Focus op Prinsjesdag 2018

door: Nico Klene , Philip Bokeloh

Macro Economische Verkenning 2019

• Het CPB verwacht dat de Nederlandse economie bovengemiddeld blijft groeien: met 2,8% in 2018 en 2,6% in 2019
• Na de terugval in 2018 groeit de wereldhandel in 2019 weer iets harder; daardoor kan ook de Nederlandse uitvoer sterker stijgen dan dit jaar
• De consumptieve bestedingen en de investeringen stijgen in 2019 minder dan dit jaar
• De overheidsconsumptie neemt dit jaar duidelijk minder toe dan verwacht; een deel van de extra bestedingsimpuls kan pas volgend jaar worden gerealiseerd
• De inflatie gaat in 2019 sterk omhoog – vooral door de verhoging van het lage btw-tarief
• De werkloosheid daalt nog iets verder dankzij de aanhoudende, maar wel wat minder sterke banengroei

Miljoenennota 2019

• Het kabinet verhoogt zijn uitgaven en verlaagt per saldo de lasten voor gezinnen
• Door aanvullende maatregelen neemt de koopkracht volgend jaar voor vrijwel iedereen toe
• Het EMU-overschot gaat in 2019 omhoog naar 1,0% van het bbp; dit jaar daalt het overschot van 1,2 % naar 0,8%
• Zonder het gunstige effect van de sterke economische groei zou het overheidssaldo volgend jaar negatief zijn; toch meent het kabinet dat de overheidsfinanciën voldoende schokbestendig zijn
• De lasten voor bedrijven gaan omhoog in 2019
• De overheidsschuld daalt naar 49,6 van het bbp; in 2016 was dat nog 62%

MEV-en-Miljoenennota-2019-1.pdf (127 KB)
Download

MEV 2019: economie blijft in 2019 bovengemiddeld groeien

Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de economie in 2019 bovengemiddeld blijft groeien – net als in 2017 en 2018. Het groeitempo loopt wel wat terug: van 2,8% dit jaar naar 2,6% in 2019. Dit is voor beide jaren een fractie minder dan in juni nog werd verwacht.

Economisch beeld: het gaat goed met de Nederlandse economie …

De uitvoer neemt dit jaar duidelijk minder toe dan vorig jaar. Dat heeft te maken met de lagere groei van de wereldhandel. Het CPB verwacht echter dat de expansie van de wereldhandel volgend jaar weer wat hoger uitvalt, waardoor ook de uitvoer sterker zal stijgen dan dit jaar.

Ook de overige bestedingen dragen bij aan de krachtige stijging van het bruto binnenlands product (bbp). De consumptie kan toenemen dankzij de gunstige inkomensontwikkeling. Die is het gevolg van banengroei, sterker stijgende lonen en (in 2019) lastenverlichting. Daarbij is het consumentenvertrouwen hoog. Omdat de werkgelegenheid in 2019 wat minder toeneemt dan dit jaar, valt de groei van de consumptie iets terug.

De bedrijfsinvesteringen nemen in 2019 eveneens minder toe dan dit jaar, maar stijgen opnieuw wel meer dan het bbp. De investeringsquote loopt dus verder op. Het CPB wijst op de hoge bezettingsgraad, de positieve vooruitzichten, de hoge winsten en lage kapitaalkosten. Maar aangezien het producentenvertrouwen in de industrie al een tijdje daalt, verwacht het Planbureau voor 2019 een lagere groei van de bedrijfsinvesteringen.

Ook de woninginvesteringen blijven stevig toenemen. Toch valt de stijging opnieuw lager uit dan in het voorgaande jaar (zie tabel). De inhaalgroei van de afgelopen jaren wordt minder belangrijk, terwijl bovendien de krapte op de arbeidsmarkt de productie in de
bouw belemmert.

