Gezondheid? De foodsector aan zet

door: Nadia Menkveld

Nederland heeft een van de beste levensmiddelensectoren ter wereld. De Economist Intelligence Unit heeft voor de Global Food Security Index 113 landen onderzocht. Nederland scoort hoog op betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit. We mogen onszelf gelukkig prijzen.

Toch komt een ander beeld naar voren wanneer naar het oordeel van de inwoners van ons land wordt gevraagd. Uit onderzoek van de branchevereniging voor de Levensmiddelenindustrie (FNLI) blijkt dat ongeveer de helft van de consumenten weinig tot geen vertrouwen in de levensmiddelenindustrie heeft. Consumenten wantrouwen de industrie vanwege het toevoegen van E-nummers, ze vinden dat er wordt gesjoemeld en dat er te veel zout of suiker wordt toegevoegd. Kennelijk vrezen ze voor hun gezondheid.

Nu voeding volop beschikbaar en betaalbaar is en over het algemeen ook lekker smaakt, komt gezondheid steeds hoger op het prioriteitenlijstje van de consument te staan. Bijna de helft van de consumenten (44 procent) vindt dat de levensmiddelenindustrie medeverantwoordelijkheid is voor hun gezondheid. Een roep die de levensmiddelenindustrie beantwoordt, doorgaans met behulp van labels en claims die de consument informeren. ‘Geen toegevoegde suikers’, ‘Bron van vezel’ en ‘Natuurlijke suikers’ zijn hiervan bekende voorbeelden.

Daarnaast zijn de clean labels in opkomst. Clean labels geven aan wat er allemaal niet in het voedsel zit. Ze zijn met name bedoeld om te benadrukken dat er geen chemische ingrediënten zijn gebruikt.

Steeds meer fabrikanten voeren een clean label op, maar is dat de oplossing om het vertrouwen van de consument in de levensmiddelenindustrie te herstellen? Het gebruik van natuurlijke grond- en hulpstoffen betekent immers niet per definitie gezonder voedsel. Voor een consument is het echter onmogelijk om in te schatten welke kunstmatige of natuurlijke ingrediënten gezonder zijn.

Wie die inschatting wel kunnen maken, zijn de levensmiddelentechnologen in dienst van voedingsmiddelenfabrikanten. Een beroepsgroep die beperkt in de schijnwerper staat, maar wel een grote invloed heeft op het bewerkte voedsel dat wij eten.

Helaas worden de bedrijven waar deze experts werken door de consumenten maar nauwelijks vertrouwd. Consumenten zien artsen, diëtisten en voedingswetenschappers wel als relatief betrouwbare bronnen als het gaat om informatie over voedsel. De levensmiddelenindustrie bungelt onder aan het lijstje. Dat is jammer, omdat juist de bij deze ondernemingen werkzame levensmiddelentechnologen veel kennis hebben over voedsel en de invloed ervan op de gezondheid.

Om het vertrouwen in de voedingsmiddelenindustrie te herstellen, zullen deze experts op het gebied van voedsel en nutriënten een veel meer onafhankelijke en centrale rol in hun eigen bedrijf moeten opeisen. In hun oordeel moet gezondheid centraal staan. Voor het gebruik van grond-en hulpstoffen is al veel wettelijk geregeld, maar er is nog een groot grijs gebied. Het is nu zaak om de enorme kennis binnen bedrijven over gezonde voeding objectief in te zetten, dit naar buiten uit te dragen en zo het vertrouwen in de levensmiddelenindustrie te herstellen.