FX Weekly – Hogere bodem

door: Georgette Boele

In deze publicatie: Euro wil niet onder 1,15 blijven. Uitspraken van president Trump en lager dan verwachte Amerikaanse inflatiecijfers zetten dollar onder druk. Zwakte op aandelenmarkten steunt de yen.

181011-FX-Weekly-1.pdf (50 KB)
Download

Moeite om onder 1,15 te blijven

Aan het begin van de week daalde EUR/USD van 1,1530 naar een dieptepunt van 1,1432. De zorgen over de Italiaanse overheidsfinanciën waren de belangrijkste oorzaak voor de lagere EUR/USD.  Daarna steeg EUR/USD weer snel boven het niveau van 1,15 doordat andere factoren invloed hadden op de koers van EUR/USD. Ten eerste zei president Trump dat het monetair beleid van de Fed krap is en maakte hij duidelijk dat hij het niet eens is met het huidige beleid van de Fed. Dit zorgde voor een lagere dollar. Als hij deze opmerkingen niet had gemaakt, dan was de dollar waarschijnlijk niet gedaald omdat het verslechterde beleggersklimaat (zwakte op aandelenmarkten ook zorgt voor vraag naar safe-haven valuta’s (zoals de Japanse yen en de dollar). Ten tweede zien beleggers de zwakte van EUR/USD als een goed moment om de euro te kopen. Het feit dat EUR/USD moeite heeft om onder de 1,15 te blijven ondanks de nervositeit over het Italiaanse budget is een signaal dat het onderliggende eurosentiment sterker is dan verwacht. Vanuit technisch oogpunt lijkt het erop dat EUR/USD nu een hogere bodem heeft dan het dieptepunt van 15 augustus (van 1,1301). Dit is een positief signaal. Ten derde waren de Amerikaanse inflatiecijfers lager dan verwacht en hierdoor steeg EUR/USD. Dit komt doordat beleggers eraan kunnen gaan twijfelen of de Fed de rente in hetzelfde tempo blijft verhogen. Als gevolg hiervan steeg EUR/USD richting 1,16.

Stemming op aandelenmarkten beïnvloedt valutamarkten

Deze week zijn de aandelenmarkten flink onder druk gekomen. De hogere rente op Amerikaanse staatsobligaties was de voornaamste oorzaak van deze zwakte. Over het algemeen zorgt zwakte op aandelenbeurzen voor een verslechtering van het beleggerssentiment. Omdat beleggers dan minder optimistisch zijn, mijden zij valuta’s van opkomende markten, valuta’s van landen die grondstoffen exporteren of afhankelijk zijn van de mondiale groei en valuta’s die minder liquide markten hebben. Daarentegen doet de Japanse yen als mondiale safe-haven het over het algemeen goed. We verwachten dat de stemming op de valutamarkten niet lang negatief zal zijn en dat de zwakte in cyclische valuta’s dus tijdelijk van aard is. Volgende week zullen belangrijke Chinese macro-economische cijfers gepubliceerd worden. Mochten deze niet tegenvallen dan zal dat waarschijnlijk het beleggerssentiment steunen.