Benut gas én Europa

door: Hans van Cleef

Recent zagen we berichtgeving vanuit het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL verwacht dat de reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 uitkomt op 21% ten opzichte van 1990 (binnen een bandbreedte van 17-24%). Het doel van 25%-reductie, zoals geëist in de Urgenda-rechtszaak, wordt daarmee net niet gehaald. Laten we vooropstellen dat het een teleurstellend resultaat is. Nederland had eerder moeten beginnen met het verduurzamen van de energiemix. De overheid heeft sinds de eerste uitspraak in de Urgenda-zaak simpelweg niet doortastend genoeg gehandeld. De nuchtere tussenstand is echter zoals het is.

Als een van de ‘noodoplossingen’ werd door diverse politici geopperd om vier van de vijf kolencentrales per direct te sluiten. Dit levert misschien een hoge bruto CO2-winst op, maar de netto CO2-winst is een stuk lager. Deze moet worden verrekend met de uitstoot van CO2 van alternatieven. Bij het sluiten van kolencentrales moet de benodigde elektriciteit komen uit duurzame energie, uit import van elektriciteit of uit gasgestookte elektriciteitscentrales. Van duurzame energie weten we dat dit een enorm snelle groei doormaakt. Met de realisatie van met name diverse offshore windprojecten zal Nederland qua percentage een stap richting de middenmoot op de bekende ranglijstjes van duurzame energie zetten.

Lettend op de huidige prijszetting in de door ons omringende landen, lijkt het hoogstwaarschijnlijk dat de benodigde elektriciteit vooral zal komen uit Duitsland. Als gevolg van het gestegen aanbod duurzame energie in Duitsland van de afgelopen jaren zijn de prijzen daar als het hard waait erg laag. Maar als het niet waait, zal onze stijgende import ook nu leiden tot hogere vraag naar elektriciteit opgewekt in bruinkoolcentrales. Aangezien deze kolencentrales stukken minder efficiënt zijn dan de Nederlandse, zullen we daarmee per saldo meer CO2-uitstoot genereren. Eind januari kwam een adviescommissie in Duitsland met een plan om de kolencentrales in Duitsland te gaan sluiten.

De laatste kolencentrale zal volgens dat plan eind 2038 de elektriciteitsproductie moeten staken. Gascentrales en vooral duurzame energiebronnen worden gezien als de alternatieven voor kolenstroom. Het plan leidde in Duitsland tot kritiek vanwege het in gevaar komen van de Duitse – laat staan de Nederlandse – leveringszekerheid, zeker als er al tot 2022 zo’n 12,5 gigawatt (GW) van de huidige +/- 40 GW aan capaciteit wordt gesloten. Rond die tijd zou immers ook de laatste Duitse kerncentrale moeten sluiten. Het bevestigt nog maar eens de noodzaak voor een Europese afstemming rondom de uitfasering van fossiele brandstoffen!

Hogere prijs verbetert businesscase voor gascentrale

Gascentrales in Nederland zijn ook een mogelijk alternatief voor een directe sluiting van de Nederlandse kolencentrales. Ook hier zal prijsvorming van doorslaggevend belang blijken. Er vallen twee dingen op. In de eerste plaats stellen politici dat hiervoor gascentrales uit de mottenballen moeten worden gehaald. Op de website van Entso-E zien we echter dat lang niet alle Nederlandse gascentrales continue op volle kracht draaien. Dat betekent dat er nu nog ruimte is om ook met de huidige operationele gascentrales meer elektriciteit op te wekken. Hiervoor is wel een hogere prijs nodig. Kijkende naar de ‘day-ahead-prijs’, oftewel de prijs voor elektriciteit met levering morgen, zien we reeds flinke prijsschommelingen en soms hele hoge prijzen. Dit suggereert een goede businesscase voor deze gascentrales. De prijspieken zijn echter vaak tijdelijk en dusdanig kort dat het blijkbaar niet loont om deze gascentrales nu al langer te laten produceren. Bij structureel hogere elektriciteitsprijzen wellicht wel.

Voor de gascentrales in de mottenballen geldt ook dat een hogere elektriciteitsprijs de businesscase verbetert. Zoveel capaciteit zit er overigens niet meer in de mottenballen, nu door RWE het besluit is genomen om de Claus C centrale in 2020 weer in gebruik te nemen (dat is 1.3 GW van het geconserveerde vermogen van 2,7 GW van eind 2018). Al met al blijft het een commerciële afweging voor de eigenaar van zo’n gascentrale.

Verder wordt gesteld dat geïmporteerd gas maar beter uit Noorwegen kan komen. Dit is misschien wenselijk vanuit een klimaatperspectief, maar onrealistisch als gevolg van marktwerking. Het idee is dat je kiest voor het gas met de laagste CO2-footprint. De eerste keuze zou dan eigenlijk gas uit Nederland moeten zijn. Maar hoewel we nog steeds gas produceren uit de zogenaamde kleine velden, is de productie vanuit het Groningenveld aanzienlijk teruggebracht. In 2030 zal deze zijn gestaakt. In 2018 is Nederland daarom al netto-importeur van gas geworden. De importcapaciteit van gas uit Noorwegen wordt al optimaal benut. Gas uit Rusland (pijpleiding) of Liquified Natural Gas (LNG) uit de VS, Australië of Qatar zijn dan de meest waarschijnlijke alternatieven. Het Russische gas vormt door het goedkope productieproces (en dus de laagste marktprijs), de stabiele en snelle leveringen het meest logische alternatief voor een snelle sluiting van kolencentrales.

Aangezien de overheid geen eigenaar is van elektriciteitscentrales en zelf niet handelt in stroom en/of gas kunnen nationale politieke ambities op gespannen voet staan met (internationale) marktwerking. Dat is dus een extra puzzel die moet worden opgelost om te komen tot de gewenste milieuwinsten.

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl