Handelsoorlog: Vrees versus feiten

door: Arjen van Dijkhuizen , Bill Diviney

  • De VS heeft zich dit jaar veel harder opgesteld op handelsgebied
  • China (tech) is mikpunt van Amerikaanse maatregelen geworden
  • Tot dusverre raken tarieven slechts klein deel van wereldhandel …
  • … maar handelsfricties hebben ondernemersvertrouwen aangetast …
  • … en bijgedragen aan verkrapping van financiële condities
  • Effect op wereldeconomie is tot dusverre bescheiden gebleven …
  • … o.a. dankzij verzwakking CNY en stimulerend beleid China
  • Natuurlijk zijn er neerwaartse risico’s …
  • … maar er zijn ook winnaars, terwijl China sneller hervormt
  • Strategische concurrentie VS-China houdt nog wel even aan; het gaat erom deze in goede banen te leiden
181218-Handelsoorlog-special-Vrees-versus-feiten.pdf (660 KB)
Download

1.     Inleiding

In dit themarapport bij onze Visie op wereldeconomie 2019, die we op 30 november publiceerden, zoomen we scherper in op de macro-economische gevolgen van de geëscaleerde handelsspanningen. Dit jaar zijn handelstarieven verhoogd, terwijl het aanvankelijk wereldwijde handelsconflict zich heeft verengd tot een vete tussen vooral de VS en China. We staan in dit rapport uitvoeriger stil bij de belangrijkste vragen die dit op macro-economisch gebied oproept. Hoe ontwikkelt het handelsconflict zich verder? Komen er nog meer tariefsverhogingen? Wat zijn de gevolgen van de (hogere) tarieven voor de wereldeconomie? En wat zijn de belangrijkste factoren die tot dusverre de pijn voor de wereldeconomie hebben verzacht? Zijn alle risico’s negatief? Of is er ook ruimte voor positieve effecten?

2. Hoe hebben de handelsmaatregelen van de VS tot dusverre uitgepakt?

Na een relatief rustig 2017 …

Tijdens zijn presidentscampagne met als motto America First liet Trump zich in felle protectionistische bewoordingen uit. In het eerste jaar van zijn presidentschap onthield hij zich echter van de invoering van handelstarieven. Hij kwam direct na zijn inauguratie in januari 2017 wel zijn verkiezingsbelofte na dat hij uit het Trans-Pacific Partnership (TPP) zou stappen. Verder startte hij de voorbereidingen voor de bouw van een muur op de grens met Mexico en dreigde hij Canada en Mexico dat de VS zich uit de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) zou terugtrekken. Op grond van artikel 301 van de Amerikaanse handelswet (US Trade Act) van 1974 begon de VS ook een onderzoek naar het Chinese beleid inzake de overdracht van technologie, intellectueel eigendom en innovatie. De VS had China echter nodig om het Noord-Koreaanse risico, dat in de zomer van 2017 een hoogtepunt bereikte, in te dammen. Daarom legde de VS toen nog geen handels- en investeringssancties op aan China. De twee ontmoetingen tussen de presidenten Donald Trump en Xi Jinping in april en november 2017 leverden zelfs een aantal bilaterale overeenkomsten op het gebied van handel en investeringen op.

… heeft de VS zich dit jaar op handelsgebied veel harder opgesteld

Dit jaar was anders. Nadat het Noord-Koreaanse risico was beteugeld en het Amerikaanse belastingplan was goedgekeurd, ging de regering-Trump in de loop van het jaar een steeds agressievere koers op handelsgebied varen. Een eerste stap werd gezet in januari 2018 toen de VS een invoerheffing van 30% op zonnepanelen en van 20-50% op wasmachines aankondigde (deze tarieven troffen vooral Aziatische exporteurs). In maart volgden invoertarieven op staal (25%) en aluminium (10%) voor bijna alle landen (met uitzondering van Australië en Argentinië; voor de EU, Canada en Mexico golden tot 1 juni vrijstellingen).

