Nederlandse economie in zicht – Groei fors omlaag

door: Nico Klene

  • De groei van de Nederlandse economie valt dit jaar verder terug – voor het tweede jaar op rij
  • We hebben onze raming voor 2019 opnieuw verlaagd: van 2% naar 1,4%. De voornaamste reden is de flinke terugval van de groei in het buitenland
  • Ook de particuliere consumptie en de investeringen laten dit jaar minder stijging zien. De sterker toenemende bestedingen van de overheid bieden enig tegenwicht. Al met al komt het leeuwendeel van de groei van de economie dit jaar uit het binnenland
  • In 2020 kan de economische groei weer iets opveren dankzij enig herstel van de eurozone-economie
  • De werkloosheid is inmiddels heel laag, maar lijkt niet verder te dalen. Door de stevige vertraging van de economische groei gaat de banengroei afzwakken. De werkloosheid zal daardoor weer wat oplopen – met name volgend jaar
  • De inflatie is dit jaar flink hoger dan vorig jaar, vooral door de verhoging van het lage btw-tarief en de milieubelastingen
  • Het overschot van de overheid is in 2018 verder opgelopen, maar zal dit en volgend jaar sterk afnemen
Ned-economie-in-zicht-feb19-1.pdf (166 KB)
Download

Groei Nederlandse economie fors omlaag

De Nederlandse economie groeide in 2018 met 2,5%. Dit is opnieuw flink boven het zogeheten potentiële groeitempo van de economie, maar wel duidelijk minder dan de 3% van 2017. Dit jaar vertraagt de groei fors verder. Die terugval – vorig en dit jaar – heeft vooral te maken met de tragere expansie van de wereldhandel, die leidt tot (nog) minder stijging van de Nederlandse uitvoer. Omdat het internationale beeld zwakker is dan we tot voor kort dachten, hebben we onze taxaties voor het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone en Nederland verder verlaagd. We verwachten nu dat het Nederlandse bbp dit jaar met nog geen 1½% zal toenemen. Eerder gingen wij nog uit van 2%.

De mindere groei blijft overigens breed gedragen: de uitvoer, consumptie en investeringen dragen alle bij aan de groei, al is het minder dan in 2018.

Ondanks goed slotkwartaal is de groei in tweede helft van 2018 vertraagd

In het vierde kwartaal van 2018 is het bbp toegenomen met 0,5% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat is duidelijk meer dan in het zomerkwartaal, toen de groei terugviel naar slechts 0,1% doordat de consumptie en de investeringen tijdelijk stagneerden; de investeringen in woningen krompen zelfs licht. Vervolgens liet het vierde kwartaal dus een correctie zien. Dit neemt niet weg dat de bbp-groei in het tweede halfjaar duidelijk lager was dan in de eerste jaarhelft (zie grafiek).

De particuliere consumptie en de investeringen namen weer toe in de laatste maanden van 2018. De investeringen in woningen lieten een stevige plus optekenen, waarmee de krimp in het voorgaande kwartaal ruim werd goedgemaakt. Ook de overheids¬consumptie nam toe, na twee kwartalen zonder noemenswaardige groei. Die eerdere stagnatie was opmerkelijk, omdat in het Regeerakkoord een flinke bestedingsimpuls was voorzien.

De uitvoergroei vertraagde echter en kromp zelfs. Maar het cijfer is neerwaarts vertekend door een statistisch effect. Zonder die vertekening zou de uitvoer licht zijn toegenomen, volgens het CBS. Dat neemt echter niet weg dat de groei van de uitvoer is afgenomen.

Omdat de invoer eveneens kromp – méér dan de uitvoer – was de bijdrage aan het bbp van de netto-uitvoer (uitvoer minus invoer) positiever dan in het zomerkwartaal.

Binnenland was in 2018 belangrijker voor de groei dan buitenland

Al met al is de economische groei in 2018 vertraagd van 3% naar 2,5%. Deze terugval kan vrijwel helemaal worden toegeschreven aan de flink geringere expansie van de uitvoer. De binnenlandse bestedingen deden het juist iets beter dan in 2017. Daarmee stoelde de groei dus vooral op de binnenlandse bestedingen en minder op de uitvoer, terwijl dat in 2017 nog half om half was.

Bij de verschillende binnenlandse bestedingen liep het beeld overigens uiteen. Vooral de gezinsconsumptie deed het goed met duidelijk meer groei dan in 2017, terwijl de investeringen minder expansie lieten zien, vooral door de verdere vertraging bij de investeringen in woningen. Overigens stegen deze investeringen nog altijd met bijna 7% (2017: +12%). De overheidsconsumptie, ten slotte, steeg evenveel als in 2017 (ca.1%). Het is de overheid dus (nog) niet gelukt haar bestedingen extra op te voeren. Eind 2017 werd op basis van de plannen in het Regeerakkoord voor 2018 nog een toename van de overheidsconsumptie van 3% verwacht.

