Nederlandse economie in zicht – Groei zakt verder in

door: Nico Klene

  • De groei van de Nederlandse economie vertraagt verder naar 1,3% dit jaar en 1,1% in 2020, en valt daarmee lager uit dan we eerder dachten – vooral in 2020
  • De recente verdere verscherping van de handelsoorlog is reden voor de verlaging van onze ramingen
  • De uitvoer neemt minder toe door de magere expansie van de wereldhandel
  • De stijging van de particuliere consumptie valt flink terug, voornamelijk door de geringere verbetering van het beschikbaar inkomen, maar ook onder invloed van het lagere consumentenvertrouwen
  • De bedrijfsinvesteringen nemen minder toe door de minder gunstige afzetperspectieven. Door de escalatie van de handelsoorlog zal het ondernemersvertrouwen verder afkalven. Dat zal vooral volgend jaar de investeringscijfers drukken
  • Enig tegenwicht komt van de sterker stijgende overheidsbestedingen
  • De werkloosheid is nu lager dan tijdens de vorige hoogconjunctuur. Maar door de vertraging van de economische groei zal de banengroei afzwakken en de werkloosheid weer oplopen – met name volgend jaar
Ned-economie-in-zicht-juni19-2.pdf (310 KB)
Download

In het kort:

Groei Nederlandse economie vertraagt dit en volgend jaar verder

De groei van de Nederlandse economie vertraagt dit jaar naar 1,3, van ruim 2½% in 2018. Zowel de binnenlandse bestedingen als de uitvoer zijn daar debet aan. De uitvoer voelt de gevolgen van de trage expansie van de wereldhandel, terwijl de consumptieve bestedingen van huishoudens vooral minder toenemen door de geringere verbetering van het beschikbaar inkomen.

De groei zal (ook mondiaal) verder inzakken en blijft voorlopig laag, mede als gevolg van de recente verscherping van de handelsoorlog. Pas in de loop van 2020 zien we wat herstel. Maar de gemiddelde groei in 2020 vertraagt nog wat verder – naar 1,1%.

Stabiele bbp-groei in eerste kwartaal 2019 …

In het eerste kwartaal steeg het bruto binnenlands product (bbp) met 0,5% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat is hetzelfde groeicijfer als in het laatste kwartaal van 2018. Het is iets meer dan de gemiddelde groei in de eurozone. 

Zowel de binnenlandse bestedingen als de uitvoer namen verder toe. Wel lieten de investeringen en vooral de particuliere consumptie – na een sterk slotkwartaal van 2018 – minder groei zien. We wijzen er echter op dat de consumptieve bestedingen werden gedrukt door minder energieverbruik vanwege de zachte winter. De toename van de investeringen werd afgeremd door de flink kleinere stijging van de woninginvesteringen.

De overheidsconsumptie steeg met 0,5% even sterk als in het voorgaande kwartaal. Nog steeds viel de groei van deze bestedingen echter tegen in het licht van de voorgenomen bestedingsimpuls van het Regeerakkoord.

Kijkend naar de buitenlandse handel blijken de in- en uitvoer beide te zijn gestegen in het eerste kwartaal (k-o-k). Maar de invoer deed het wederom beter dan de uitvoer. De netto-uitvoer (uitvoer minus invoer) heeft daarmee de bbp-groei opnieuw gedrukt.

Gelet op de matige cijfers van de consumptie, de investeringen en de buitenlandse handel lijkt het verrassend dat de bbp-groei in het eerste kwartaal stabiel bleef. Dat is echter te danken aan de voorraadvorming. De voorraden namen flink toe en zorgden (volgens de voorlopige cijfers) voor zo’n 0,4%-punt van de bbp-stijging. Het groeicijfer van het eerste kwartaal lijkt daarmee wat minder solide dan dat van het voorgaande kwartaal. We houden er dan ook rekening mee dat de bbp-groei in het tweede kwartaal – net als overigens in de gehele eurozone – lager uitvalt.

… maar in het tweede kwartaal minder groei verwacht

Dat de groei in het tweede kwartaal waarschijnlijk lager gaat uitvallen dan in het eerste kwartaal wordt ook gesuggereerd door diverse sentimentsindicatoren. Deze bewegen al geruime tijd naar beneden, met af en toe ook een tijdelijke opleving. Inmiddels zijn ze terug op niveaus die we voor het laatst in 2016 hebben gezien. De Economisch-sentimentindicator van de EU en het CBS-cijfer van het producentenvertrouwen in de industrie liggen overigens nog altijd boven hun langetermijngemiddelde. De inkoop­managersindex (PMI) van de industrie ligt iets onder dat gemiddelde, maar nog wel boven de ‘50’, de waarde die de omslag aangeeft van groei naar krimp. Het consumentenvertrouwen, ten slotte, lag in april-mei op het langetermijngemiddelde.