China is mikpunt van Amerikaanse handels- en investeringsmaatregelen geworden

In de afgelopen maanden heeft de VS op handels- en investeringsgebied het vizier sterker op China gericht. Nadat in de zomer een wapenstilstand met de EU was gesloten[1] en de NAFTA was aangepast en omgedoopt tot de USMCA (United States-Mexico-Canada Agreement), richtte de VS zijn pijlen vooral op China. Dit hangt deels samen het bilaterale handelstekort van de VS, dat met China het grootst is. De Amerikaanse zorgen over de opkomst van China als technologiereus en de wijze waarop China met intellectuele eigendomsrechten omgaat en de ontwikkeling van technologiesectoren subsidieert, spelen echter waarschijnlijk een nog grotere rol. Al met al heeft de VS de handelstarieven voor China duidelijk verhoogd (zie tabel). Tot dusverre heeft de VS dit jaar Section 301-tarieven van 10-25% ingesteld op in totaal USD 250 miljard aan invoer vanuit China. Als vergelding heeft China een heffing van 5-25% op USD 110 miljard aan invoer vanuit de VS opgelegd. In totaal gelden nu dus extra tarieven voor USD 360 miljard aan bilaterale handelsstromen tussen de twee grootste economieën ter wereld. De VS heeft voorts de wetgeving gewijzigd en de beperkingen aangescherpt ten aanzien van buitenlandse (vooral Chinese) investeringen in de VS en de uitvoer van strategische goederen naar China.

Trump en Xi komen in Buenos Aires wapenstilstand van negentig dagen overeen

Bij de G20-top in Buenos Aires waren alle ogen gericht op het bilateraal overleg tussen de presidenten Trump en Xi. Tijdens dit overleg, dat in de marge van de G20 plaatsvond, sloten zij een wapenstilstand van negentig dagen in het handelsconflict tussen beide landen en spraken zij af om de gesprekken voort te zetten om tot een akkoord voor de langere termijn te komen. Dit betekent dat de invoertarieven in de komende maanden gelijk blijven. Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of de VS en China erin slagen om de resterende meningsverschillen te overbruggen, maar het Amerikaanse dreigement dat het tarief op USD 200 miljard aan invoer uit China per 1 januari 2019 van 10% naar 25% omhooggaat, is (voorlopig) van tafel. Bovendien zal de uitbreiding van de heffingen naar alle invoer vanuit China (hierdoor zou de heffingsbasis met meer dan USD 250 miljard zijn verbreed) op korte termijn in elk geval niet plaatsvinden. De daarmee samenhangende negatieve risico’s voor de groei van de Chinese economie, alsook de risico’s voor een hogere inflatie in de VS, zijn daarmee op dit moment wat afgezwakt.

Als onderdeel van het voorlopige akkoord gaat China substantieel meer Amerikaanse landbouw- en energieproducten invoeren. Dit moet bijdragen aan de vermindering van het bilaterale handelsoverschot van China met de VS. China heeft al maatregelen genomen om zijn markten meer open te stellen. Zo is het regime voor directe buitenlandse investeringen (met inbegrip van de financiële sector) geliberaliseerd en zijn de algemene invoertarieven verlaagd. Voorts heeft China ermee ingestemd de invoerheffing voor Amerikaanse auto’s weer te verlagen naar 15%. Toen het handelsconflict escaleerde, was het tarief naar 40% verhoogd. Het is niet waarschijnlijk dat China zijn model van staatskapitalisme of zijn strategie om wereldwijd opererende nationale kampioenen te creëren opgeeft, maar een compromis op het vlak van de bescherming van intellectueel eigendom lijkt wel haalbaar.

3. Wat zijn tot dusverre de macro-economische gevolgen?

Meerdere kanalen van besmettingsgevaar

In een eerder verschenen publicatie onder de titel Handelsoorlog – enkele scenario’s legden we uit dat protectionistische maatregelen via meerdere kanalen de economische vooruitzichten kunnen beïnvloeden. Ten eerste zullen tarieven waarschijnlijk de invoer- en uitvoerstromen waarvoor ze gelden, drukken (direct effect). Ten tweede leiden ze wellicht tot hogere productiekosten en/of consumentenprijzen in het importerende land. Ten derde ontstaan er indirecte effecten indien deze maatregelen de wereldwijde aanbodketens raken. Een vierde kanaal betreft het ondernemersvertrouwen, dat door de implementatie van protectionistische maatregelen mogelijk wordt gedrukt. Dit kan overslaan naar de binnenlandse vraag, en met name naar de (binnenlandse en buitenlandse) investeringen. Het vijfde kanaal loopt via de financiële markten. Door de onzekerheid rond een verdere escalatie van de protectionistische maatregelen kan het beleggerssentiment een tik krijgen. De koersen ondergaan dan wellicht een forse correctie, met negatieve vermogenseffecten en verkrappende financiële condities als gevolg, die vervolgens weer een negatieve uitwerking op de binnenlandse vraag hebben. Tot slot hangt het effect van handelstarieven op de economie en de inflatie ook af van hoe centrale banken op de situatie zullen reageren. Overigens kan de werkingskracht van deze kanalen per land of regio aanzienlijk verschillen.

