Kijk naar de inhoud in plaats van de afzender

door: Hans van Cleef

Dat er bij u en mij in de straat nog te weinig bekend is over de energietransitie, en de handelingen die volgen uit de energie- en klimaatakkoorden is niet verwonderlijk. Voor diegene die of beroepsmatig of uit interesse bezig is met de energietransitie zijn de processen wellicht logisch. Maar menigeen ziet slechts af en toe een flard op het nieuws, en is daarmee allesbehalve volledig geïnformeerd. Zo zien ze dat de nationale overheid druk bezig is met het uitstippelen van de te voeren strategie. En het proces rondom het klimaatakkoord laat zien dat dit geen gemakkelijke opgave is. Tegelijkertijd moeten de regionale energie strategieën (RES) via een bottom-up benadering leiden tot de meest optimale oplossingen in de regio. Dat zal ertoe bijdragen dat het draagvlak en de acceptatie straks zo groot mogelijk is. En tot slot zijn er reeds vele lokale inventarisaties en initiatieven. En al deze initiatieven, van landelijk tot lokaal niveau, moeten en zullen bijdragen aan de energietransitie. Toch is het niet vreemd dat de gemiddelde burger door de bomen het bos niet meer ziet. Kennisdelen over het hoe, wat, waarom, wanneer en op welk niveau iets gebeurd of moet gebeuren is, en blijft mijns inziens daarom cruciaal.

Maar wie kunnen we met welke kennis nu vertrouwen? Immers, alle kennispartijen en experts lijken vooraf in een vakje te zijn of worden geplaatst. Rapporten, position papers, wetenschappelijke studies, artikelen en opiniestukken worden – ongeacht de conclusies en kwaliteit – regelmatig al ingedeeld in hokjes puur op basis van het mogelijke belang van de schrijver, het bedrijf/instelling of zelfs de sector waar diegene werkt, of op basis van de naam/afkomst van de opdrachtgever van de studie. Iemands integriteit kan simpel volledig worden ondermijnd door op onderbuikgevoelens gebaseerde sentimenten. Uiteraard is het goed om met een kritische blik te blijven kijken naar de afkomst van een visie. Het beoordelen van deze visie zou echter vooral moeten blijven gebeuren op basis van de inhoud, en niet enkel op basis van de afzender. Het niet meer durven, kunnen en willen vertrouwen op iemand zijn expertise enkel omdat hij toevallig voor een bedrijf werkt wat posities heeft in de sector – ongeacht of dat nu de fossiele sector is of juist de duurzame – kan een gevaarlijke ontwikkeling zijn.

Ik kreeg laatst tijdens een presentatie over de energietransitie de vraag of ik wel eens aan zelfcensurering doe bij het delen van mijn kennis. En hoewel ik normaal mijn antwoorden snel paraat heb, moest ik hier even over nadenken. De conclusie was (tot mijn eigen verbazing) dat ik dat inderdaad geregeld doe. En ik zal hier zeker niet de enige in zijn. Sommige feiten liggen in het publiekelijke debat nu eenmaal wat gevoeliger. En nuance aanbrengen – zeker op sociale media – wordt ook niet altijd door iedereen op dezelfde waarde geschat. Om ‘gedoe’ te voorkomen, gaan we daar allemaal steeds meer rekening mee houden. Menig medewerker van een bedrijf zal daarom normaal gesproken wel een paar keer nadenken voordat hij zijn visie op het klimaatakkoord of (een deel van) de energietransitie geeft.

Draagvlak krijg je vooral door het delen van kennis. Zeggen wat je waarom doet en vervolgens doen wat je zegt, is mijn credo. Maar dit betreft niet altijd een gemakkelijke boodschap. Mensen met een andere mening staan in de rij om, indien de boodschap niet in hun straatje past, je van repliek te voorzien of twijfel te zaaien over de betrouwbaarheid hiervan. Volgens mij moeten we op een gezond kritische manier kunnen blijven vertrouwen op de expertise én de integriteit van de ander en dus vooral oordelen op de inhoud. En hoewel dat misschien wat naïef lijkt, is dit soort vertrouwen volgens mij de échte basis voor een succesvolle energietransitie.

 

Deze column werd eerder geplaatst op Energiepodium.nl