De grote groene muur

door: Hans van Cleef

10 oktober was het ‘Dag van de Duurzaamheid’. Gezien de recente nieuwsberichten zou het iedere dag wel ‘Dag van de Duurzaamheid’ kunnen – of moeten – zijn. In één week is namelijk nogal wat gebeurd. Zo hebben we gezien dat het hoger beroep van de Staat in zake de Urgenda klimaatzaak door de rechter van tafel werd geveegd. De overheid werd gesommeerd meer actie te ondernemen om CO2-uitstoot versneld te verminderen. Daarnaast kwam De Nederlandsche Bank (DNB) met een waarschuwing voor het onderschatten van klimaatverandering als risico voor de financiële sector bij de presentatie van haar halfjaarlijkse risicoanalyse. DNB riep de overheid op om klimaatmaatregelen niet onnodig uit te stellen. Verder kwam het klimaatpanel van de VN – de IPCC – met een nieuwe rapport. Dit rapport gaf aan dat, om de mondiale temperatuurstijging ten opzichte van de industriële revolutie te beperken tot een maximale stijging van anderhalve graad, er nog veel meer maatregelen genomen moeten worden om de CO2-stijging te beteugelen. Opvallend: tot deze maatregelen horen in alle IPCC scenario’s ook Carbon Capture and Storage (CCS) en meer kernenergie.

Dat komt mooi uit zult u wellicht denken. Momenteel wordt er immers hard gewerkt aan een klimaatakkoord en daarmee zal Nederland een aanzienlijke versnelling moeten kunnen realiseren. Onlangs kwamen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Central Planbureau (CPB) met de doorrekening van ‘het voorstel op hoofdlijnen’ van het klimaatakkoord.  Een zeer kort door de bocht samenvatting: te weinig concreet en dus niet door te rekenen. De voorstellen die er nu liggen en wel doorgerekend konden worden zouden volgens het PBL leiden tot een meer-investering van zo’n 80-90 miljard euro in de periode 2019 – 2030. Dit betreffen dus de extra maatregelen die gelden voor de periode na het energieakkoord (2023) en tot 2030 en zijn daarmee slechts een stapje op weg naar onze veel ambitieuzere doelstellingen van 2050. Los van dat het verschrikkelijk veel geld is zeggen deze kosten helemaal niets. Er is niet berekend hoeveel kosten we daarmee vermijden en daarnaast is dit getal slechts een eerste ruime schatting zonder alle concrete maatregelen al te kennen.

De techniek is er. De verduurzaming kan worden opgeschaald. Maar de uitdaging is enorm. Verdere innovatie is hard nodig om de kosten in bedwang te houden en om ook te leiden tot korte termijn voordelen voor de consument. Daarnaast zijn er veel technici nodig om deze energietransitie mogelijk te maken en schaalgrootte te creëren. Er is nu al een schrijnend tekort aan technici en dat zal de komende jaren alleen maar verder toenemen alvorens er voldoende nieuwe aanwas van technici komt. Dit zorgt er mede voor dat tijd en ruimte voor de benodigde versnelde innovatie en verdere kostenreductie onder grote druk staat.

Om de klimaatdoelstellingen te halen moeten er drastische politieke besluiten worden genomen. En dat in een tijd waar de roep om draagvlak juist steeds groter wordt. Draagvlak creëren kost tijd. En zonder draagvlak is de kans groot dat het gemopper toeneemt  meer wind- en zonneparken in de achtertuin, hele wijken die moeten worden aangesloten op warmtenetten of op andere manieren te maken krijgen met de gevolgen van het loskoppelen van het gasnet, de auto moet worden vervangen omdat je sjoemeldiesel het centrum van de stad niet meer in mag, de energierekening wordt steeds hoger, de terrasverwarmer mag niet meer aan, en dat stedentripje naar Barcelona is ook niet meer aan je kinderen uit te leggen. En dat terwijl de subsidieregels voor diegene die voorop willen lopen volgens de huidige plannen na 2025 worden afgeschaft. Dat zet de politiek voor een enorm dilemma. Hoe meer de roep om de energietransitie te versnellen toeneemt, hoe groter de kans is dat we  af rennen op een grote groene muur.

Daarnaast zijn er diverse maatregelen met  negatieve bijeffecten. Neem de problemen in België. Door het uitvallen van kerncentrales is België afhankelijker geworden van stroomimport uit omringende landen waaronder Nederland. Daarmee exporteren wij dus elektriciteit, maar importeren we tegelijk CO2-uitstoot. Als wij versneld onze kolencentrales sluiten neemt de vraag naar gas toe, en dat terwijl we er juist vanaf willen. Nederland zal ook meer stroom moeten importeren zolang de meeste windparken op zee alleen nog maar op papier bestaan. Maar dat zorgt juist weer voor CO2-uitstoot in Duitsland (bruinkoolcentrales). Waterbedeffecten in optima forma. De noodzaak voor Europese samenwerking op gebied van energiebeleid neemt hierdoor toe.

Minister Wiebes heeft de opdracht voor de uitwerking van het klimaatakkoord weer teruggeschoven naar de klimaattafels. Daar moeten oplossingen worden bedacht met draagvlak onder alle betrokkenen. Dat deze tafels slechts in zeer beperkte mate ook de burgers vertegenwoordigen laten we dan gemakshalve maar even achterwege. Het zou fantastisch zijn als iedereen met een winnaarsgevoel van tafel komt. De vraag was, is en blijft of deze tafels in staat en bereid zijn om tot een concreet afdoende klimaatakkoord te komen in de beperkte tijd die rest. Zou het dan toch niet verstandiger zijn als de politiek  zelf meer de regie pakt?

 

Deze column is eerder verschenen op Energiepodium.nl