Energiemonitor september – Energieprijzen in de lift

door: Hans van Cleef

  • Prijs CO2-emissierechten stijgt boven EUR 25/ton
  • Ook prijzen van gas, kolen – en daarmee elektriciteitsprijzen – nemen toe
  • De consument krijgt volgend jaar een hogere energierekening
120918-Energiemonitor-sept-NL.pdf (343 KB)
Download

 

Prijs CO2-emissierechten schiet door het dak

Gedurende de afgelopen weken is de prijs van CO2-emissierechten gestegen van nog geen acht euro per ton aan het begin van het jaar tot meer dan 25 euro. Dit is een stijging van meer dan 200%. Als gevolg van een herziening van het Europese Emissions Trading System (EU ETS) wordt het overaanbod aan emissierechten per 1 januari 2019 versneld uit de markt genomen onder de Market Stability Reserve (MSR)-wetgeving. Als gevolg van deze op handen zijnde besluitvorming vond de koers van deze emissierechten al steun, maar zeker na het daadwerkelijke besluit op 8 april is de prijsstijging in een stroomversnelling terecht gekomen (zie grafiek). Het lijkt alsof bedrijven die onder het ETS vallen steeds meer anticiperen op een prijsstijging en daarom hun toekomstige CO2-uitstoot versneld proberen te hedgen. Het valt niet uit te sluiten dat een deel van de prijsstijging te verklaren valt door marktspeculatie, en dat mede daarom een tijdelijke neerwaartse correctie mogelijk is. Maar gezien het beleid van de Europese Commissie verwachten wij dat de opgaande prijstrend de komende jaren zal aanhouden.

Het EU ETS is het middel waarmee de Europese Unie haar ambitie en – sinds het ondertekenen van het Klimaatakkoord in Parijs – haar plicht wil realiseren om CO2-emissies als gevolg van menselijk handelen terug te dringen. Het systeem werkt volgens het zogenaamde cap-and-trade mechanisme. Er wordt een steeds kleinere hoeveelheid emissierechten uitgegeven die vrij verhandeld mag worden. Vanaf 2021 zal er ieder jaar 2,2% minder rechten op de markt komen. Het idee daarachter is dat bedrijven die minder snel kunnen verduurzamen, tegen een steeds hogere prijs rechten moeten opkopen en daarmee zichzelf uit de markt zullen prijzen. Een kolencentrale stoot bijvoorbeeld veel meer CO2 uit dan een gascentrale, en al helemaal ten opzichte van een windpark. Naast het feit dat kolen duurder zijn, zal een kolencentrale tegen een steeds hogere prijs emissierechten moeten opkopen om te kunnen blijven opereren. Dit zullen ze doen tot het moment dat het te duur wordt omdat andere energiebronnen als gevolg van marktwerking voorrang zullen krijgen in de zogenaamde ‘merit-order[1].

Het EU ETS geldt voor de energie-intensieve sectoren zoals bijvoorbeeld olieraffinaderijen, staalbewerkers, producenten van cement, glas, papier, en de civiele luchtvaart. Dit zijn zo’n 11.000 elektriciteitscentrales en industriële fabrieken in de 28 landen van de EU plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Daarnaast vallen ook luchtvaartactiviteiten binnen deze landen onder de regeling. In totaal valt zo’n 45% van de totale broeikasgasemissies in deze landen onder het EU ETS. De besluitvorming van afgelopen zomer heeft betrekking op de periode 2021-2030 en zal nog meer steun geven aan de ambitie van de Europese Commissie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

Een veel gemaakte vergissing is dat men een hoge prijs voor het EU ETS als doel stelt. Het EU ETS is en blijft een middel om uitstoot van broeikasgassen te reduceren. In de ultieme situatie is de prijs zelfs nul; er zal dan immers geen vraag naar CO2-emissierechten meer nodig zijn omdat alles dan al is verduurzaamd. Een (dreiging van een) hogere prijs helpt de verduurzaming van de intensieve industrie, maar kan desalniettemin nooit het doel zijn.

Ook andere energieprijzen zitten flink in de lift

Naast de prijs van CO2-emissierechten zitten ook andere energieprijzen – en in het verlengde daarvan de elektriciteitsprijs – in de lift. Zo is bijvoorbeeld de prijs van gas in Europa flink gestegen. De prijsstijging was mede het gevolg van seizoenvraag naar elektriciteit als gevolg van de warme zomer (airco’s) en inmiddels neemt de vraag naar gas ten behoeve van verwarming ook weer toe. Tot slot is de prijs van gas aanzienlijk gestegen in de afgelopen weken door een stijgende vraag voor het vullen van de gasopslag voor de winter. Voor het opwekken van elektriciteit wordt deze gasprijsstijging gesteund door de hogere prijs van CO2-emissierechten. Ook bij kolen –nog steeds een belangrijk deel van onze elektriciteitsmix – zet de stijgende prijstrend door als gevolg van een aanhoudend groeiende vraag en het positieve sentiment op de energiemarkten.

De prijs voor elektriciteit gaat daardoor ook hard omhoog

De prijs voor elektriciteit (baseload, kalenderjaar 2019) is gestegen tot EUR 63/MWh. Ter vergelijking, in de eerste helft van 2016 was de prijs nog EUR 25/MWh en in februari van dit jaar minder dan EUR 37/MWh. De hoge prijs voor CO2-rechten en de hogere gas- en kolenprijs zorgen voor steun voor de elektriciteitsprijzen. Ook de prijs van kalenderjaren die verder in de toekomst liggen, zijn aanzienlijk gestegen. Naast de hogere grondstofprijzen zien we ook een grotere buitenlandse vraag naar elektriciteit. Bijvoorbeeld export naar België. Mede door het uitvallen van kerncentrales in België als gevolg van technische aspecten zoals groot onderhoud en een gebrek aan koelwater (door de lage waterstand in de rivieren) bij kerncentrales is deze toegenomen vraag naar Nederlandse elektriciteit een prijsopdrijvende factor.

De consument zal dit gaan merken

De energierekening van een gemiddeld Nederlands huishouden zal volgend jaar stijgen. Dit heeft diverse oorzaken. Zoals hierboven beschreven zal de grondstofprijs voor gas en elektriciteit toenemen. Het is uiteraard nog niet mogelijk om te zeggen met hoeveel precies. Indien je de prijs niet voor een langere periode hebt vastgezet, zal dit terugkomen op de energierekening. Naast hogere grondstofprijzen zullen ook de belastingen verder toenemen. De Opslag voor Duurzame Energiebronnen zal voor huishoudens gaan stijgen met EUR 133 per jaar in 2019 en zal oplopen tot zo’n EUR 230 in 2023. Dit is nodig om de subsidie voor duurzame energieprojecten (SDE+) te kunnen financieren. De andere helft van de financieringslast komt bij het bedrijfsleven te liggen. Deze lastenverzwaring is het gevolg van afspraken uit het energieakkoord van 2013. De extra lasten als gevolg van het aanstaande Klimaatakkoord zijn hierin niet meegenomen.

 

[1] Een merit-order is een gerangschikte lijst van beschikbare energiebronnen waarmee op basis van de stijgende prijs de benodigde hoeveelheid energie worden gegenereerd.