De haas of de schildpad

door: Farah Abi Morshed

  • Geen relatie meer tussen economische groei en de uitstoot van CO2
  • De daling van CO2-emissies komt exclusief op het conto van de elektriciteitssector als gevolg van nationaal beleid, gericht op het promoten van duurzame energie
  • In de race om emissies in de elektriciteitssector te reduceren heeft de haas (nationaal beleid) tot zo ver van de schildpad (het Europese Emissiehandelssysteem – EU ETS) gewonnen.
  • Zal de haas (nationaal beleid) of de schildpad (EU ETS) winnen in de industriesector? Alleen de tijd zal het leren.

De ontkoppeling tussen economische groei en de uitstoot van CO2

Het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) is een belangrijke pijler van het Europese klimaatbeleid, gericht op reductie van CO2-emissies. Aan het EU ETS doen de 28 landen in de Europese Unie mee, plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Deze landen hebben sinds de introductie van het systeem in 2005 hun CO2-uitstoot met zestien procent weten te reduceren, van 2.000 miljoen ton in 2005 tot 1.700 miljoen ton in 2018 (figuur). In deze periode is het bruto binnenlands product (bbp) in deze landen gestegen met meer dan 35 procent, van 11.800 miljard euro in 2005 tot 16.000 miljard in 2018. Dit laat zien dat er, althans wat betreft de Europese productie, geen relatie meer is tussen economische groei en de uitstoot van CO2. Wat betreft de Europese consumptie kan dit verhaal anders zijn.

De haas (nationaal beleid) heeft tot dusverre gewonnen van de schildpad (EU-ETS) in de elektriciteitssector

Deze ontkoppeling is echter wel grotendeels het gevolg van andere factoren dan het EU ETS. De daling van de CO2-emissies komt exclusief op het conto van de elektriciteitssector, die sinds 2005 een reductie van 26 procent realiseerde, terwijl de industriesector per saldo een gelijkblijvende CO2-uitstoot noteerde (figuur). De daling binnen de elektriciteitssector was in de eerste plaats een gevolg van nationaal beleid, gericht op het promoten van duurzame energie, geholpen door subsidies en veilingen, en het uit-faseren van kolencentrales. In de tweede plaats werd de elektriciteitsmix bepaald door de hoogte van (fossiele) brandstofprijzen, welke daarbij een directe impact hebben op de hoeveelheid emissie. In de race om emissies in de elektriciteitssector te reduceren heeft de haas (nationaal beleid) tot zo ver van de schildpad (EU ETS) gewonnen.

Zal de haas (nationaal beleid) of de schildpad (EU ETS) winnen in de industriesector?

Het valt te verwachten dat het EU ETS wel steeds meer de uitstoot van de industriesector zal limiteren, aangezien het aantal beschikbare CO2-emissierechten gestaag zal afnemen tot uiteindelijk nul uitstootrechten in 2058. De afname van beschikbare CO2-emissierechten is het gevolg van recente wijzigingen in het Emissiehandelssysteem, die een opwaartse druk zal uitoefenen op de EU ETS-prijs en daarbij het emissiehandelssysteem zal versterken. Het blijft daarom de vraag of er ook nationaal beleid nodig is voor de industriesector, naast het ETS, om de nationale CO2-uitstoot versneld te beperken zonder de effectiviteit van het Europese ETS te verzwakken. In essentie, nationaal beleid kan de reductie van emissie binnen de industriesector versnellen, maar kan daarbij ook het effect van de EU ETS verminderen, waardoor het net effect kleiner is dan de som der delen, wat ook wel bekend staat als het ‘waterbed’ effect.  De haas (nationaal beleid) of de schildpad (EU ETS)? Zal dit verhaal zich ontwikkelen als het sprookje, alleen de tijd zal het leren.

 

Dit stuk is een aangepaste variant van het opiniestuk dat 28 juni 2019 online in het ESB is verschenen.