Tot dusverre raken de tarieven slechts een klein deel van de wereldhandel

De tarieven die tot dusverre dit jaar door de VS en, als vergeldingsmaatregel, door andere landen zijn ingevoerd, hebben nog geen significant effect op de economische groei, in ieder geval niet op mondiale schaal. Als we ons even concentreren op de invoertarieven die de VS en China bilateraal hebben geheven (deze hebben betrekking op onderlinge handelsstromen ter waarde van USD 360 mld), dan geldt dat ongeveer 2% van de mondiale invoer (2017) hierdoor is geraakt. Wanneer we ook de Amerikaanse dreiging meenemen om de heffingsbasis te verbreden naar alle invoer vanuit China, dan zou het gaan om ongeveer 3,5% van de mondiale invoer. Dat aandeel stijgt verder naar circa 5% als we ook de al door de VS ingevoerde tarieven op staal en aluminium meenemen, alsmede de Amerikaanse dreiging van een algehele verhoging van invoertarieven op auto’s.

Chinese uitvoer naar VS blijft fors, bilateraal handelstekort VS met China op recordhoogte

Tot dusverre heeft de invoering van tarieven de Chinese uitvoer naar de VS niet echt nadelig beïnvloed. De verklaring hiervoor moet vermoedelijk deels worden gezocht bij de vervroegde uitvoering van handelstransacties om (nog hogere) tarieven te vermijden (frontloading). Daarbij komt dat de Chinese yuan (CNY) ten opzichte van de Amerikaanse dollar in waarde is gedaald. De groei van de Chinese invoer vanuit de VS is in de afgelopen maanden daarentegen sterk afgenomen (terwijl de groei van de totale Chinese invoer tot oktober stabiel is gebleven). Dit kan het gevolg van de Chinese vergeldingsmaatregelen zijn, maar ook van voornoemde daling van de yuan. Hoe dan ook is het bilaterale handelstekort van de VS met China verder gestegen tot nieuwe recordhoogtes. In september 2018 kwam de 12-maands voortschrijdende som boven USD 400 miljard uit.

Handelsspanningen hebben het wereldwijde ondernemersvertrouwen aangetast …

De escalatie van de handelsspanningen tussen de twee grootmachten – in combinatie met andere factoren zoals de geleidelijke verkrapping van het monetair beleid in de VS en enkele andere landen, gevoegd bij misschien enige cycliciteit – lijkt het ondernemers-vertrouwen te hebben aangetast. In de loop van 2018 zijn de inkoopmanagersindices (PMI’s) voor de verwerkende industrie duidelijk verzwakt, in zowel de ontwikkelde als de opkomende economieën Opvallend is de sterke daling van de PMI-uitvoersubindices; dit sluit niet geheel aan bij de tot dusverre gematigder vertraging van het wereldhandels-volume.

… en hebben bijgedragen aan de verkrapping van financiële condities

Bovendien hebben de handelsspanningen naar onze mening bijgedragen aan de periodes van risicoaversie op de financiële markten en de verkrapping van de financiële condities. De aandelenmarkten in de VS en andere ontwikkelde economieën zaten gedurende een groot deel van het jaar in de lift (in ieder geval tot oktober), maar de opkomende markten hadden het moeilijk, mede door de verhoging van invoertarieven. De relatieve zwakte van de Chinese aandelenmarkt illustreert dit. Door deze marktontwikkelingen kwam er een algehele verkrapping van de financiële condities op gang, vooral in de opkomende economieën (inclusief opkomend Azië). Tot dusverre is de verkrapping qua omvang echter bij lange na niet vergelijkbaar met de mondiale kredietcrisis of voorzover relevant de staatsschuldencrisis in de eurozone.

