Short Insight: Brazilië: Weer een horde genomen

door: Marijke Zewuster

  • De pensioenhervorming kan eindelijk behandeld worden in het congres, maar overheidsfinanciën voorlopig nog groot probleem
  • Economische activiteit blijft zwak, terwijl inflatie toeneemt
  • Inflatie en overheidsfinanciën bieden geen ruimte voor verdere renteverlaging
190429-Short-Insight-Brazilië-NL.pdf (237 KB)
Download

1. Weer horde pensioenhervorming genomen, nog 6 te gaan

Op 20 februari werd de lang verwachte pensioenhervorming gepresenteerd, die over een periode van tien jaar BRL 1 miljard aan besparingen moet opleveren. Het duurde echter tot 23 april voordat ook de eerste horde voor behandeling in het congres genomen was. Op die dag concludeerde een parlementscommissie met een ruim voldoende meerderheid dat het voorstel grondwettelijk was. De wet zal nu besproken worden in een speciale commissie in het Lagerhuis. Wanneer het daar is goedgekeurd volgen nog twee stemrondes in het Lagerhuis. Daarbij is een tweederde meerderheid noodzakelijk. Vervolgens herhaalt dit hele proces zich in de senaat. Daarmee komt het totaal aantal stemrondes uit op zes. We gaan er nog steeds vanuit dat in de loop van de tweede helft van dit jaar een waarschijnlijk afgezwakte versie van de pensioenhervorming wordt goedgekeurd, maar makkelijk wordt het niet. Volgend jaar wordt het nog lastiger om hervormingen door het congres te loodsen. In oktober 2020 zijn er gemeenteraadsverkiezingen en weinig partijen zullen vooruitlopend daarop geassocieerd willen worden met onpopulaire voorstellen.

2. Overheidsfinanciën blijven achilleshiel

Zelfs als de pensioenhervorming wordt aangenomen, zal het nog vele jaren duren voordat de nijpende situatie van de overheidsfinanciën verbetert. Het primaire overheidstekort neemt langzaam af. Samen met lagere rentebetalingen zorgt dit voor een daling van het nominale tekort van 8% van het bbp in 2017 tot 7% in 2018 en een geschatte 5% in 2019/20. Dit blijft echter te hoog en onvoldoende om de stijging van de overheidsschuld te stoppen. De bruto overheidsschuld bedraagt inmiddels circa 80% van het BBP. De primaire overheidsuitgaven zijn gestegen van 30% van het BBP tot een top van 38% in 2014, en blijven hoog met een niveau van bijna 37% nu. Grondwettelijk vastgelegde uitgaven hebben een aandeel van liefst 90%. Zonder hervormingen geeft dit weinig ruimte voor besparingen, anders dan vermindering van overheidsinvesteringen. De ruimte om de inkomsten te vergroten door de belastingen te verhogen is ook beperkt gezien de al hoge belastingdruk.

3. Lichte opleving van de economisch activiteit in februari

De maandelijkse bbp indicator daalde in februari met 0,7% m-o-m, na een daling van 0.3% in januari. In vergelijking met een jaar eerder was er evenwel sprake van een groei van 2,5%. Het driemaands-voortschrijdende gemiddelde blijft zwak met een groei van 1,2% j-o-j. Na een zwakker dan verwachtte groei van het bbp in het vierde kwartaal, lijkt het erop dat het eerste kwartaal ook zwak blijft. Vooruitkijkende indicatoren laten een gemengd beeld zien. De inkoopmanagers-index voor de verwerkende industrie en de diensten sector blijven boven de 50, de scheidslijn tussen groei en krimp. De samengestelde index steeg van 52.6 in februari tot 53.1 in maart. Aan de andere kant daalden zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen in maart. Al met al gaan we dit jaar nog steeds uit van een gematigd groeiherstel van 2%. De marktverwachting zoals gepubliceerd door de Centrale Bank van Brazilië is inmiddels gedaald van 2% een maand geleden tot 1.7% nu.

4. Inflatie neemt toe

Terwijl het risico is toegenomen dat de groei dit jaar wederom lager uitvalt, lijkt de inflatie juist iets sterker toe te nemen. De consumentenprijzen stegen in vergelijking met een jaar eerder met 3,9% in februari en 4,6% in maart. Dat laatste cijfer is net boven de centrale inflatiedoelstelling van 4,5%. Gezien deze ontwikkeling en de beperkte verbetering op het gebied van de overheidsfinanciën gaan we er nu vanuit dat de centrale bank de rente tot het eind van het jaar vasthoudt op de huidige 6,5%. De centrale bank zal voorzichtig blijven handelen om de goed verankerde inflatieverwachtingen niet in gevaar te brengen.

Als de voortgang van de pensioenhervormingen teleurstelt en zorgt voor een nieuwe golf van valuta-zwakte kunnen de rentetarieven worden verhoogd. Als hervormingen sneller verlopen, is het tegenovergestelde het geval. We verwachten dat de inflatie de komende twee jaar rond de geleidelijk dalende centrale inflatiedoelstelling zal blijven schommelen en de reële rentetarieven relatief hoog zullen blijven. Een sterkere daling van de reële rente is alleen waarschijnlijk als de pensioenhervormingen werkelijk zijn goedgekeurd en een verbetering van de overheidsfinanciën in zicht komt.