VK – Economische gevolgen van brexit-scenario’s

door: Bill Diviney , Nick Kounis

  • De brexit-onderhandelingen zitten in de laatste fase, maar het blijft heel onzeker of er een akkoord wordt bereikt …
  • … en of een eventueel akkoord ook door het Britse parlement komt
  • We schetsen in deze publicatie drie scenario’s en de economische en monetaire gevolgen
  • Een ordelijke brexit is nog steeds ons basisscenario, maar sterk overtuigd hiervan zijn we niet
  • Een wanordelijke brexit is hierna het meest waarschijnlijk: de Britse economie wacht dan een periode van stagflatie
  • Een tweede EU-referendum, met winst voor het ‘blijf’-kamp, kan niet worden uitgesloten: een sterke inhaalslag van bedrijfsinvesteringen ligt dan in het verschiet
251018-Economische-gevolgen-van-brexit-scenarios-NL.pdf (290 KB)
Download

Inleiding

De onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU) naderen het moment van de waarheid. De kans dat er een akkoord komt, verandert met vrijwel iedere bijeenkomst van de onderhandelaars. Zelfs als er de komende weken overeenstemming wordt bereikt, dan nog is het risico aanzienlijk dat voor dit akkoord onvoldoende steun is in het Britse parlement. De oppositiepartijen lijken vastbesloten om tegen het voorstel te stemmen. Vooral de Labour-partij steekt haar mening niet onder stoelen en banken. Bovendien zullen mogelijk ook enkele parlementsleden van de Conservatieve partij  tegen stemmen. Op dit moment kan het nog alle kanten op. Dit geldt voor zowel de onderhandelingen tussen het VK en de EU als de binnenlandse politieke situatie in het VK. In deze publicatie schetsen we drie hoofdscenario’s, waarbij de nadruk veeleer ligt op de waarschijnlijke uitkomst dan op de processen die tot die uitkomst leiden.

Onderhandelingen blijven zich voortslepen

Oorspronkelijk was het de doelstelling dat er in oktober een akkoord op tafel zou liggen over een ordelijk vertrek van het VK uit de EU en de toekomstige relatie in hoofdlijnen. Dit is inmiddels verschoven naar December. Het grootste struikelblok is nog steeds het ‘backstop plan’ om een harde grens tussen de Ierse Republiek  en Noord-Ierland te vermijden. Dit betreft niet de definitieve regeling voor de lange termijn, maar een soort noodoplossing als er gedurende de overgangsperiode geen beter alternatief wordt gevonden dat voor zowel het VK als de EU acceptabel is. In haar eerste voorstel voor deze noodoplossing ging de EU ervan uit dat alleen Noord-Ierland deel van de douane-unie en de interne markt zou blijven uitmaken. Inmiddels lijkt de EU akkoord te willen gaan met het Britse voorstel dat het hele VK in de douane-unie blijft en dat alleen Noord-Ierland ook bij de interne markt hoort. Wat de EU betreft mag hieraan geen tijdslimiet worden verbonden (in dat geval zou de regeling namelijk niet voldoen aan de definitie van ‘noodoplossing’).

De discussie is nog in volle gang, maar het ziet ernaar uit dat het VK zal moeten instemmen – wellicht na enig creatief politiek gegoochel – dat de noodoplossing voor onbepaalde duur is en dus geen strikte tijdslimiet kent. Om mogelijk te maken dat Noord-Ierland deel van de interne markt blijft uitmaken, moeten wel beperkte controles worden ingesteld tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Om het risico te verminderen dat de noodoplossing ook echt in werking treedt, heeft de Britse premier een eventuele verlenging van de overgangsperiode (die in zal gaan na het Britse vertrek uit de EU en volgens de huidige plannen zal duren tot eind december 2020) gesuggereerd. Het is onduidelijk of zij hiermee de zorgen die leven bij pro-brexit-parlementsleden van haar partij, kan wegnemen.

De vraag hoe de toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU er uiteindelijk uit komt te zien is nog steeds niet beantwoord.  Het heeft er alle schijn van dat een handelsovereenkomst in eerste instantie vaag en vrijblijvend zal zijn en dat de details pas gedurende de overgangsperiode worden uitgewerkt. Het VK wil een vrij verkeer van goederen – met een gemeenschappelijk ‘rulebook’ – maar niet van diensten. De EU heeft dit afgewezen en bestempeld als ‘krenten uit de pap halen’. Als op de korte termijn toch overeenstemming wordt bereikt, dan zal dit vermoedelijk vaag genoeg zijn om duidelijke beslissingen vooruit te kunnen schuiven.

