Met thuismonitoring snijdt het mes aan twee kanten

door: Laura Koning-Kranenburg

Ziekenhuizen moeten in 2022 meer patiënten behandelen tegen hetzelfde budget met minstens dezelfde kwaliteit. Tijd voor actie. Er moet op een andere manier naar het leveren van zorg worden gekeken. Als patiënten zelf thuis continu een ziektebeeld monitoren via een app, kan eerder worden ingegrepen wanneer de klachten verergeren. Dat is goed voor de patiënt. Bijkomend voordeel is dat hierdoor minder dure ziekenhuisopnames nodig zijn. En dat bespaart geld.

Stel: een patiënt is gediagnosticeerd met een hartprobleem, genaamd hartfalen. Dit is een chronische ziekte, waarbij de conditie van het hart langzaam achteruit gaat. Op dit moment gaat de patiënt pas naar het ziekenhuis wanneer de klachten ernstig zijn toegenomen. Deze ziekenhuisopname is kostbaar. Wanneer het slecht met de patiënt gaat, zijn immers veel handelingen nodig om beter te worden. 

Met thuismonitoring wordt bijvoorbeeld de hartslag door de patiënt zelf meerdere malen per week thuis gemeten en doorgegeven aan het ziekenhuis via een app. De app van HartWacht is een mooi voorbeeld van dit principe. Het ziekenhuis monitort deze gegevens en signaleert wanneer de situatie verslechtert. Via beeldbellen kan dan direct contact worden gezocht om te zoeken naar de oorzaak van de verslechtering. Doordat in een minder kritieke fase van de ziekte wordt ingegrepen, wordt een dure ziekenhuisopname vaak voorkomen. Dat is fijn voor de patiënt en ook voor het aantal kostbare ziekenhuisopnames.

Het verminderen van kostbare ziekenhuisopnames is belangrijk. In het Hoofdlijnenakkoord voor ziekenhuizen is namelijk afgesproken dat de omzet van de ziekenhuizen tot 2022 niet meer groeit. Bovendien zijn te weinig specialistische verpleegkundigen beschikbaar om een ziekenhuis draaiende te houden.

Het aantal patiënten zal als gevolg van de dubbele vergrijzing echter stijgen. De babyboomers hebben de 65-plusleeftijd bereikt en mensen leven langer. Beide ontwikkelingen hebben als gevolg dat meer ziekenhuiszorg nodig is. Meer patiënten behandelen met hetzelfde budget en met te weinig verpleegkundigen betekent dat doorgaan op de huidige voet niet mogelijk is.

Volgens het onafhankelijke adviesbureau Gupta kan 40 procent van de huidige ziekenhuiszorg buiten het ziekenhuis geleverd worden. De Autoriteit Consument en Markt is iets voorzichtiger en schat het op 28 procent. De bestuurders van de ziekenhuizen denken overigens dat het cijfer veel lager ligt. Maar wat het precieze cijfer ook is, alle tekenen wijzen er op dat niet alle zorg die op dit moment in een ziekenhuis geleverd wordt, daar ook daadwerkelijk plaats hoeft te vinden.

Thuismonitoring biedt een goed alternatief voor kostbare ziekenhuiszorg. Helaas houdt slechts een handjevol ziekenhuizen zich bezig met het ontwikkelen van methodes van thuismonitoring. Ziekenhuizen tot actie aanzetten blijkt nog niet zo makkelijk.

De reden voor de terughoudendheid ligt mogelijk in de angst van ziekenhuisbestuurders en medisch specialisten om omzet te zien verdwijnen. Met thuismonitoring gebeurt dit inderdaad. Door de dubbele vergrijzing neemt het aantal patiënten echter toe. Hierdoor blijft de omzet uiteindelijk vrijwel gelijk, precies in overeenstemming met de doelstelling van het Hoofdlijnenakkoord. De angst voor omzetverlies is dus niet nodig.

Belangrijke spelers in het ziekenhuis zijn de medisch specialisten. Thuismonitoring vereist dat medisch specialisten op een andere manier zorg leveren en op een andere wijze contact onderhouden met hun patiënten. Alleen wanneer medisch specialisten achter het concept staan en met z’n allen het idee van ‘voorkomen van ziekenhuisopnames is beter dan genezen’ omarmen, kan thuismonitoring spoedig een grote vlucht nemen.

Lees ook de aanbeveling van de NVB over dit onderwerp.