De agrarische sector op weg naar “Paris Proof”

door: Pierre Berntsen , Jan de Ruyter , Nadia Menkveld , Arnold Mulder , Nico Klene , Martijn Leguijt

Er is werk aan de winkel voor de agrarische sector. Aan de ene kant wordt de sector geacht een substantiële bijdrage te leven aan de klimaatdoelen in het mondiale klimaatakkoord van Parijs. Tegelijk heeft de sector de taak om de groeiende wereldbevolking van gezond en betaalbaar voedsel te blijven voorzien, een taak die eveneens expliciet als overweging in dit akkoord is opgenomen.
Gelukkig is de Nederlandse agrarische sector al jarenlang bezig om te verduurzamen en mag het zich koploper noemen op het gebied van technieken voor duurzame energieproductie. Wel kost de verdere verduurzaming veel tijd en geld. Het is zaak dat agrarische sector financieel gezond blijft, juist om deze investeringen te kunnen doen.

De agrarische sector op weg naar "Paris Proof" (4 MB)
Download

Aan de slag met Parijs

De ondertekenaars van het akkoord van Parijs hebben zich tot doel gesteld dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot ruim 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. In Nederland heeft het kabinet de doelstelling geformuleerd om in 2030 een reductie van broeikasgassen te bewerkstelligen van tenminste 49 procent ten opzichte van 1990. In 2050 moet de reductie 90 procent bedragen.

Met deze doelstellingen op zak zijn diverse klimaattafels aan de slag gegaan om tot een nationaal akkoord te komen. De ‘Sectortafel Landbouw en Landgebruik’ heeft in dit kader in juli 2018 heldere voorstellen gedaan voor een forse reductie van de CO2-emissie. Daarbij zijn voor de verschillende subsectoren binnen de land- en tuinbouw duidelijke doelen geformuleerd. Ondanks dat er nog geen akkoord is, gaat de verduurzaming door.

Koploper duurzame energie

De agrarische sector is bij het bereiken van de klimaatdoelen al een eind op weg. De sector speelt een stevige rol bij het produceren van duurzame, hernieuwbare energie en is koploper op het gebied van technieken voor duurzame energieproductie zoals zonnepanelen en -collectoren, geothermie, biomassacentrales, windmolens, restwarmtebenutting en mestvergisters. Het is bovendien de enige sector die CO2 kan benutten als meststof voor planten en kan vastleggen in de bodem. Dit wordt echter, net als duurzame opwekking, niet meegenomen bij de berekening van de netto CO2-uitstoot.

Naast het reduceren van CO2 blijft de sector zich inzetten voor het verhogen van het maatschappelijke draagvlak voor duurzame, veilige en gezonde voeding, constante verbetering van diergezondheid en dierenwelzijn, verhoging van biodiversiteit en verlaging van de druk op het milieu.

Meten = weten = eten

We verwachten dat het inzichtelijk maken van de milieuprestaties van agrarische bedrijven steeds belangrijker gaat worden. Op termijn bepalen handelspartners en consumenten hun keuzes op basis van objectieve data. Dit is de reden dat ABN AMRO is aangehaakt bij de PPS ‘De echte en eerlijke prijs duurzame producten. In deze PPS worden meetmethoden ontwikkeld die meer inzicht geven in de milieubelasting van agrarische producten. Daarnaast werkt ABN AMRO samen met Ecochain Technologies om ondernemers te ondersteunen om winstgevend te verduurzamen in de agrifoodketen. De verwachting is dat deze inzichten gaan helpen om de positie van de agrariër in de keten te verbeteren.

Wij ervaren een hoge bereidheid bij agrarische ondernemers om bij te dragen aan de voedseltransitie en de reductie van broeikasgassen door nog duurzamer te produceren. Verdere verduurzaming in de land- en tuinbouw kost echter tijd en geld. Om deze investeringen te kunnen doen, moet de sector economisch gezond blijven en voldoen aan de behoeften van de maatschappij en de sector zelf op het gebied van dierwelzijn, diergezondheid, voedselveiligheid, voedselzekerheid en biodiversiteit.