De overheidsbestedingen stijgen dit jaar duidelijk meer toe dan vorig jaar. Dat is het gevolg van de forse bestedingsimpuls volgens het Regeerakkoord. Maar de stijging blijft achter bij de verwachting, omdat het niet lijkt te lukken om alle geplande extra uitgaven dit jaar al te realiseren. Een deel wordt pas In 2019 daadwerkelijk besteed. Daardoor stijgen de overheidsbestedingen dan meer dan dit jaar (in plaats van minder).

De werkloosheid daalt in 2019 nog wat verder, naar 3,5%. Dit is een iets lager niveau dan tijdens de vorige hoogconjunctuur, tien jaar geleden. De daling is te danken aan de flinke toename van de werkgelegenheid – vooral in 2017 en 2018. De arbeidsmarkt wordt krapper en er ontstaan steeds meer personeelstekorten. Daarom verwacht het Planbureau dat de lonen harder gaan stijgen.

De inflatie gaat volgend jaar flink omhoog. Dat komt door de verhoging van het lage btw-tarief. Ook hogere energiebelastingen dragen hun steentje bij aan de inflatie.

… maar de risico’s zijn toegenomen

Het beeld is dus gunstig, maar het CPB wijst erop dat de internationale, neerwaartse risico’s voor de economie zijn toegenomen. De kansen op een handelsoorlog en op een harde Brexit zijn gestegen. En het economisch beleid in Italië en de groeivertraging in diverse opkomende economieën (Turkije) zorgen voor onzekerheid.

Ten slotte wijst het CPB nog op het binnenlandse risico dat de geplande verhoging van de overheidsbestedingen niet helemaal te realiseren blijkt. Dat zou de groei van de economie dempen.

De groeiramingen van het CPB zijn vrijwel gelijk aan die van ABN AMRO.

Miljoenennota 2019: verdere daling schuld dankzij stabiel overschot

Na de forse verbeteringen in 2016 en 2017 valt het EMU-overschot van de overheid in 2018 en 2019 wat lager uit dan in 2017. Dat komt door maatregelen van het kabinet: de uitgaven worden extra verhoogd en in 2019 gaan de lasten voor gezinnen per saldo omlaag. Overigens loopt het overschot in 2019 weer iets op..

Kabinet voert Regeerakkoord uit

Vrijwel alle maatregelen voor 2019 vloeien voort uit het Regeerakkoord (oktober 2017) . Daarin had het kabinet besloten om in deze kabinetsperiode de uitgaven fors extra te verhogen en tevens de lasten te verlagen. Deze verhoging en verlaging moet je zien ten opzichte van het zogeheten ‘basispad’. Dat is de ontwikkeling zonder deze extra kabinetsmaatregelen. Volgens het basispad zouden de uitgaven sowieso oplopen ‘én zou er sprake zijn lastenverzwaring, vanwege oplopende zorgpremies en maatregelen van het vorige kabinet.

Volgens het Regeerakkoord moeten de extra uitgaven in deze kabinetsperiode vooral ten goede komen aan de sociale zekerheid, defensie en onderwijs. De bestedingsimpuls was vooral gepland voor 2018 en (iets minder) voor 2019. Het lijkt echter niet te lukken om alle voor 2018 geplande uitgaven inderdaad dit jaar te realiseren. Een deel daarvan schuift het kabinet door naar 2019 (of later).

Terwijl het accent in de eerste jaren vooral bij extra bestedingen ligt, gaan de lasten per saldo pas in 2020 omlaag. Maar voor gezinnen is er al in 2019 sprake van enige lastenverlichting. Deze verlichting hangt samen met de invoering van een tweeschijven¬stelsel in de inkomstenbelasting. Daar staat wel tegenover dat het lage btw-tarief omhoog gaat van 6% naar 9%. Bovendien gaat de energiebelasting extra omhoog. Maar per saldo gaan de lasten voor gezinnen iets omlaag.

Wensen voor de toekomst

Het kabinet besteedt in de Miljoenennota ook aandacht aan belangrijke beleidsthema’s voor de toekomst van de Nederlandse economie, zoals het klimaat, de arbeidsmarkt, het pensioenstelsel, de woningmarkt, de internationale betrekkingen en de financiële markten. De regering wil op deze terreinen verdere hervormingen doorvoeren. Maar zij kan vooralsnog geen uitsluitsel geven over de exacte maatregelen, deels omdat de regering draagvlak wil vinden bij de betrokken maatschappelijke partners en zich ervan wil vergewissen dat het beleid ook praktisch uitvoerbaar is. Zij kan hooguit aangeven wat de richting zal zijn van het toekomstig beleid.

