Droogte heeft nog beperkte invloed op kaspositie melkveebedrijven

door: Pierre Berntsen

De liquiditeitspositie van melkveebedrijven is in het derde kwartaal van 2018 licht afgenomen. De stand op de rekening-courant daalde met EUR 3.300 ofwel ruim EUR 30 per koe. De belangrijkste reden zijn de lagere melkopbrengsten. De melkprijs steeg dan wel met 5% ten opzichte van het tweede kwartaal maar in het tweede kwartaal werd op veel bedrijven ook de nabetaling 2017 uitgekeerd. In vergelijking met het vorige kwartaal werd er gemiddeld minder geïnvesteerd, minder geld geleend en lagen de toegerekende kosten op een lager niveau. De droogte leidde tot extra kosten voor beregening en soms tot productiedaling maar heeft nog geen grote invloed op de liquiditeitspositie. Dat zal deze winter echter veranderen als extra ruw- en krachtvoer wordt aangekocht om tekorten aan te vullen. Deze invloed is het sterkst bij droogtegevoelige en intensieve bedrijven. Tot slot is de invloed van fosfaatwetgeving onmiskenbaar. De kostprijs per kg melk in Nederland stijgt door daling van de melkproductie en door extra fosfaatkosten.

De gemiddelde stand op de rekening courant komt aan het eind van het derde kwartaal uit op 4.100 euro. Dit is een daling van bijna 3.300 euro in de afgelopen drie maanden maar nog wel 1.100 euro hoger dan de stand een jaar eerder. De ontwikkeling van de lopende rekening is een resultante van de bij- en afschrijvingen. Ook neveninkomsten en privé-uitgaven zijn verwerkt alsmede overboekingen naar en van spaarrekeningen. In vergelijking met het derde kwartaal van vorig jaar lagen de melkopbrengsten bijna 4 cent per kg lager. Ook werden er minder leningen opgenomen en namen de spaartegoeden toe. De loonwerkkosten lagen hoger. Inkuilwerk verschoof nogal eens van de zomer naar de herfst en de BTW op loonwerk ging van 6% naar 21%. De BTW komt terug dus dat effect is tijdelijk. Ook werd meer geïnvesteerd. Zo kocht een deel van de bedrijven fosfaatrechten aan, vaak gebeurde dit uit eigen middelen.

De melkprijsdaling kwam in juni tot stilstand. De prijzen van boter en volle melkpoeder herstelde en de kaasprijs is stabiel. De prijs van magere melkpoeder daalde mede doordat er in het tweede kwartaal circa 30 procent van de Europese interventievoorraad werd verkocht. De melkpoederprijzen trokken na augustus weer iets aan, ondanks dat in deze maand 10% van de interventievoorraad is verkocht. De boterprijzen zijn na een stijging in augustus in september gedaald. Zowel wereldwijd als in Europa wordt dit jaar meer melk geproduceerd. Nederland vormt daarop een uitzondering, hier nam de melkaanvoer, mede gestuurd door fosfaatwetgeving met 1,5% af.

Figuur: De kaspositie van melkveebedrijven ging er in het derde kwartaal licht op achteruit.

Bron: Bedrijveninformatienet, Wageningen Economic Research

In het vierde kwartaal verbeteren de liquiditeiten waarschijnlijk

De aanhoudende droogte dit jaar heeft invloed op de ruwvoerwinning. De grasgroei stokte en ook mais had het moeilijk, vooral in het zuiden. De invloed daarvan is waarneembaar in de kosten voor beregening en ook de melkgift per koe is op een aantal melkveebedrijven door de hittestress gezakt. Toch is de invloed op de liquiditeitspositie vooralsnog beperkt. In de winter/vroege voorjaar zal blijken in welke mate er krapte aan ruwvoer op zal treden en welke kosten dit met zich meebrengt in de vorm van ruw- en krachtvoeraankopen. Gelukkig hadden veel bedrijven vanuit 2017 nog een bovengemiddelde voorraad ruwvoer.

Ten aanzien van de hoeveelheid fosfaatrechten maakt iedere melkveehouder zijn eigen keuze of planning. Het is nog lastig om in te schatten wat hiervan de effecten op de liquiditeitspositie in het vierde kwartaal zullen zijn. De tijd om de veestapel in balans te brengen met de hoeveelheid fosfaatrechten wordt steeds korter. Aankoop of lease van fosfaatrechten houdt de omzet uit melkproductie op niveau maar verhoogt ook de kostprijs en liquiditeitsdruk. In het vierde kwartaal zullen een aantal jaarlijks terugkerende betalingen plaatsvinden. De pacht zal worden betaald, de toeslagrechten en de weidepremies worden ontvangen. Opgeteld verwachten wij dat de liquiditeitspositie het komend kwartaal verbetert.

Voor nadere informatie over deze liquiditeitsbarometer en over de belangrijkste pijlers van de kasstroom (melkprijs en saldo) verwijzen wij graag naar de publicatie op Agrimatie van Wageningen Economic Research.

Deze liquiditeitsmonitor is tot stand gekomen als publiek private samenwerking tussen Wageningen Economic Research, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en ABN AMRO. De data zijn afkomstig van het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. Het doel is om de verkregen inzichten te delen en ondernemers te ondersteunen in hun bedrijfsvoering.

Voor vragen of opmerkingen over deze liquiditeitsmonitor of over de achtergronden kunt u contact opnemen met  Pierre Berntsen, ABN AMRO 06 51 30 18 77 of met Harold van der Meulen, Wageningen Economic Research, 0317 48 44 36.