Nederlandse economie in zicht – Consumptiegroei heeft gepiekt

door: Nico Klene

  • De groei van de consumptie van Nederlandse huishoudens bereikte in 2018 een piek (2½%) en zwakt dit jaar flink af naar 1½%
  • De lagere consumptiegroei in 2019 is vooral het gevolg van de geringere stijging van het reëel beschikbaar inkomen. Daar is vooral de geringere banengroei debet aan. Verder is de reële loonstijging nauwelijks hoger dan in 2018
  • Ook het sterk afgenomen consumentenvertrouwen speelt een rol. Het is een aanwijzing dat de consument voorzichtiger is met doen van uitgaven
Ned-economie-in-zicht-Consumptie-mei19.pdf (262 KB)
Download

De consumptie van gezinnen liet in 2018 met 2,5% de sterkste groei zien sinds 2006. Dat was te danken aan de stevige toename van het reëel beschikbaar inkomen , dat werd opgestuwd door de krachtige banengroei en de reële brutoloonstijging. Voor dit jaar is het beeld minder florissant. Door de afzwakkende economische groei gaat de banengroei afnemen, terwijl de stijging van het reële brutoloon waarschijnlijk weinig hoger uitvalt dan vorig jaar. Dat laatste heeft te maken met de dit jaar flink hogere inflatie.

Minder consumptiegroei in eerste kwartaal 2019

In het eerste kwartaal van dit jaar liet de consumptie van gezinnen slechts een beetje groei zien ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Vergeleken met begin 2018, toen de particuliere consumptie juist krachtig steeg, viel de groei terug naar 1%. Dat was flink minder dan de 2¼% jaar-op-jaar (j-o-j) in het slotkwartaal van 2018 en dan de gemiddelde stijging in heel 2018. Wel wijzen we erop dat de milde winter heeft gezorgd voor een lager energieverbruik dan gebruikelijk. Dat heeft de totale consumptie gedrukt. Het cijfer is dus wat negatief vertekend.

Terugblik op de voorbije tien jaar: eerst krimp van de consumptie …

In de afgelopen vier jaar nam de gezinsconsumptie behoorlijk toe – met gemiddeld bijna 2%. Kijken we echter naar de gehele periode sinds de vorige hoogconjunctuur, ruim tien jaar geleden, dan valt de groei tegen. Sinds het tweede kwartaal van 2008, voor de ‘Grote Recessie’ begon, is de consumptie gemiddeld met nog geen half procent per jaar gestegen. Dat heeft te maken met het feit dat de consumptie in het eerste deel van die periode, die werd gekenmerkt door twee recessies, is gekrompen. Dit kwam vooral doordat het reëel beschikbaar inkomen toen nauwelijks steeg. Daar waren de krimp van de werkgelegenheid en de daling van het reële brutoloon debet aan, terwijl ook de belasting- en premiedruk voor gezinnen wat opliep.

Er speelden echter nog meer factoren. Diverse studies wijzen erop dat ook hoge schulden van gezinnen en de daling van de huizenprijzen de consumptie hebben gedrukt (vooral als hun huis ‘onder water’ stond).

… maar de laatste vier jaar weer behoorlijke consumptiegroei

Die negatieve factoren hebben in de tweede helft van de beschouwde periode aan kracht ingeboet. De huizenprijzen hebben immers de laatste jaren een flinke stijging laten zien, vooral in 2018. Ook is de financiële ruimte voor gezinnen verbeterd: in de voorbije vier jaar steeg het reëel beschikbaar met gemiddeld bijna 2% per jaar. Dat is hetzelfde tempo als van de consumptie. Vorig jaar nam het beschikbaar inkomen zelfs met ruim 2½% toe.

De stevige verbetering van het beschikbaar inkomen in 2018 is te danken aan een sterkere stijging van de reële lonen (dus gecorrigeerd voor inflatie) en met name aan de krachtige banengroei. Mensen die een baan vinden gaan er in inkomen fors op vooruit. Voorheen hadden ze immers ‘slechts’ een uitkering of helemaal geen inkomen. Een groot deel van de banengroei ging vorig jaar naar nieuwkomers op de arbeidsmarkt.

Dit heeft in 2018 geresulteerd in een consumptiestijging van 2,5%. Dit is het sterkste groeicijfer sinds 2006 .

Door de sterkere groei in de voorbije jaren heeft de consumptie een grotere bijdrage geleverd aan de economische groei, zoals onderstaande grafiek laat zien. Dat de
groei van de Nederlandse economie vorig jaar toch is vertraagd, komt vooral door de zwakkere expansie van de uitvoer als gevolg van de afkoeling van de wereldhandel.