Ten aanzien van de arbeidsmarkt stelt het kabinet dat de arbeidsrelaties horen aan te sluiten bij de voorkeuren en het type werk. Het aantal zzp’ers en flexibele arbeidskrachten is veel sterker gestegen dan in andere Europese landen. Betere regels moeten voorkomen dat er oneerlijke concurrentie ontstaat tussen vaste werknemers en mensen met een flexibel arbeidscontract. Het kabinet vindt het belangrijk dat zzp’ers zich kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Het kabinet is met verzekeraars in gesprek om een beter verzekeringsaanbod te bevorderen.

Wat betreft het pensioenstelsel herhaalt de regering haar wens dat het pensioen transparanter moet worden voor de deelnemers, dat de doorsneesystematiek dient te verdwijnen, en dat mensen bij pensionering een deel van hun pensioenvermogen als bedrag ineens zouden moeten kunnen opnemen.

Wat betreft de woningmarkt erkent de regering dat er meer woningen bij moeten komen, met name in het middenhuursegment. Zij wil belemmeringen voor corporaties wegnemen door de markttoets voor corporaties bij de bouw van dit soort woningen te vereenvoudigen. Verder wil zij de schaarste te lijf gaan door de excessen in de bestaande voorraad tegen te gaan. Gemeenten dienen ruimere mogelijkheden te krijgen om uitwassen in de toeristische verhuur, huisjesmelkerij en problematische vakantieparken aan te pakken. Verder komt er in 2019 een evaluatie van de fiscale eigenwoningregeling. Speciale aandacht zal daarbij uitgaan naar de complexiteit, doelmatigheid en de hoogte van de uitvoeringskosten voor huiseigenaren, banken en de belastingdienst.

Over Europa zegt het kabinet weinig te voelen voor een Europees solidariteitsfonds om economische schokken op te vangen, met het argument dat landen zich dan minder inspannen om zich te kunnen verweren. Bij eventuele schulden op staatsobligaties dienen particuliere investeerders zelf voor de kosten op te draaien. Ook wil de regering voorkomen dat de afdracht voor de EU-begroting stijgt door de Brexit. Verder wil het kabinet binnen de EU ijveren voor een verschuiving van bestedingen. Er dient meer prioriteit te komen voor veiligheid, klimaat, grensbewaking en innovatie. Bij het landbouwbeleid en cohesiebeleid ziet het ruimte voor bezuinigingen. Verder wil de regering investeren in diplomatie en de krijgsmacht om een veilige omgeving te waarborgen. Naast extra defensie-uitgaven trekt het geld uit voor meer diplomatieke posten.

Voor de financiële sector zet de regering in op meer uiteenlopende financiële dienst¬verleners. Extra diversiteit zal bijdragen aan stabiliteit. Door de toetreding van nieuwe innovatieve spelers te bevorderen en de toetredingsbarrières te verlagen, wil het kabinet de concurrentie in de sector verhogen. Het denkt onder andere aan een bankvergunning ‘light’ voor bedrijven die zich toeleggen op specifieke dienstverlening. Later dit jaar zal het kabinet een agenda presenteren met maatregelen voor een stabiele, integere en innovatieve financiële sector.

Tot slot hecht het kabinet groot belang aan het klimaatbeleid. Op 10 juli is een voorstel voor het nationaal Klimaatakkoord gepresenteerd dat invulling moet geven aan de doelstellingen voor 2030 en 2050. Het kabinet werkt aan een CO2-minimumprijs en voert een kilometerheffing in voor vrachtverkeer. Bedrijven die niet innoveren en veel blijven uitstoten gaan meer betalen.

