Trumps handige handelsdeal

door: Han de Jong

  • Handelsdeal tussen VS en China zou handig zijn
  • Europese economie wordt – hopelijk tijdelijk – geremd door autosector
  • Wisselende cijfers uit Azië moeten goed in de gaten worden gehouden
181105-Macro-Weekly-NED.pdf (299 KB)
Download

Ik heb net Bob Woodwards boek ‘Fear’ over het Witte Huis onder Trump uitgelezen. Een heel interessant en prettig leesbaar boek. Een aspect van het presidentschap van Trump dat ik tot nu toe niet goed begreep, was de opstelling van de Amerikaanse regering ten aanzien van de handel. Tijdens zijn verkiezingscampagne ontwikkelde Trump een duidelijk protectionistische agenda, maar in het eerste jaar van zijn presidentschap hoorden we daar weinig over. Dat is inmiddels veranderd en voor grote delen van de handelsstromen gelden nu importheffingen. Waarom die radiostilte met betrekking tot protectionisme in het eerste jaar van het presidentschap? Het antwoord lijkt te zijn dat Gary Cohn, Trumps eerste directeur van de National Economic Council, protectionistische initiatieven zo veel mogelijk heeft tegengehouden. Maar hij kreeg ruzie met Trump over diens reactie op het racistische incident in Charlottesville in augustus 2017. Dat lijkt zijn invloed te hebben ingeperkt. Cohn was na het incident in Charlottesville vastberaden om het Witte Huis te verlaten, maar werd overgehaald om aan te blijven tot na de afronding van de belastinghervorming. Hij vertrok in april 2018. Sindsdien is het handelsconflict geëscaleerd.

Maar nu, met nog maar een paar dagen te gaan tot de cruciale mid-term verkiezingen, zou Trump zijn medewerkers opdracht hebben gegeven om een concept op te stellen voor een deal met China. Dit kan gezien kan worden als een staakt-het-vuren in het conflict. Een echte deal is misschien nog ver weg, maar dit is hoopgevend.

De Amerikaanse economie lijkt het prima te doen. Het ondernemersvertrouwen in de verwerkende industrie is weliswaar afgenomen, in ieder geval volgens de ISM-index die daalde van 59,8 in september naar 57,7, wat een forse daling op maandbasis is, maar de absolute hoogte van de index wijst nog steeds op een sterke economische groei.

Het consumentenvertrouwen is volgens de graadmeter van de Conference Board gestegen van 135,3 in september naar 137,9. Dit is een van de hoogste uitkomsten op maandbasis ooit en geeft aan dat de consument goed in zijn vel zit. De financiële positie van huishoudens is gezond en wij rekenen erop dat de consumptieve bestedingen in de komende kwartalen krachtig blijven groeien.

De arbeidsmarkt blijft zich krachtig ontwikkelen en is nog steeds krap. Per saldo kwamen er 250.000 nieuwe banen bij. Dat cijfer geeft waarschijnlijk een te positief beeld van de onderliggende kracht, omdat er sprake was van een inhaaleffect ten opzichte van september, toen de banengroei werd gedrukt door orkaan Florence.

Het gemiddelde uurloon steeg met 0,2% m-o-m. Als gevolg van een basiseffect (de lonen daalden vorig jaar in oktober met 0,2% m-o-m) versnelde de stijging op jaarbasis van 2,8% in september naar 3,1%. We moeten dit in de gaten houden, maar afgaande op de maandelijkse stijgingen in november en december vorig jaar verwacht ik dat het cijfer op jaarbasis in de komende maanden weer wat afzwakt.

Europa en het autoprobleem: we moeten ervan uitgaan dat dit tijdelijk is

De economie van de eurozone heeft dit jaar veel aan kracht verloren. In de eerste maanden bleek de internationale handel de grootste boosdoener. Door de vertraging van de groei van de export naar China en de escalatie van het handelsconflict droeg de handel negatief bij aan de economische groei. In de loop van de zomer leken de vertrouwensindices de bodem te hebben bereikt, maar de laatste tijd neemt het vertrouwen weer sneller af. Dit komt ook tot uiting in de hardere cijfers. In het derde kwartaal bedroeg de bbp-groei 0,2% k-o-k. Dit is de zwakste groei sinds 2014. Het Italiaanse bbp groeide in het derde kwartaal zelfs helemaal niet. De index voor het economisch sentiment van de Europese Commissie daalde in oktober verder: van 110,9 naar 109,8. Dit betekende de tiende daling op maandbasis, maar de onderstaande grafiek laat zien dat dit in historisch opzicht nog steeds beschouwd kan worden als een gezond niveau.

