Faalkosten in de bouw lopen jaarlijks op tot miljarden euro’s

door: Petran van Heel , Madeline Buijs , Casper Wolf

De bouwsector presteert de laatste jaren goed: het bouwvolume is hoger dan voor de crisis en orderportefeuilles bereiken recordhoogtes. De winstmarges van bouwbedrijven blijven echter laag en faalkosten spelen hierbij een belangrijke rol. Uit een enquête onder bedrijven actief in de bouw- en vastgoedsector blijkt dat bijna 4 op de 10 bedrijven inschatten dat hun faalkosten 5 procent of meer bedragen. Deze kosten lopen hierdoor jaarlijks op tot miljarden euro’s. Faalkosten zijn alle extra kosten die worden gemaakt om zaken te herstellen die niet volgens de specificaties zijn geproduceerd, of als deze niet voldoen aan de verwachtingen van de klant.

Verspilde-moeite.-Over-faalkosten-in-de-bouwsector.pdf (2 MB)
Download

Hoe denken marktpartijen over faalkosten en hoe kunnen de faalkosten in de bouw gereduceerd worden? In deze publicatie laten wij ondernemers uit de bouw- en vastgoedsector aan het woord. Aan onze enquête hebben 151 personen deelgenomen. De meeste deelnemers zijn eindverantwoordelijk binnen hun bedrijf. De ondervraagden zijn vooral actief als hoofdaannemer (26 procent) of als onderaannemer (21 procent). Tevens hebben adviseurs, projectontwikkelaars, installateurs, leveranciers en producenten meegedaan aan de enquête. Daarnaast hebben wij verschillende experts geïnterviewd. Hoe denken zij dat faalkosten de bouw beïnvloeden en in welke bouwfases zien zij problemen ontstaan?

4 op de 10 schat faalkosten op 5 procent of hoger

Uit onze enquête blijkt de ondervraagden zich goed bewust zijn van de faalkosten in het eigen bedrijf; 90 procent van de deelnemers kan de hoogte ervan aangeven. Daarnaast blijken de kosten voor een groot deel van de deelnemers relatief laag, al zijn er forse uitschieters naar boven. Zo schat 57 procent van de deelnemers de faalkosten in op minder dan 5 procent. Een groep van 39 procent zegt kosten van 5 procent of meer te hebben en van alle deelnemers meent zelfs 9 procent dat de faalkosten 8 procent of meer bedragen.

Hoofdaannemers en onderaannemers positief over faalkosten

Hoofdaannemers en onderaannemers schatten hun faalkosten laag in. Van de hoofdaannemers schat 67 procent in dat de faalkosten lager zijn dan 5 procent. Van de onderaannemers schat 54 procent hun faalkosten op minder dan 5 procent. Tegelijk geldt voor zo’n 10 procent van hoofd- en onderaannemers dat de kosten boven de 8 procent liggen. Opmerkelijk is verder dat relatief weinig producenten hun faalkosten laag inschatten. Maar 43 procent van de producenten van bouwmaterialen dat denkt dat de faalkosten onder de 5 procent liggen. Van de producenten zit 58 procent boven de 5 procent. Het is te verwachten dat producenten lagere faalkosten hebben, omdat  de productie van materialen plaatsvindt in de fabriek en daarmee dus in een gecontroleerde omgeving. Dat leidt tot efficiënter werk en minder fouten. Installateurs zijn veel pessimistischer, want 53 procent van hen denkt dat hun faalkosten meer dan 5 procent bedragen, waarbij een relatief groot aantal zelfs boven de 8 procent zit. Installateurs werken vaak later in het bouwproces waardoor zij te maken krijgen met een opeenstapeling van fouten of vertragingen door andere partijen. Ze worden vaak pas bij het werk betrokken in een drukkere fase tijdens de bouw en de techniek die ze installeren wordt steeds complexer.

Faalkosten komen vooral in de uitvoeringsfase tot uiting

De faalkosten komen meestal tot uiting in de uitvoeringsfase. Van de ondervraagden ziet 54 procent de faalkosten in deze fase van het bouwproces ontstaan. Voor 32 procent van de deelnemers geldt dit in de ontwerp- en voorbereidingsfase. Hieronder zijn relatief veel projectontwikkelaars en installateurs. De oorzaken van de faalkosten in de uitvoeringsfase zijn deels terug te voeren op de huidige hoogconjunctuur en deels op fouten in de voorbereidingsfase die in de uitvoeringsfase tot uiting komen. Tijdsdruk is de meeste genoemde oorzaak van faalkosten. Op dit moment is er zoveel werk dat alles snel afgerond moet worden, wat leidt tot fouten. Als tweede belangrijke oorzaak wordt een slechte werkvoorbereiding genoemd. Samen met fouten in de planning, fouten bij de inkoop en in het oorspronkelijk ontwerp en fouten in de logistiek kan dit geschaard worden onder een slechte werkvoorbereiding. Fouten en slechte communicatie door het personeel op de bouwplaats worden 91 keer genoemd als oorzaak.

De bouwsector lijkt faalkosten te hebben geaccepteerd

Faalkosten in de bouw zijn hardnekkig en komen zowel in een hoog- als laagconjunctuur voor. Tijdens een laagconjunctuur schrijven bouwbedrijven vaak te laag in op aanbestedingen en accepteren ze teveel risico’s, vervolgens wordt het moeilijk om binnen budget en planning te werken. In de huidige hoogconjunctuur zijn faalkosten vaak het gevolg van de hoge tijdsdruk, de schaarste aan materieel en vooral het tekort aan gekwalificeerd personeel. Bovendien geeft de laagste prijs bij veel aanbestedingen nog steeds de doorslag. Faalkosten lijken daarom een bijna geaccepteerde inefficiëntie in de bouwsector: 90 procent van de bouwbedrijven is zich bewust van de faalkosten in hun bedrijf. Gezien de omvang hiervan is het echter opvallend dat ruim een kwart aangeeft dat het terugdringen van faalkosten geen prioriteit heeft binnen hun bedrijf.

Samenwerking, lerend vermogen en innovatie cruciaal om faalkosten te verminderen

Langjarige samenwerking en gestandaardiseerde processen zijn nog geen gemeengoed in de bouw. Die zijn juist cruciaal om de faalkosten te verlagen. Zo kunnen veel fouten voorkomen worden door een betere samenwerking en communicatie. In een sector waarbij zoveel partijen één product maken, is goede samenwerking en communicatie cruciaal. Deelnemers aan de enquête vinden het werken met vaste partners en vast personeel de belangrijkste oplossing om faalkosten te verminderen. Sowieso worden vaak oplossingen genoemd die met personeel te maken hebben, zoals de kwaliteit van het personeel en de communicatie met het personeel op de bouwplaats. Hierdoor kan kennis makkelijker gedeeld worden en kan je leren van gemaakte fouten. Die kennis moet door partijen weer ingebracht worden in de voorbereidingsfase, juist in die fase kan met lerend vermogen het verschil gemaakt worden. Meer tijd besteden aan de wensen en eisen van de opdrachtgever, een realistische planning en het tijdig in kaart brengen en bespreken van risico’s dragen bij aan lagere faalkosten. Procesoptimalisatie door partnerships en automatisering kan hierbij helpen. Door nu in te zetten op innovatie kunnen bouwbedrijven zorgen voor lagere faalkosten op langere termijn.

Lees hier meer over spotlight op bouw.