Lage groei eurozone houdt nog aan

Vanwege de tragere expansie van de wereldhandel en het zwakke derde kwartaal hadden we ruim drie maanden geleden onze prognoses voor de eurozone en Nederland al verlaagd. Begin dit jaar is het economisch momentum verder afgezwakt. Bovendien wijzen de voorlopende indicatoren nog niet op een omslag. De eerdere terugval heeft deels te maken met incidentele factoren (denk aan de problemen in de Duitse auto-industrie) , maar ook met de verkrapping van de financiële condities in met name de VS en China. Die verkrapping is voorlopig nog niet uitgewerkt. Ook de onzekerheid rond het handelsconflict tussen de VS en China en de brexit lijkt het ondernemersvertrouwen aan te tasten. Voor ons waren deze factoren reden om onze groeiraming voor de eurozone voor 2019 verder te verlagen – naar 0,8%.

Overigens verwachten we dat de groei in de eurozone in het tweede halfjaar weer wat aantrekt mede dankzij het herstel van de wereldeconomie. De financiële condities worden namelijk weer wat ruimer en de inflatie is lager, wat gunstig is voor de koopkracht. In 2020 zal de groei dan ook weer hoger uitvallen.

Nederlandse indicatoren wijzen op groeivertraging, niet op dramatische terugval

In Nederland zijn de sentimentsindicatoren begin dit jaar eveneens verder gedaald. Dat zien we vooral bij het consumentenvertrouwen (zie rechter grafiek). Dat cijfer is in februari negatief geworden, wat betekent dat er meer consumenten negatief dan positief gestemd zijn. Overigens ligt het cijfer nog altijd net boven het langjarig gemiddelde. Dat laatste geldt eveneens – en nog wat méér – voor de indicatoren van het producentenvertrouwen, zoals in onderstaande grafieken te zien is. De economische ‘barometers’ wijzen dus wel op een verdere groeivertraging, maar niet op een dramatische terugval.

Tot slot wijzen we op de inkoopmanagersindices voor de industrie. Met 55 lag de hoofdindex (PMI) in januari nog ruim boven de ‘50’, de waarde die de omslag aangeeft van groei naar krimp. Maar de deelindex van de exportorders is veel sterker gedaald: naar ongeveer 51. Dat cijfer spoort met het minder gunstige beeld in het buitenland en suggereert dat vooral de uitvoer onder druk staat.

Raming Nederlandse bbp-groei in 2019 opnieuw verlaagd – naar krap 1,5%

Vanwege het verslechterde internationale beeld hebben we ook de groeiraming voor de Nederlandse economie verder verlaagd: naar 1,4% (was 2%). De uitvoer neemt dit jaar opnieuw minder toe dan in het voorgaande jaar.

Maar ook de particuliere consumptie neemt dit jaar minder toe – flink minder zelfs. Dat komt vooral door de geringere verbetering van het reëel beschikbaar inkomen. Weliswaar neemt de individuele koopkracht meer toen dan in 2018, maar er komen anderzijds veel minder banen bij als gevolg van de zwakkere economie. Per saldo drukt dat de macro-inkomensstijging. Daar komt nog bij dat het consumenten-vertrouwen fors is afgenomen. Dat doet vermoeden dat de consument de hand op de knip houdt – vooral vermoedelijk in het begin van dit jaar.

Voor het bedrijfsleven betekent het dat de afzetvooruitzichten zowel in het buitenland als in het binnenland minder gunstig zijn. Bedrijven zullen daarom minder geneigd zijn om te investeren. Ook verwachten we dat de nog altijd behoorlijke expansie van de woninginvesteringen verder zal afnemen.

Daar staat tegenover dat de overheidsbestedingen waarschijnlijk wel meer stijgen. We nemen aan dat een belangrijk deel van de middelen die in 2018 niet zijn uitgegeven, alsnog dit jaar wordt besteed. Per ongeluk lijkt het overheidsbeleid dus anticyclisch te gaan uitpakken. De plus van de overheidsbestedingen weegt echter niet op tegen de andere ‘minnen’.

Al met al komt het leeuwendeel van de groei van de economie dit jaar uit het binnenland.

Doordat het economisch beeld voor de eurozone in de loop van dit jaar weer wat verbetert, kan ook in Nederland de groei in 2020 weer iets hoger uitkomen.