 

Effect op wereldeconomie is naar schatting tot dusverre bescheiden gebleven

In ons basisscenario gaan we ervan uit dat de tariefmaatregelen niet verder gaan dan de tot nu toe geuite dreigementen[2]. In dat geval voorzien we een geleidelijke vertraging, maar geen ineenstorting van de wereldhandel en -economie. We verwachten dat de groei van de wereldhandel afzwakt van 4% in 2018 naar 3,5% in 2019 en dat de mondiale bbp-groei terugloopt van 3,8% dit jaar naar 3,5% volgend jaar. Dit is in lijn met de prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de recent verschenen World Economic Outlook[3]. Het IMF verwacht dat de groei van de wereldeconomie in 2018-19 stabiliseert op 3,7%. Al deze cijfers onderstrepen dat, ondanks de oplopende handelsspanningen en de meerdere kanalen van besmettingsgevaar, op dit moment een sterke groeivertraging van de wereldeconomie en -handel niet wordt verwacht.

Mocht de VS echter alle dreigementen waarmaken, dan zou de kerninflatie in de VS sterker kunnen oplopen. In dat geval houden we een extra toename van cumulatief 0,3 %-punt over de jaren 2019-20 voor mogelijk. Dit lijkt misschien niet veel, maar het weerspiegelt wel een combinatie van factoren: 1) het effect wordt waarschijnlijk gedrukt door de depreciatie van de CNY ten opzichte van de USD met ongeveer 10% in het afgelopen jaar, 2) goederen vormen slechts 25% van de kern-CPI (diensten de rest), en 3) de invoer van goederen uit China vertegenwoordigt circa 18% van het totaal. Mogelijk proberen ondernemingen de hogere prijzen te absorberen, vooral indien ze denken dat de invoertarieven niet per se blijvend zijn en wellicht worden ingetrokken zodra de VS en China een akkoord bereiken. Er bestaat dus grote onzekerheid wanneer en in hoeverre de invoertarieven worden doorberekend.

Indien de kerninflatie in de VS als gevolg van hogere invoertarieven stijgt, dan wordt dat ongetwijfeld voorpaginanieuws. Voor het monetair beleid maakt het waarschijnlijk echter niet veel uit, behalve in het onwaarschijnlijke geval dat hierdoor de inflatieverwachtingen oplopen. Doorgaans kijken centrale banken bij de bepaling van hun monetair beleid door dergelijke tijdelijke aanbodfactoren heen. Dat zal volgens ons deze keer niet anders zijn.

4. Welke factoren verzachten de macro-economische pijn?

Tot dusverre zijn de (geraamde) gevolgen van de geëscaleerde handelsspanningen voor de groei van de wereldeconomie relatief beperkt gebleven. We zien hiervoor meerdere oorzaken.

Een brede mondiale handelsoorlog is vermeden

Een belangrijke oorzaak waarom de macro-economische impact beperkt is gebleven, is dat de handelsspanningen niet in een brede mondiale handelsoorlog zijn uitgemond. Het is veeleer een bilateraal conflict tussen de VS en China. Zoals uiteengezet in ons vorige rapport, Handelsoorlog – enkele scenario’s, zouden de gevolgen voor de wereldwijde economische groei, de inflatie en het beleid van centrale banken bij een wereldwijde handelsoorlog (ons worstcasescenario) veel ingrijpender zijn geweest dan bij een handelsoorlog tussen de VS en China (ons negatieve scenario).

Zoals hierboven al gezegd, raakten de invoertarieven tot dusverre slechts 2% van de wereldhandel en kan dit bij een verdere escalatie en volledige vergelding oplopen tot zo’n 5%. Het totale effect zal dus veel geringer zijn dan tijdens eerdere periodes van protectionisme, zoals de Grote Depressie van eind jaren twintig van de vorige eeuw. Daarbij komt dat China heeft aangekondigd zijn invoertarieven voor andere handelspartners dan de VS te verlagen. Overigens is een vergelijking met de jaren 1920 moeilijk, omdat de wereld veel sterker is geïntegreerd en de aanbodketens zijn geglobaliseerd.

De tarieven zijn niet buitensporig

Een hieraan gerelateerde factor die de macro-economische pijn van de handelsoorlog tussen de VS en China verzacht, is dat tarieven van 10% (of zelfs 25%) naar onze mening niet buitensporig zijn. Een tarief van 10% wordt in het internationale handelsverkeer als ‘ruis’ gezien. Gelet ook op andere factoren, zoals de gebruikelijke schommelingen in wisselkoersen (zie hierna), inputkosten en de flexibiliteit van zowel exporterende als importerende ondernemingen om hun marge aan te passen, hoeft bij een tarief van 10% de handel in de betreffende goederen niet zo heel sterk te worden geschaad. In dit verband speelt ook de prijselasticiteit van invoer/uitvoer een rol.

