Hoe we private miljarden kunnen laten stromen ten gunste van de transitie

door: Arnold Mulder

Kent u die nieuwe kolencentrales die een vergunning kregen? Die gaan weer dicht. Weet u van de biomassa die in grote hoeveelheden wordt verstookt in dezelfde kolencentrales? Daarmee wordt vooral veel subsidiegeld verbrand zonder dat het bijdraagt aan de klimaatdoelstelling voor 2050, namelijk 95% minder broeikasgassen. Herinnert u zich het project voor ondergrondse CO2-opslag (CCS) in de Rotterdamse haven waar jarenlang aan gewerkt is? Dit zogenoemde ROAD-project werd gestopt, slechts een paar maanden voor voltooiing van het regeerakkoord van Rutte III waarin alsnog vol werd ingezet op ondergrondse CO2-opslag. Herinnert u zich de ambitie om veel wind op zee te realiseren? Ja natuurlijk herinnert u zich dat. Want dat werd wel een succes waarop de volgende jaren flink is voortgeborduurd. De truc is nu om dit proces te repliceren bij alle andere technieken die cruciaal zijn om de doelstellingen voor energie (16% hernieuwbare energie in 2023) en het klimaat (-95% broeikasgassen in 2050) te halen. Wanneer we het succes van wind op zee repliceren, spelen we private miljarden vrij ten behoeve van deze transitie. Om de versnelling in de transitie morgen te laten beginnen, moeten we vandaag beginnen met de lange termijn.

Wind en de klimaattafels

Waarom werd wind een succes? Omdat men de juiste balans wist te vinden in publiek-private samenwerking, met langjarig steun van de overheid. Hierdoor kwamen vanuit onder meer banken miljarden beschikbaar voor financiering. De markt kreeg bovendien de kans om zich de risico’s eigen te maken met als resultaat dat de financieringskosten hard daalden, net als de bouw- en ontwikkelingskosten van de windparken zelf. De overheid overweegt nu zelfs om toekomstige windparken te gaan veilen. Dat betekent dat de overheid niet langer subsidies verstrekt, maar geld ontvangt voor het recht om windmolens te plaatsen. Marktpartijen maken ondertussen bezwaar tegen deze plannen omdat men vreest dat de overheid zich hiermee te snel terugtrekt. Helemaal terugtrekken is overigens niet aan de orde. Juist omdat de overheid voor een aantal kritische zaken de verantwoordelijk nam en blijft nemen, zoals de netwerkverbinding en het aanleveren van winddata van de bouwlocaties, werden de risico’s voor private partijen behapbaar en kon de private financiering op gang komen.

Hoe het niet moet

Alle andere genoemde projecten – nieuwe kolencentrales, biomassa en CCS-beleid – misten een visie op de lange termijn. De vergunningen die tien jaar geleden voor de grote nieuwe kolencentrales werden verleend, stonden toen al op gespannen voet met de overheidsdoelstelling om in 2020 30% minder CO2 uit te stoten. Geen wonder dat deze centrales met de aangescherpte doelstellingen richting 2030 en 2050 ver voor het einde van hun technische levensduur moeten sluiten. Ook bij de subsidiëring van de bijstook van biomassa in kolencentrales is onvoldoende ver vooruit gekeken. Elk jaar worden miljarden euro’s aan subsidie besteed om biomassa in plaats van kolen in de centrales te verbranden. Aangezien de centrales toch gaan sluiten, stelde de Tweede Kamer in 2016 dat dit geld een betere bestemming verdient en stemde in ruime meerderheid voor afschaffing van de subsidie. De minister zette niettemin door, omdat anders de kortetermijndoelen voor duurzame opwekking van elektriciteit niet zouden worden gehaald. Gelukkig droogt de subsidiestroom naar biomassa met het sluiten van de kolencentrales grotendeels op, want al die miljarden voor de korte termijn hebben niets bijgedragen om ons dichter bij de doelstelling van 2050 te brengen.

Off the ROAD

Tenslotte het ROAD-project. Wie ver genoeg vooruit kijkt, ziet in alle projecties dat CCS noodzakelijk is om de klimaatdoelstellingen te halen. Het ROAD-project had al jaren geleden moeten zorgen voor de noodzakelijke infrastructuur in de Rotterdamse haven, met het doel om dit de komende decennia uit te bouwen, om ervan te leren en om de klimaatdoelstellingen binnen bereik te brengen. Na jaren zwoegen werd het project gestopt. Luttele maanden daarna viel het regeerakkoord van Rutte III op de mat, waarin 20 MtCO2 aan CCS per 2030 is ingeboekt, wat gelijk is aan 12% van de Nederlandse uitstoot in 2017. Het kabinet deed bovendien de toezegging om in gesprek te gaan met de Rotterdamse haven om de opties te onderzoeken. Zo zijn we weer terug bij af en dringt de gedachte zich op dat ook hier slagvaardiger gehandeld had kunnen worden vanuit de overheid.

De formule

De truc wordt dus om het publiek-private succesverhaal van windmolens op zee te kopiëren naar andere ingrepen die zijn vereist binnen de energietransitie.. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde vorige maand dat de benodigde investeringen voor het klimaatakkoord worden geschat op 80 tot 90 miljard euro in de periode 2019-2030. Als dit bedrag door de overheid moet worden opgehoest, wordt het klimaatakkoord onbetaalbaar. Bij voorkeur neemt de private sector het grootste deel hiervan voor zijn rekening. Een afwachtende houding van de private sector om te investeren is echter niet automatisch een teken van onwil. Bedrijven en banken gokken niet met hun geld. Banken zijn, in tegenstelling tot venture capital of investment banks, risico-avers. En ook de industrie investeert zeer behoedzaam. Het gaat hier om kapitaalintensieve investeringen met lange looptijden die bovendien relatief nieuw zijn: besluiten hierover kunnen daarom niet lichtzinnig worden genomen. Het goede nieuws is dat er vele miljarden bij banken in binnen- en buitenland klaarliggen voor groene projecten. Op het moment dat de risico’s te overzien zijn, komt die financiering vanzelf beschikbaar. De projecten worden dan namelijk levensvatbaar en ‘de markt’ krijgt dan de kans om te leren.

Klimaatakkoord

De onderhandelingen aan de klimaattafels verlopen stroef. Een deel van die spanning wordt veroorzaakt door het bovenstaande dilemma: bedrijven willen graag een helder perspectief op de lange termijn, terwijl ze tegelijkertijd onder druk worden gezet om snel concrete en omvangrijke investeringen te doen. Het doel moet natuurlijk zijn om beide te realiseren: een perspectief voor de lange termijn en directe actie. Wat het succes van wind op zee ons leert, is dat we de juiste volgorde moeten hanteren om echt vaart te maken. Bied eerst zekerheden voor de lange termijn en ga op zoek naar de juiste publiek-private balans. Dan staat niets meer in de weg om concrete actie te ondernemen en gaan de miljarden aan private gelden vanzelf stromen.