Maatregelen voor 2019

In 2019 wil het kabinet voor EUR 8 mld extra besteden. Er gaat vooral extra geld naar (EUR mld):
– onderwijs, onderzoek en innovatie (o.a. meer leraren; salarissen) 1,9
– defensie (meer mensen en materieel) 1,2
– infrastructuur (eenmalig) 1,0
– veiligheid (vooral politie) 0,5

Ook houdt het kabinet rekening met tegenvallers. Als er een harde Brexit komt, brengt dat extra werk met zich mee. Zo moeten bijvoorbeeld de Douane en de Voedsel- en Warenautoriteit dan meer formaliteiten uitvoeren en goederen keuren. Daarvoor wordt geld gereserveerd.

De afdrachten aan de EU stijgen in 2019 per saldo met EUR 0,3 mld. Daarnaast reserveert het kabinet EUR 0,5 mld voor mogelijk hoger dan verwachte afdrachten aan de EU.
Voorts heeft het kabinet te maken met de gevolgen van het uiteindelijk (uiterlijk in 2030) helemaal dichtdraaien van de gaskraan in Groningen. Daardoor lopen de gasbaten terug. In 2018 vallen de gasbaten EUR 0,1 mld lager uit dan in het Regeerakkoord was voorzien; in 2019 loopt dat verschil op naar EUR 0,3 mld.

Al met al geeft de overheid volgend jaar meer geld uit dan eerder was voorzien. Ze hoeft echter geen compenserende maatregelen te treffen om te voorkomen dat de uitgaven door het vastgestelde plafond schieten. Er zijn namelijk ook uitgavenmeevallers, vooral bij de zorg en de sociale zekerheid. Ook zorgen de lagere rente en de lagere schuld voor minder rente-uitgaven.

Lagere lasten voor gezinnen – nog niet voor bedrijven

Voor 2019 stonden volgens het Regeerakkoord al lagere belastingen gepland voor gezinnen. Die lastenverlichting houdt verband met de geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting. Omdat het kabinet niet tevreden was over de ontwikkeling van de koopkracht in 2019, heeft het aanvullende maatregelen genomen. Deze komen vooral de lage en middeninkomens ten goede. Daardoor lijkt de koopkracht nu bij vrijwel iedereen te verbeteren.

Voor bedrijven gaat de vennootschapsbelasting stapsgewijs omlaag: het hoge tarief gaat in 2019 met 0,7%-punt naar beneden, het lage tarief met 1%-punt. Aan de andere kant wordt de renteaftrek beperkt. Daardoor wordt het voor bedrijven iets minder aantrekkelijk om schulden te maken. Per saldo gaat de opbrengst van de vennootschapsbelasting in 2019 (toch) omhoog.

Omdat nu blijkt dat het bedrijfsleven meer lastenverlichting krijgt dan in het Regeerakkoord was gepland (afschaffing dividendbelasting in 2020 valt duurder uit), heeft het kabinet besloten het hoge tarief van de vennootschapsbelasting in deze kabinetsperiode minder te verlagen. De verlaging van het lage tarief wordt níet verminderd. Daarmee wil het kabinet het mkb ontzien. Bovendien gaan de lasten op arbeid bij het mkb omlaag.

De budgettaire uitkomsten voor 2019

Al met al loopt het overschot van de overheid volgend jaar weer iets op – naar 1,0% van het bbp, nadat het dit jaar terugvalt naar 0,8% (van 1,2% in 2017). Aan de ene kant zorgt de sterke economische groei deze jaren voor fors meer belastingontvangsten en lagere werkloosheids-uitgaven. Dat is gunstig voor het overheidssaldo. Bovendien nemen de rente-uitgaven verder af. Maar daar staan de extra uitgavenimpuls en lastenverlichting (in 2019) tegenover. Per saldo valt het overschot daardoor lager uit dan in 2017.

 

Per saldo gaan de lasten voor gezinnen in 2019 iets omlaag. Dat heeft te vooral maken met de verlaging van de directe belastingen. Daarnaast gaan allerlei toeslagen voor gezinnen wat omhoog. Daar staat tegenover dat het lage btw-tarief en de energiebelastingen omhoog gaan. Voor bedrijven nemen de lasten flink toe. Het gaat onder meer om hogere werkgeverpremies, hogere energielasten en de verhoging van de btw.

