Liquiditeitspositie melkveebedrijven in 2018 licht gedaald

door: Pierre Berntsen

Nadat in 2017 de kaspositie van de melkveebedrijven sterk verbeterde, is deze in de loop van 2018 gedaald met 5.700 euro, zo’n 55 euro per koe. Deze daling werd veroorzaakt door ruim 16.000 euro lagere melkopbrengsten. Om de daling van de rekening-courant te compenseren, is er minder afgelost en geïnvesteerd en zijn er minder privé uitgaven gedaan. De grootste bijdrage echter komt van spaarrekeningen die zijn aangesproken. De daadwerkelijke neergang in de kasstroom is derhalve groter dan een eerste blik doet vermoeden.

Uit de inkomensramingen van Wageningen Economic Research in december jl. bleek reeds dat het gemiddelde inkomen uit bedrijf wordt geschat op ruim 30.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dat is 34.000 euro minder dan in 2017, ruim vijf cent per kilo melk. De druk op resultaten en liquiditeiten waren vooral een gevolg van lagere melkprijs. Begin 2018 werd nog voor een veel sterkere daling gevreesd. De droge zomer in Europa dempte echter het aanbod waardoor dat geen werkelijkheid werd. De droogte leidde ook tot extra kosten voor aankoop van ruwvoer en tot hogere krachtvoerkosten. Een klein deel van de melkveebedrijven verkoopt veel fosfaatrechten en een groter deel van de bedrijven kopen ze in beperkte mate. Ze houden elkaar wat betreft de totale bij- en afschrijvingen in evenwicht en hebben dus gemiddeld genomen nauwelijks invloed op de rekening courant positie van de gehele groep melkveebedrijven.

De gemiddelde stand op de lopende rekening kwam aan het einde van 2018 uit op 3.300 euro. Dit is vergelijkbaar aan de stand een kwartaal eerder en 5.700 euro lager dan een jaar eerder. Tegelijkertijd namen de spaartegoeden af en werd er minder geïnvesteerd en afgelost. De ontwikkeling van de lopende rekening is een resultante van de bij- en afschrijvingen. Ook neveninkomsten en privé-uitgaven zijn verwerkt in de cijfers alsmede overboekingen naar spaarrekeningen.

Onderstaande figuur geeft de totale bij- en afschrijvingen per maand op de rekening-courant weer vanaf 2017. Het vierde kwartaal van 2018 geeft een wisselend beeld. De uitbetaling van de hectarepremie door RVO in december leidde tot een piek in de bijschrijvingen.

Figuur: De kaspositie van melkveebedrijven daalde in 2018 met 55 euro per melkkoe

Vooruitzichten: hogere ruwvoerkosten bij stabiele tot licht stijgende melkprijs

Ondanks de droogte is er gemiddeld nog geen groot tekort aan ruwvoer. De relatief grote voorraden aan het uit het groeiseizoen 2017 zijn flink aangesproken maar dat heeft nog geen grote invloed op de rekening-courant positie. Dit zal de komende maanden veranderen is de verwachting. De marktomstandigheden voor zuivel zijn verbeterd. De interventievoorraden magere melkpoeder zijn verdwenen en deze beïnvloeden het marktsentiment niet langer negatief. Daarnaast is de globale productietoename vrij gematigd.

Nu de sector een jaar ervaring heeft met fosfaatrechten zal de bedrijfsproductie in 2019 beter worden afgestemd met de hoeveelheid aanwezige rechten. Dat zal op veel bedrijven leiden tot optimalisatie waardoor ook de kostenefficiëntie zal verbeteren verwacht en wij.

 

Voor nadere informatie over deze liquiditeitsbarometer en over de belangrijkste pijlers van de kasstroom (melkprijs en saldo) verwijzen wij graag naar de publicatie op Agrimatie van Wageningen Economic Research.

Deze liquiditeitsmonitor is tot stand gekomen als publiek private samenwerking tussen Wageningen Economic Research, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en ABN AMRO. De data zijn afkomstig van het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. Het doel is om de verkregen inzichten te delen en ondernemers te ondersteunen in hun bedrijfsvoering.

Voor vragen of opmerkingen over deze liquiditeitsmonitor of over de achtergronden kunt u contact opnemen met  Pierre Berntsen, ABN AMRO 06 51 30 18 77 of met Harold van der Meulen, Wageningen Economic Research, 0317 48 44 36.