 

Wisselkoersaanpassingen compenseren effecten van invoerheffingen

Een belangrijke verzachtende factor is de wijziging van wisselkoersen geweest. Volgens de economische theorie zal het effect van de heffing van een invoertarief worden gecompenseerd door de appreciatie van de valuta van het land dat de heffing invoert. In het geval van een kleine, open economie, zal deze appreciatie het effect van de invoerbeperking volledig teniet doen door andere invoer goedkoper te maken en de uitvoer duurder.[4] Weliswaar is de VS een grote, open economie, maar in de praktijk lijkt het Amerikaanse handelsbeleid, in combinatie met de macro-economische beleidsmix, te hebben bijgedragen aan de algehele kracht van de dollar en de hernieuwde zwakte van de Chinese yuan tegenover de dollar. Dit compenseerde het effect van de initiële invoerbeperkingen. Sinds de aankondiging door de VS van specifieke invoertarieven voor China, heeft de yuan bijna 10% verloren ten opzichte van de dollar. Hierdoor zijn de gevolgen van de tot nu toe door de VS ingevoerde tarieven grotendeels geneutraliseerd. Het heeft zelfs bijgedragen aan een verbetering van de algehele concurrentiekracht van China, gemeten naar de reële effectieve wisselkoers. De concurrentiekracht van de VS is daarentegen dit jaar licht afgenomen.

China neemt compenserende macro-economische maatregelen

De Chinese overheid gedoogt niet alleen de (door marktfactoren gedreven) zwakte van de yuan, maar neemt ook andere beleidsmaatregelen om de negatieve risico’s van de handelsoorlog met de VS te ondervangen. Beijing is begonnen het begrotingsbeleid te versoepelen en heeft bijvoorbeeld lokale overheden opdracht gegeven dat ze de uitgifte van speciale obligaties moeten verhogen om lokale infrastructuurprojecten te financieren. Daarnaast voert Beijing diverse belastingverlagingen (inkomsten-, vennootschaps-, invoer- en uitvoerbelasting) door of worden hiervoor voorbereidingen getroffen. Op monetair vlak heeft de Chinese centrale bank (PBoC) haar beleid verfijnd (via o.a. een verdere verlaging van de reservevereisten voor banken). Doel hiervan is de kredietverlening aan particuliere ondernemingen, inclusief het midden- en kleinbedrijf, te stimuleren en tegelijkertijd de rol van het schaduwbankwezen verder terug te dringen. Deze maatregelen zijn erop gericht dat de economische groei van China slechts geleidelijk vertraagt en de macro-economische impact van de handelsoorlog tussen de VS en China beperkt blijft. Meer informatie vindt u in onze Visie op China 2019 (klik hier).

Substitutie-effecten

In reactie op de door de VS genomen maatregelen benadert China andere landen om de samenwerking op handels- en investeringsgebied te versterken. In een witboek sprak Beijing de intentie uit om vrijhandelsovereenkomsten met de EU, Japan en Zuid-Korea te sluiten of uit te breiden en de hoop dat de Regional Comprehensive Economic Partnership (RCEP) snel tot stand komt. De handelsstromen binnen dit grootschalig regionaal handelsverdrag waartoe ook China en India behoren, vertegenwoordigen circa 40% van het mondiale bbp. Illustratief voor de Chinese beleidsverschuiving is de recente ontdooiing van de van oudsher complexe relaties met Japan. Het bezoek dat de Japanse premier Abe in oktober aan Beijing bracht, was het eerste officiële bezoek door een Japanse regeringsleider aan China in bijna zeven jaar.

5. Wat zijn de neerwaartse risico’s?

Hoewel diverse factoren de gevolgen voor de wereldeconomie verzachten, kleven aan de handelsfricties duidelijk neerwaartse risico’s voor de wereldeconomie. Deze kunnen zich met name manifesteren indien:

–       de VS en China hun bilaterale invoertarieven sterker verhogen;

–       de VS de heffingsbasis verbreedt tot alle invoer vanuit China;

–       de handelsmaatregelen weer een mondiaal karakter krijgen (bijvoorbeeld doordat de VS algemene invoertarieven voor auto’s instelt);

–       de handelsmaatregelen de wereldwijde aanbodketens ernstig verstoren;

–       het conflict tussen de VS en China uitmondt in een bredere ‘koude oorlog’ of zelfs in militaire spanningen.

