Mijn levensverwachting stijgt

door: Theo de Kort

“De Nederlander wil zes jaar eerder stoppen met werken”, dat stelt een recent onderzoek van marktonderzoeksbureau GFK. Ik wil dat ook, maar hoe? Het thema speelt sterk in mijn vriendenkring, allemaal mid-vijftigers. Was in de generatie van onze ouders stoppen met werken tussen de 55 en 60 heel gewoon, daar geeft mijn pensioenwijzer 68 jaar als de geschatte pensioen/AOW-leeftijd.

Dat het om een geschatte leeftijd gaat, geeft geen hoop dat dit met jaren naar beneden wordt bijgesteld. Het draait allemaal om de algemene levensverwachting, omdat die stijgt moeten we langer doorwerken. In 1950 was de levensverwachting van een 65-jarige ruim 14 jaar, momenteel is dat al circa 20 jaar. Wat uitmaakt is dat de algemene gezondheid van jaar tot jaar fluctueert. Zo hebben de griepgolven van de afgelopen twee jaar er voor gezorgd dat in 2024 de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden blijft. En niet met drie maanden wordt verhoogd.

In het GFK onderzoek geeft 72% van de respondenten aan eerder te willen stoppen. Ongeveer de helft van die groep geeft aan al daadwerkelijk maatregelen te hebben genomen om dit te realiseren. We moeten er dus serieus rekening mee houden dat ruim een derde van de mensen ook daadwerkelijk eerder gaat stoppen met werken.

Kijk ik rond in mijn eigen steekproef, dan identificeer ik mensen die een eerste huis hebben gekocht in de jaren negentig. Ze hebben kinderen die klaar of bijna klaar zijn met studeren. Het betreft tweeverdieners met 1,5 tot 2 salarissen op HBO of academisch niveau. En ja, zij horen allemaal tot de groep die eerder wil stoppen met werken en daar al stevig voor aan het sparen is.

Deze mensen horen niet bepaald tot de groep mensen die een zwaar beroep uitoefent. Mensen met een zwaar beroep waarover iedereen het wel eens is dat ze eigenlijk niet door kunnen tot 68 jaar. Mijn inschatting is dat werknemers met een zwaar beroep nauwelijks vertegenwoordigd zijn in de groep mensen die geld reserveren om eerder te stoppen met werken. Het is wachten op maatregelen die zorgen dat deze mensen dat wel kunnen.

Tel ik beide groepen op, dan schat ik dat in de toekomst zo’n 40% van de werknemers eerder zal stoppen met werken. Dit gaat een factor worden om rekening mee te houden o.a. bij de premiebetalingen voor de AOW en de pensioenen . Het zal toch niet zo zijn dat de pensioenleeftijd voor de overige 60% hierdoor omhoog moet? Maar dit is voorlopig speculeren.

Gelukkig wil één op de vijf mensen ook langer doorwerken, omdat werken leuk is en men actief wil blijven.

Deze column verscheen eerder in Deal! Vakblad voor inkopers van de Nevi.