Verduurzamen van de land- en tuinbouw via de koninklijke route

door: Pierre Berntsen

Over het belang van verduurzaming van de land- en tuinbouw is nauwelijks discussie. Wel over de uitvoering en financiering ervan. Belangrijk knelpunt is dat de meeste boeren en tuinders niet de financiële ruimte hebben om versneld te verduurzamen. Het is dan ook onrealistische om de bal alleen bij hen neer te leggen. Ik pleit daarom voor de spreekwoordelijke koninklijke route. Dat houdt in dat boeren gecompenseerd worden voor de extra kosten en inspanningen van versnelde verduurzaming. Veilig, voedzaam en duurzaam voedsel heeft zijn prijs. Voor iedereen in de keten.

De duurzaamheidstransitie is één van de belangrijkste thema’s voor de landbouw. Om deze te realiseren zijn er jonge, enthousiaste professionals nodig. Maar jongeren maken hun eigen keuze. Het lukt alléén om ze te behouden als ze voelen dat ze gewaardeerd worden en ruimte hebben om te ondernemen. En uiteraard is ook een goede boterham belangrijk. Hoe combineer je nu verduurzaming met voldoende inkomen?

De financiële realisatie van verduurzaming loopt via vier routes:

1) ‘Meer met minder’: Efficiënter produceren via innovaties, sensoren, drones, en slimmer gebruik van data. Dit is een route waarin Nederland sterk is en haar positie verder kan uitbouwen. Circulaire landbouw hoort deels ook in deze categorie. Hergebruik van reststromen is niet alleen circulair, het is ook financiëel aantrekkelijk. Deze route verlaagt over het algemeen de productiekosten én de milieu-impact. Vooral mee doorgaan dus.

2) ‘Anders werken’: Als ondernemers de tijd krijgen en er slim op in spelen leidt deze route nauwelijks tot hogere kosten. Denk aan weidegang of Veldleeuwerik. Voorwaarde is dan wel dat een keuze uit het verleden niet belemmerend werkt. Dat is bij weidegang bijvoorbeeld soms wel het geval en levert dan weerstand op. Het moet dus passen in het investeringsritme van ondernemingen en bij bestaande structuren om kapitaalsvernietiging en weerstand te voorkomen.

3) Financiële prikkels of compensatie vanuit de fiscus (bijv. MIA, Vamil), de overheid (bijv. SDE+), of het GLB. Dit zijn vertrouwde en effectieve instrumenten. Belasting wordt graag uitgesteld door ondernemers en subsidies zijn effectief. GLB betalingen kunnen de kosten en inspanningen voor groene diensten betalen, kosten die je moeilijk op een andere manier kunt compenseren. Je kunt deze diensten ook zien als maatschappelijke dienstverlening. Slimme prikkels helpen de sector versneld verduurzamen.

4) ‘De koninklijke route’ is naar mijn mening de belangrijkste route. Bij deze route worden de meerkosten van verduurzaming verwerkt in de prijs. De hele voedselketen betaalt dan de meerkosten en versnelt zo de verduurzaming van de productie.

Waarom de koninklijke route?

Boeren en tuinders hebben een zwakke positie in het complexe krachtenveld van internationale voedingskentens en zijn decennialang vooral op prijs afgerekend. Dat heeft de Nederlandse boer en tuinder gevormd. De focus op productiviteit is groot en hij behoort tot de meest efficiënte voedselproducenten ter wereld. Ook consumenten profiteerden er van. Een doorsnee Nederlands huishouden besteedt nog maar 11 procent van het budget aan voedsel. In 1960 was dit ruim 30 procent. Sturen op prijs was dus succesvol, maar niet voor boer en tuinder. Ondanks de hoge productiviteit is het inkomen in de landbouw niet hoger dan dat van een modale werknemer. En dit is geen vast inkomen maar een schommelende vergoeding voor een werkweek van 60 – 70 uur én voor het ondernemersrisico. Eerder zorgelijk dan duurzaam. Afnemers in de voedselketen dienen daarom hun focus op prijs te verbreden naar duurzaamheid. anders is het voor boeren en tuinders niet houdbaar.

De praktijk bewijst dat het kan

Er zijn al tal van concepten waarbij de hele keten mee betaalt aan duurzamere productie. Denk aan de snel groeiende afzet van biologische producten. Of de bijna 700 varkenshouders die werken volgens een duurzaamheidsconcept. En A-Ware en FrieslandCampina starten een extra duurzame zuivellijn. Ook is nagenoeg alle verse kip in Nederlandse supermarkten inmiddels afkomstig van bedrijven met traag groeiende kuikens en extra leefruimte. En een toenemend deel van de verkoop van vers voedsel vindt plaats via korte ketens zoals Willem&Drees, De Proefschuur, boerenwinkels, huisverkoop of via lokale coöperaties.

De koninklijke route geeft producenten de inkomsten en trots die ze verdienen en ketenpartners en consumenten het besef dat ze een bijdrage leveren aan een betere wereld. Dan pas is duurzaamheid ook echt breed gedragen.

 

Deze blog is op 15 december ook gepubliceerd op de webstie van Boerderij