Risico’s zijn niet verdwenen

De groei van de Nederlandse economie zwakt dus waarschijnlijk af tot onder het potentiële groeitempo. Daarnaast zijn er risico’s dat de groei nog verder terugvalt. Denk aan de onzekerheid rond het handelsconflict met de VS en de brexit (wordt het een deal of een no-deal?). Ook de Italiaanse overheidsfinanciën kunnen weer een bron van zorg worden. Nu de Italiaanse bbp-groei dit jaar veel lager uitvalt, zal het financieringstekort in de ogen van ‘Brussel’ te hoog uitvallen. En kijkend naar het binnenland moeten we er rekening mee houden dat het de overheid nog steeds niet lukt om de geplande bestedingsimpuls te realiseren. Aan de andere kant is het ook denkbaar dat de genoemde onzekerheden sneller dan verwacht weer verdwijnen en de economie eerder verbetert.

Werkloosheid is heel laag – gaat volgend jaar weer wat stijgen

De werkloosheid is vorig jaar verder gedaald. Eind 2018 was 3,6% van de beroeps-bevolking werkloos tegen 4,4% eind 2017. Ook afgelopen januari was het cijfer 3,6%. Het ligt op hetzelfde lage niveau als in 2008, bij het eind van de vorige hoog-conjunctuur. Dat geldt nog niet voor de zogeheten ‘brede’ werkloosheid. Hierin tellen we meer personen mee, namelijk ook mensen zonder werk die óf naar werk hebben gezocht óf er direct voor beschikbaar zijn, en eveneens deeltijdwerkers die méér uren willen en kunnen werken. Dit cijfer lag in het slotkwartaal van 2018 nog wat boven het lage niveau van 2008. De brede werkloosheid lijkt nog wat te kunnen afnemen.

De arbeidsmarkt was afgelopen zomer weer even krap als ruim tien jaar geleden. In het vierde kwartaal van 2018 is de krapte echter niet verder toegenomen.

De spanning op de arbeidsmarkt kan wat afnemen nu de economische groei inzakt en de banengroei gaat afzwakken. Doorgaans reageert de arbeidsmarkt met enige vertraging op veranderingen in de productie. Volgend jaar zal de werkloosheid waarschijnlijk iets oplopen.

Inflatie in januari minder gestegen dan verwacht

De inflatie steeg in januari van 2,0% naar 2,2% (j-o-j). Een vergelijkbaar beeld zien we bij het geharmoniseerde inflatiecijfer (HICP[1]). Die stijging was duidelijk minder dan wij hadden verwacht. Begin dit jaar is het lage btw-tarief verhoogd en gingen de milieubelastingen meer omhoog dan begin vorig jaar. Wij hadden gerekend op een sterker effect op de prijzen in januari. Daarbij hadden we aangenomen dat de btw-verhoging, zoals gebruikelijk, meteen geheel zou worden doorberekend  in de prijzen. De vraag is of dat aanpassingsproces nu misschien meer geleidelijk verloopt.

Het is denkbaar dat de inflatie dit jaar iets minder stijgt dan we eerder aannamen. Daar komt bij dat de olieprijs dit jaar naar onze verwachting lager uitvalt dan we eerder raamden. Van een opwaarts effect op de inflatie, zoals in 2018, is daardoor dit jaar geen sprake (meer). Mede daarom hebben we onze gemiddelde inflatieraming wat verlaagd.

Dat neemt niet weg dat de inflatie in de komende maanden verder zal oplopen. Dit heeft onder meer te maken met de aantrekkende loonstijging onder invloed van de krappere arbeidsmarkt. Daarnaast spelen er zogeheten basiseffecten: de energieprijzen lieten twaalf maanden geleden enkele maanden een daling zien, terwijl ze nu waarschijnlijk stijgen. Dit heeft een opwaarts effect op de (jaar-op-jaar-)stijging van het prijspeil.

 

Het effect van de hogere btw is tijdelijk. Begin 2020 valt de btw-verhoging weer weg uit het cijfer en zal de inflatie terugvallen tot beneden 2%.

Overschot overheid gaat dit en volgend jaar flink omlaag

In het derde kwartaal van 2018 was het EMU-overschot van de overheid verder opgelopen naar ongeveer 2% van het bbp. Dit cijfer heeft betrekking op de periode vierde kwartaal 2017 – derde kwartaal 2018. Het overschot is flink groter dan eerder was gedacht. Dat komt onder meer doordat de overheid minder heeft uitgegeven dan de bedoeling was. Ook in heel 2018 zal het cijfer daardoor hoger uitvallen dan de eerdere raming. Als de overheid dit jaar alsnog haar bestedingen weet op te voeren, zal het overschot echter afnemen. Bovendien zal ook de lagere economische groei het overschot flink drukken.