Recente macro-economische ontwikkelingen

De sombere voorspellingen na het referendum dat het VK in een recessie zou belanden, zijn weliswaar niet uitgekomen, maar de Britse economie is in het afgelopen jaar wel aanzienlijk achtergebleven. Deze relatief zwakke prestatie kan primair worden toegeschreven aan de particuliere consumptie, die is afgenomen door onder meer de daling van het reële inkomen (en dit hing weer samen met de depreciatie van het Britse pond), maar ook aan de investeringsactiviteit, die vermoedelijk gedrukt wordt door de onzekere vooruitzichten. Positief is dat de netto-uitvoer zich in 2017 heel goed ontwikkelde en 0,6 procentpunt bijdroeg aan de bbp-groei. Maar inmiddels is ook dit geen economisch lichtpuntje meer: in de eerste helft van dit jaar drukte de netto-uitvoer de groei met 0,6 procentpunt. De werkloosheid is verder gedaald en de aantrekkende binnenlandse inflatiedruk is voor de Britse centrale bank (Bank of England – BoE) reden geweest om de beleidsrente in het afgelopen jaar in totaal met 50 bp te verhogen.

Ordelijke brexit (45%)

Ons basisscenario – met een lage mate van overtuiging – is dat het VK op een ordelijke manier uit de EU vertrekt. Het scenario van een ordelijke brexit vereist wel dat het VK en de EU enigerlei vorm van overeenstemming bereiken waarbij het goederenverkeer vrij weining hinder ondervindt en relatief vrij blijft, terwijl het dienstenverkeer minder vrij wordt. Er komt een overgangsperiode van 21 maanden, waarin bestaande afspraken van kracht blijven. Het VK blijft deelnemen aan diverse regelingen, onder meer voor de luchtvaart en de handel in financiële derivaten, of maakt hierover nieuwe afspraken.

In dit scenario vervolgt de economie waarschijnlijk het traject dat we al sinds het referendum zien, waarbij de investeringsgroei een licht herstel laat zien tot een normaler niveau, maar wel worden geremd door de invoering van nieuwe –maar wel bescheiden – handelsbarrières. Zo zal in de komende jaren, zelfs in dit relatief gunstige scenario, het verlies van het ‘Europees paspoort’ de groei van financiële en andere exportgerichte diensten vermoedelijk remmen, doordat multinationale ondernemingen bepaalde onderdelen verplaatsen naar EU-rechtsgebieden. Tegen deze achtergrond blijft de kerninflatie min of meer stabiel, omdat de lichte toename van de vraag gedeeltelijk wordt gecompenseerd door het verdere herstel van het pond en de (heel) geleidelijke verkrapping door de BoE van haar monetaire beleid.

Waarom beschouwen we dit als het – weliswaar met een gering verschil – meest waarschijnlijke scenario? Hoewel de onderhandelingen zich moeizaam voortslepen, vinden het VK en de EU mogelijk toch een compromis onder druk van het dreigende perspectief van een wanorderlijke brexit zonder akkoord en alle gevolgen die dat met zich meebrengt (zie hieronder). Om precies deze reden stemt het Britse parlement mogelijk in met een akkoord. Tot slot bestaat de mogelijkheid, indien de huidige regering ten val komt, dat de nieuwe regering (ongeacht of deze van conservatieve of socialistische signatuur is) een sterker mandaat heeft om een akkoord te sluiten.

Wanordelijke brexit (35%)

Bij een wanordelijke brexit vertrekt het VK uit de EU zonder dat een akkoord is gesloten. Dit heeft waarschijnlijk de nodige gevolgen. Om te beginnen komt er dan geen overgangsperiode en treden de nieuwe verhoudingen al vanaf april volgend jaar in werking. De handelsrelatie van het VK met de EU valt dan onder de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Dit houdt in dat het goederenverkeer onderhevig wordt aan in- en uitvoerrechten en dat er douanecontroles plaatsvinden. Bovendien valt het VK dan wellicht ook buiten andere regelingen (onder meer luchtvaart).