In de afgelopen maanden heeft zich een nieuw, maar naar wij aannemen tijdelijk probleem aangediend. Autofabrikanten blijken door de invoering van nieuwe regels voor emissietests (WLTP-regels) op 1 september problemen te ondervinden met de certificering van nieuwe auto’s. Hierdoor kunnen ze geen auto’s afleveren bij klanten. Om te voorkomen dat grote voorraden worden opgebouwd, is de productie drastisch verlaagd. Duitsland is – veruit – de grootste autoproducent van Europa. De Duitse autoproductie daalde in augustus met ruim 31% j-o-j en in september met ruim 23%. Dit heeft grote gevolgen voor de totale economische bedrijvigheid in Duitsland. De productie van auto’s is goed voor naar schatting 15% van de totale industriële productie. Als er 25% minder auto’s worden geproduceerd, drukt dat de totale industriële productie dan ook met 3,75%. Dat is precies het percentage waarmee de groei van de industriële productie de afgelopen tijd is afgenomen. In mei steeg de industriële productie nog met 3,6% j-o-j en in augustus daalde deze met 0,1% j-o-j. Doordat de verwerkende industrie ongeveer een kwart van de Duitse economie vertegenwoordigt, schaaft de daling van de productie van auto’s, als deze een jaar lang aanhoudt, tussen 0,5% en 1,0% van het bbp af.

Een ander aspect is dat kopers hun aankoop mogelijk hebben vervroegd omdat ze bang waren dat de prijzen vanaf september omhoog zouden gaan.

Het goede nieuws is natuurlijk dat autofabrikanten deze problemen hoogstwaarschijnlijk binnen niet al te lange tijd oplossen. De recente ontwikkelingen zouden dan moeten omkeren. De omvang van deze omslag zal echter worden beperkt door het gedrag van kopers. Omdat kopers verwachtten dat de prijzen na het van kracht worden van de WLTP-regels omhoog zouden gaan, vervroegden ze hun aankoop. De autoverkopen bleven in oktober in een aantal landen zwak. Duimen maar.

Al met al is de Europese economie in de loop van het jaar afgezwakt. De recente zwakte is waarschijnlijk echter niet blijvend, omdat deze vooral wordt veroorzaakt door de autosector. Het lijkt aannemelijk dat de sector een oplossing voor de problemen vindt en dat de economische situatie dan weer verbetert.

Azië blijft zorgenkind (in ieder geval voor mij), maar ik ben nog steeds hoopvol

De economische indicatoren voor Azië vertonen nog steeds een wisselend beeld. In de afgelopen maanden hebben de handelsstromen enige verbetering laten zien. De laatste handelscijfers uit Korea zijn hiervan een goed voorbeeld. De exportcijfers voor oktober waren 22,7% m-o-m hoger. Dit geeft waarschijnlijk een te positief beeld. Door een aantal vrije dagen in september daalde de export die maand met 8,2% j-o-j; dit zorgde voor een inhaaleffect in oktober. Toch was dit heel behoorlijk nieuws.

Andere cijfers uit Korea en Taiwan waren minder hoopgevend. De industriële productie in Zuid-Korea daalde in september met 2,5% m-o-m en 8,4% j-o-j. Dit is ongetwijfeld mede te wijten aan de vakantieweek van eind september. De Markit PMI voor Zuid-Korea daalde in oktober van 51,3 naar 51,0. Volgens de meest recente enquête van de Zuid-Koreaanse centrale bank is het vertrouwen in de verwerkende industrie gedaald van 78 naar 72, het laagste niveau sinds begin 2017. De vertrouwensindex voor ondernemingen buiten de verwerkende industrie daalde van 77 naar 75.

De cijfers voor Taiwan waren niet veel beter. De PMI daalde van 50,8 in september naar 48,7 in oktober. De daling ten opzichte van de cyclische piek van 56,9 in januari is aanzienlijk.

Hoewel sommige cijfers uit Azië duidelijk zwak zijn, vind ik de handelscijfers hoopgevend, evenals de mogelijke uitweg uit het handelsconflict tussen de VS en China en de wetenschap dat Chinese beleidsmakers bezig zijn met het verschaffen van – weliswaar bescheiden en gerichte – stimuleringsmaatregelen.