8 procent j-o-j. Gezien het aantal vacatures, is het tempo waarmee er nieuwe banen bijkomen te laag.