De economische gevolgen van een wanordelijke brexit zijn per definitie onzeker en hangen ervan af in hoeverre de handel wordt verstoord, het vertrouwen van ondernemers en consumenten wordt aangetast en de directe buitenlandse investeringen teruglopen. Volgens ons zal de investeringsactiviteit waarschijnlijk de zwaarste stempel op de economische groei drukken. De investeringsgroei staat al sinds het referendum onder druk en zal vermoedelijk omslaan in een krimp zodra het perspectief van een wanorderlijke brexit concreter wordt. Als in het eerste kwartaal van 2019 duidelijk wordt dat het VK zonder een akkoord uit de EU vertrekt en rampenplannen voor het bedrijfsleven in werking worden gesteld, gaan de investeringen naar verwachting dalen. De particuliere consumptie loopt dan ook terug: consumenten worden bang voor de economische gevolgen van een wanorderlijke brexit, terwijl de waardedaling van het pond de inflatie opdrijft en de reële inkomens verder aantast. De netto-uitvoer blijft vermoedelijk gelijk, omdat zowel de uitvoer als de invoer daalt. De ontwrichting van het handelsverkeer zal echter ongetwijfeld andere delen van de economie beïnvloeden. Al met al belandt de Britse economie in de eerste helft van 2019 mogelijk in een recessie en blijft het hieropvolgende herstel heel mager omdat onzekerheid de vooruitzichten blijft vertroebelen.

Tijdens een bijeenkomst met de regering schijnt BoE-gouverneur Mark Carney te hebben gezegd dat de reactie van de centrale bank op een wanorderlijke brexit waarschijnlijk niet zo eenvoudig zal zijn als het direct na het referendum leek. Dit komt omdat de Britse economie inmiddels de onbenutte capaciteit voor een groot deel heeft geabsorbeerd en omdat een wanorderlijke brexit een daadwerkelijke schok aan de aanbodzijde van de economie zal geven en ook de vraag zal treffen. De beleidsreactie van de BoE hangt er in dit scenario dan ook van af in hoeverre de vraag krimpt versus het aanbod. Al met al denken we dat de BoE haar monetaire beleid ongewijzigd laat en eerder zal neigen naar verdere verruiming dan naar verkrapping. De situatie komt echter anders te liggen indien de inflatieverwachtingen niet langer verankerd zijn.

Een wanorderlijke brexit zonder akkoord wordt een reële mogelijkheid wanneer geen van beide partijen water bij de wijn wil doen. Ook kan het simpelweg niet haalbaar blijken om een akkoord te sluiten dat volgens de Britse regering in de geest van de uitkomst van het referendum is. Een dergelijk akkoord zou moeten voorzien in een oplossing voor de Ierse grenskwestie en zou het VK diverse economische voordelen op handelsgebied moeten opleveren. Als er geen overeenstemming wordt bereikt en de Britse regering vervolgens ten val komt, dan wordt zij mogelijk herkozen juist op basis van de harde brexit.

Het VK blijft in de EU (20%)

In dit scenario blijft het VK deel uitmaken van hetzij de EU hetzij de Europese Economische Ruimte (EER), omdat de economische gevolgen vergelijkbaar zijn. Indien de Britse regering er niet in slaagt om een akkoord te sluiten of een eventueel akkoord door het parlement te loodsen, komt er mogelijk een tweede referendum om de impasse te doorbreken. De oppositionele Labour-partij staat inmiddels meer open voor het idee van een tweede referendum, maar lijkt nog steeds de voorkeur te geven aan het uitlokken van nieuwe verkiezingen  om vervolgens de onderhandelingen met de EU te hervatten. De huidige conservatieve regering heeft een nieuw referendum uitgesloten. Volgens recente peilingen zou bij een nieuw referendum het ‘blijf’-kamp betere papieren hebben, maar zou het wel een heel spannende race worden: de uitkomst is heel onzeker.

Indien er inderdaad een tweede referendum komt en het ‘blijf’-kamp wint, dan verwachten we een sterke inhaalslag van bedrijfsinvesteringen. Dit vertaalt zich in een versnelling van de bbp-groei, waarbij het zwaartepunt waarschijnlijk in 2020 ligt. De particulier consumptie zou ook toenemen, omdat de consument meer vertrouwen krijgt in de economie en de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot hogere looneisen. Een herstel van het pond zou de inflatiedruk in eerste instantie temperen, maar vermoedelijk gaat de BoE desondanks de monetaire teugels wat strakker aanhalen. In dit scenario voorzien we twee renteverhogingen in zowel 2019 als 2020 tegenover slechts één rentestap in ons basisscenario. Pas wanneer er tekenen zijn dat de economische groei significant aantrekt, bestaat er een gerede kans dat de BoE de rente sneller gaat verhogen.