Dankzij de flinke economische groei en het overschot van de overheid, dat in 2019 weer iets oploopt, neemt de overheidsschuld in procenten van het BBP verder af. In 2019 zakt de schuld zelfs onder 50% van het bbp. In 2016 was dat nog 62%. Het EMU-overschot is nu groter dan voor de crisis, die in 2008 begon, maar de schuld is nog altijd hoger dan destijds (zie grafiek).

Het overschot van de overheid is vooral te danken aan de stevige economische groei. Als je corrigeert voor het gunstige effect daarvan dan is er volgend jaar een tekort. Dit zogeheten structurele saldo daalt van +0,8% van het bbp in 2017 naar +0,2% in 2018 en vervolgens naar -0,4% in 2019 (bron: CPB). De overheidsfinanciën staan er dus iets minder goed voor dan het lijkt.

Tot slot

De Miljoenennota laat zien waar het kabinet volgend jaar extra geld aan wil uitgeven en welke lasten omlaag gaan. Deels repareert het kabinet hiermee de bezuinigingen van eerdere kabinetten. De Nota laat ook zien welk beleid het kabinet wil voeren om ons land ‘beter’ te laten worden. Maar het zegt weinig wat we nog niet wisten en concrete maatregelen ontbreken vaak nog. Hoeveel bijvoorbeeld het Klimaatakkoord ons (mogelijk) gaat kosten, moet nog worden berekend. Geheel in de traditie wil het kabinet ‘de Polder’ aan het werk zetten, maar het is de vraag of dat altijd kan.

Zoals gezegd, wordt het beeld van de overheidsfinanciën geflatteerd door de economische meewind. Zonder die meewind zou er volgend jaar een tekort zijn. Bij een eventuele economische terugval zal het huidige overschot dan ook snel kunnen omslaan in een tekort. Het kabinet zegt zelf dat de Nederlandse overheidsfinanciën sterk meebewegen met de conjunctuur, maar meent desondanks dat de overheidsfinanciën voldoende schokbestendig zijn. Om dit te staven heeft het enkele stresstests uitgevoerd.

Dat structurele tekort geldt trouwens niet alleen voor volgend jaar, maar ook voor de langere termijn (het ‘duurzaamheidssaldo’). Uit de doorrekening van de maatregelen van het Regeerakkoord bleek vorig jaar al dat er op langere termijn sprake is van een overheidstekort van zo’n 0,4% van het bbp. Dat komt doordat de uitgaven op langere termijn meer stijgen dan de lasten. Dit cijfer van -0,4% van het bbp wordt in de nieuwe Miljoenennota opnieuw genoemd. Daar zijn trouwens de wegvallende gasbaten nog niet in verwerkt.

Daarnaast is het de vraag wat er met de verdere verhoging van de aow-leeftijd gaat gebeuren. De sociale partners hebben voorgesteld voorlopig pas op de plaats te maken en die leeftijd niet verder te verhogen. Als dat doorgaat, gaat het duurzaamheidstekort verder omhoog. Nu het economische gesternte gunstig is en er ‘smeergeld’ beschikbaar is, moet er een pensioenakkoord kunnen komen. In een zwakke economie zal dat veel lastiger gaan.

Tot slot een opmerking over het afschaffen van de dividendbelasting. Los van de vraag of dit wel of niet gunstig is voor onze economie, had de nieuwe regeringscoalitie (of beter wellicht: premier Rutte) moeten aanvoelen dat een dergelijke ‘grote’ maatregel verkeerd zou vallen. Overal wil men meeprofiteren van de betere economie. De arbeidsinkomensquote staat al jaren onder druk. De wil om in te schikken ten gunste van het bedrijfsleven, in het bijzonder grote multinationals, slinkt. Er zijn immers nog veel wensen op het terrein van onderwijs, politie, zorg, koopkracht enz.