Topomzet, maar winstmarges baren zorgen

door: Theo de Kort

De macro-economie geeft signalen dat de hoogconjunctuur op haar retour is. Mkb-bedrijven in de industrie rapporteerden over 2018 nog wel flinke omzetstijgingen. Bijna 40% van de bedrijven had echter ook te maken met krimpende winstmarges. En die combinatie baart mij zorgen. Hoe moet dat straks verder bij economische tegenwind?

Onze sectoreconoom Industrie Albert-Jan Swart is recent dieper in de problematiek gedoken. En wat denkt u? Opnieuw is het de arbeidsmarkt en dan met name de gestegen arbeidskosten die de zwarte piet krijgen. Het draait niet om de 2,4% loonstijging van vast personeel, maar om de loonkosten van de flexibele schil. Om juist de extra productie te leveren, stegen die loonkosten in 2018 met maar liefst 6,2%. Het betalen van dure overuren aan vast personeel deed ook een duit in het zakje. Dit past in het beeld dat de extra omzet de marges deed krimpen.

Mijn vraag: hoe moet dat straks verder bij economische tegenwind, lijkt dus eenvoudig te beantwoorden. Want als de conjunctuur tegenzit, krimpt de flexibele schil en verdwijnen de overuren. Maar dat is wat simpel geredeneerd.
Beter is te kijken naar de afnemende groei van de arbeidsproductiviteit. Daar ligt een oplossing voor de krimpende marges, blijkt uit het onderzoek. ‘Robotisering en digitalisering bieden de oplossing’, hoor je dan al snel. Ook het directe verband tussen investeren in opleidingen en een toename van de arbeidsproductiviteit blijkt bij mkb-bedrijven van wezenlijk belang. Deze bedrijven produceren meer zonder veel hogere personeelskosten, waardoor de marges op peil blijven. Dat die opleidingen veelal ten behoeve van digitalisering en robotisering zijn, zal u niet verbazen.

Een deel van de productie naar lagelonenlanden brengen, loont ook. Bedrijven die dat doen realiseren stabielere winst bij hoogconjunctuur. Op zich is dit niet vreemd want arbeidsintensief werk tegen lagere kosten laten uitvoeren loont. En in lagelonenlanden is de loondruk ook bij hoogconjunctuur lager.

Een laatste les uit het rapport is dat bedrijven die naast producten ook diensten aanbieden, hun marges op een goed niveau weten te houden. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld reparaties en trainingen bij het gebruik van hun product. Wat ook valt onder het aanbieden van diensten is de omslag naar een nieuw verdienmodel als ‘Product-as-a-service’. Klanten krijgen daarbij niet langer het product in bezit, maar betalen voor het gebruik. Het levert industriële bedrijven betere winstmarges en bovendien een constante stroom inkomsten op.

Uit het rapport blijkt ten slotte ook dat al 60% van de bedrijven op het pad zit dat leidt tot verbetering van de winstmarges. En daarmee zijn ze ook voorbereid op de eerste tegenwind.

Deze column verscheen eerder in Deal! Vakblad voor inkopers van de Nevi.