Consumptiegroei in 2019 flink omlaag, vooral door minder banengroei …

Het beeld voor 2019 is echter minder gunstig. De stijging van het reëel beschikbaar inkomen valt naar verwachting flink lager uit dan vorig jaar. Dat heeft vooral te maken met de geringere groei van de werkgelegenheid.

Van hoogconjunctuur is geen sprake meer. De economische groei in de eurozone, inclusief Nederland, is vertraagd. In februari schreven we al dat we onze groeiramingen flink naar beneden hebben herzien. Voor Nederland betekent dit een terugval van de economische groei van 3% in 2017 naar 2,6% in 2018 en vervolgens naar (een geraamde) 1,4% dit jaar.

Gevolg is dat de banengroei gaat afnemen. Overigens was daar in de eerste vier maanden van het jaar nog nauwelijks iets van te zien. Dat is niet opmerkelijk: de arbeidsmarkt reageert doorgaans met vertraging op veranderingen in de economische bedrijvigheid. Het gaat nog komen, denken wij. Wij verwachten dat de gemiddelde expansie van de werkgelegenheid (de werkzame beroepsbevolking) zal afnemen van 2¼% in 2018 naar zo’n 1¾% dit jaar. In gewerkte uren gemeten zal de terugval vermoedelijk iets sterker uitvallen. Deze afzwakking knijpt de stijging van het beschikbaar inkomen af.

… terwijl het reëel brutoloon nauwelijks meer toeneemt dan vorig jaar …

Door de verhoging van het lage btw-tarief en de sterkere stijging van de energie- en milieubelastingen is de inflatie dit jaar (raming: 2½%) veel hoger dan vorig jaar (1,7%). Vanwege de flink hogere inflatie zullen ook de looneisen en daarmee de loonstijgingen hoger uitvallen dan in 2018. Het is echter nog maar de vraag of de lonen de inflatie zullen bijhouden. In de eerste vier maanden van het jaar was de stijging van de contractlonen nog maar nauwelijks hoger dan het gemiddelde van 2018 (2,2% tegen 2,0%). Dat komt deels door de beperkte loonstijging in oude cao’s die nog doorlopen tot in 2019. De indicator van de werkgeversvereniging AWVN, die alleen de stijging weergeeft van de meest recent afgesloten cao’s, laat wel wat meer versnelling zien. In de eerste vier maanden kwam de stijging uit op gemiddeld 2,7%. Dat neemt niet weg dat de loonstijging vooralsnog minder versnelt dan bij eerdere btw-verhogingen; en óók minder dan bij de vorige hoogconjunctuur.

Een geleidelijk minder krappe arbeidsmarkt zorgt ook voor minder opwaartse druk op de lonen. Het gaat in eerste instantie waarschijnlijk vooral om het zogeheten incidenteel loon. Denk hierbij bijvoorbeeld aan extra loonsverhogingen die werknemers krijgen vanwege de arbeidsmarktkrapte, of de loonstijging die mensen weten te realiseren als ze van baan veranderen. De opwaartse druk op de lonen die daaruit voortvloeit, is niet één-twee-drie verdwenen, maar zal waarschijnlijk wel wat afzwakken.

… en het consumentenvertrouwen is sterk gedaald

Al met al zien wij de stijging van het reëel beschikbaar inkomen afnemen van 2,6% in 2018 naar zo’n 1¾% in 2019. Onder invloed hiervan zal ook de groei van de consumptieve bestedingen afnemen. Vaak zien we dat de consumptie met enige vertraging reageert, maar dat gebeurt deze keer misschien niet. Die verwachting heeft te maken met de daling van het consumentenvertrouwen. Het vertrouwen stond vorig jaar nog lang op een heel hoog peil. Maar daar kwam in het najaar verandering in (zie grafiek volgende blz.).

In het eerste kwartaal daalde het vertrouwen verder. In maart dook het zelfs net onder het langetermijngemiddelde. Vervolgens was er een miniem herstel in april. De terugval zien we terug bij de beoordeling van zowel het economisch klimaat als de eigen financiële situatie van de consument. Daarbij is de beoordeling van de situatie in de komende twaalf maanden meer verslechterd dan het oordeel over de voorbije twaalf maanden.

Het gedaalde vertrouwen van de consument doet vermoeden dat hij voorzichtiger gaat worden bij het doen van uitgaven. De indicatoren van het consumentvertrouwen zijn geen heel krachtige voorspeller van de consumptie, maar geven wel degelijk een aanwijzing.

Al met al verwachten wij dat de groei van gezinsconsumptie dit jaar terugvalt naar ongeveer 1½%.