In al deze gevallen geldt dat het ondernemersvertrouwen en de financiële markten waarschijnlijk nog sterker worden geraakt. In de VS is er in de macrocijfers nog weinig te merken van de onzekerheid rond het handelsbeleid, maar er zijn toch duidelijke aanwijzingen dat vanwege het handelsbeleid investeringen zijn uitgesteld of stopgezet. Het risico is aanwezig dat deze aanwijzingen een voorbode zijn van een bredere impact die nog in de cijfers tot uitdrukking moet komen. Volgens ons heeft de investeringscyclus in de VS hoe dan ook het hoogtepunt bereikt, maar de onzekerheid rond het handelsbeleid zou wel tot een sterkere terugval kunnen leiden dan we nu in onze ramingen aannemen. In China doet de duidelijke daling van de PMI’s voor de verwerkende industrie en de PMI-uitvoerindices vermoeden dat het handelsconflict het ondernemersvertrouwen al significant heeft aangetast. Bij een verdere escalatie van de spanningen neemt het vertrouwen mogelijk verder af. De Chinese economie krijgt dan met sterkere tegenwind te maken, ook al verwachten we dat de overheid dan nieuwe stimuleringsmaatregelen neemt en de CNY verder laat dalen om de pijn te verzachten.

6. Is er ook een kans op positieve uitkomsten van de handelsoorlog?

Indien de strategische concurrentie tussen de VS en China beheersbaar blijft, kunnen de oplopende handelsspanningen volgens ons ook enkele positieve effecten voor de wereldeconomie hebben.

Dialoog geeft richting aan onvermijdelijke strategische concurrentie tussen VS en China

Strategische concurrentie tussen de huidig grootste wereldmacht (VS) en een snel opkomende nieuwe macht (China) is waarschijnlijk onvermijdelijk. Hoe deze concurrentie in goede banen kan worden geleid, is nog de vraag. In dit verband kan de escalatie van handelsfricties een positief effect hebben, in die zin dat hierdoor een nuttige, continue dialoog tussen de VS en China op gang komt, die richting geeft aan de toekomstige strategische concurrentie en samenwerking.

Versnelde hervormingen en openstelling van China

Het is niet waarschijnlijk dat China aan alle Amerikaanse eisen toegeeft. We verwachten niet dat China bereid is zijn model van staatskapitalisme los te laten, terwijl het evenmin in de lijn der verwachting ligt dat China zijn streven opgeeft om wereldwijd opererende nationale kampioenen te creëren. De handelsfricties lijken echter China wel een zetje te hebben gegeven om op bepaalde gebieden hervormingen door te voeren: de verdere verlaging van invoertarieven, de liberalisering van het regime voor directe buitenlandse investeringen, de openstelling van de financiële sector en de noodzaak om een binnenlands speelveld tussen staatsbedrijven en particuliere ondernemingen te creëren. Hoewel China deze maatregelen bestempelt als reeds lang geplande structurele hervormingen die nodig zijn om het groeimodel te verfijnen, hebben de handelsfricties dit proces waarschijnlijk iets versneld.

Handelsoorlog kan ook winnaars creëren

Handelstarieven – indien beperkt tot een geïsoleerd bilateraal conflict – leiden niet per se tot minder handel. Mogelijk verschuiven handelsstromen alleen maar. Verstoringen in wereldwijde aanbodketens die samenhangen met het conflict tussen de VS en China, kunnen voor andere landen of regio’s kansen creëren. Zowel Amerikaanse als Chinese importeurs gaan immers op zoek naar andere leveranciers. Volgens een recente studie van de Economist Intelligence Unit[5] creëert een handelsoorlog tussen de VS en China kansen voor Mexico (auto’s) en Canada, de Europese Unie en enkele landen in opkomend Azië (Maleisië, Vietnam, India, Thailand en Bangladesh in het bijzonder) en Latijns-Amerika (producenten van sojabonen).

[1] De dreiging van een algemeen tarief voor auto’s is nog steeds aanwezig.
[2] De VS heeft gedreigd een invoerheffing van 25% op alle invoer vanuit China op te leggen.
[3] IMF, World Econonomic Outlook, ‘Challenges to Steady Growth’, oktober 2018, Scenario Box 1 – Global Trade Tensions (pagina 33-35).
[4] Voor meer achtergrondinformatie en nadere toelichting zie bijvoorbeeld: Mankiw, Macroeconomics, International Edition, Ninth Edition, 2016, hoofdstuk 13.
[5] Economist Intelligence Unit¸ Creative disruption – Asia’s winners in the US-China trade war, 2018