Zó verbetert Nederland zijn magere positie in de Logistic Performance Index

door: Bart Banning

De Logistic Performance Index is een tweejaarlijkse wereldwijde benchmark voor de concurrentiepositie van de logistieke sector. In 2018 continueert Duitsland zijn nummer één positie. België stijgt van de zesde naar een derde plaats. Nederland daarentegen is van de vierde naar de zesde plaats gezakt ten opzichte van 2016. Dat is helemaal mager ten opzichte van onze ‘all time high’, een tweede plaats in 2014. Is de LPI slechts een van de vele indexen? Of moet Nederland zich serieus zorgen maken? In deze blog presenteer ik drie troeven die de Nederlandse logistieke sector moet uitspelen om weer tot de absolute internationale top 3 te behoren.

De publicatie van de LPI 2018 heeft in Nederland geleid tot verdeelde reacties. Om er een paar te noemen: we zijn kwetsbaar, en moeten scherper aan de wind varen. Sommigen refereren daarentegen juist aan andere rankings waarin Nederland beter scoort.

Is de LPI slechts ‘just another ranking’? Zeker niet, de LPI is een te belangrijke index om de resultaten ervan te bagatelliseren. Weliswaar zijn de verschillen klein, maar de trend van de laatste drie LPI-rankings is ontegenzeggelijk neerwaarts gericht. En dat staat haaks op de ambitie van de Topsector Logistiek: in 2020 een internationale logistieke toppositie innemen in ketenregie en in de afwikkeling van goederenstromen. Daarnaast wil de Topsector dat Nederland in 2020 wereldwijd bekendstaat als land met een aantrekkelijk innovatie- en vestigingsklimaat.

De LPI 2018 maakt ons alert op een aantal concrete pijnpunten. De voorsprong op douanegebied, toch jarenlang ons paradepaardje in vergelijking met het buitenland, lijkt te zijn ingeleverd. Overigens investeert de Nederlandse douane momenteel veel in mensen en IT. De resultaten hiervan moeten we gaan terugzien in de volgende index. Ook op het vlak van internationale zendingen lijkt Nederland zich minder goed te ontwikkelen dan de landen om ons heen.

Bij logistiek draait alles om capaciteit en efficiency. Verbetering van onze positie op het gebied van douane en internationale zendingen zijn een serieus attentiepunt. Beiden raken de positie van logistiek Nederland op import en -exportlading. Het zijn bovendien belangrijke criteria voor internationale verladers om zich op het Europese vasteland te vestigen. De te verwachten enorme groei van cross-border- e commerce-volumes versterkt dit belang.

De wake-up call van LPI 2018 geeft weinig tijd, want de eerstvolgende LPI komt in 2020 uit. En, zoals gezegd, is dat de peildatum voor de ambities van de Topsector Logistiek.

Ik ben echter positief. De verschillen tussen de landen zijn klein, en het fundament van de Nederlandse logistiek staat er. Tijd om onze troeven uit te spelen. Dat zijn de volgende.

1. Gebruik de organisatiekracht van Nederland als ‘dorp van Europa’
Ik noem Nederland gekscherend wel eens ‘het dorp van Europa’ op logistiek gebied. Op een relatief klein oppervlak beschikt Nederland vermoedelijk over het hoogste aantal logistieke professionals per vierkante kilometer van Europa. En we zijn goed georganiseerd, waarvan drie voorbeelden.
Ten eerste geeft de strategische agenda van de Topsector Logistiek richting én focus op concrete thema’s. Ook biedt het cross-overs naar andere sectoren die afhankelijk zijn van een soepele logistieke operatie. Daarnaast worden vanuit het Topinstituut Dinalog logistieke kennisinitiatieven in samenwerking met onderwijs, overheid en bedrijfsleven in gang gezet. In mijn ogen twee belangrijke instituten die de afgelopen jaren van grote betekenis zijn geweest voor de logistieke sector. Als derde noem ik de intensieve connectie tussen brancheverenigingen en hun leden, en belangrijke instanties als Nederland Distributieland en het Netherlands Foreign Investment Agency. Wij hebben geen gedoe over tweetaligheid en cultuurverschillen of een enorm geografisch gebied als Duitsland of Frankrijk. Laat staan de totaal onzekere positionering van Engeland in hun gang richting de Brexit.

2. Zet de deur open voor start-ups
De samenwerking met start-ups moet nog veel intensiever. Zij brengen creatieve oplossingen vanuit een nieuw perspectief. Ze realiseren op het eerste gezicht vrij ‘simpele’, maar erg waardevolle innovaties. Ik noem namen als Stockspots, Flexport, Synple en Shypple.
Daarnaast bieden start-ups ook cross-sectorale innovatie. Ze maken een koppeling met technologie en digitalisering. Dat is belangrijk omdat onze open economie vraagt om slimme en veel meer data gedreven logistiek. Anderzijds biedt samenwerking met bestaande bedrijven start-ups versnelling in de praktische toepassing van hun ideeën. De ambitie van het Havenbedrijf Rotterdam om de slimste haven ter wereld te worden is gebouwd op innovatie. Tijdens de Shakedown PortXL zijn diverse start-ups gekoppeld aan bedrijven. De Haven van Amsterdam geeft start-ups de mogelijkheid hun creativiteit te delen en in samenwerking verder te ontwikkelen. Dit zijn slechts twee van de ongetwijfeld vele initiatieven die er zijn.
De positie van Logistiek Nederland ligt niet in handen van start-ups alleen. Maar hun aanpak, creativiteit en daadkracht geven ons op deelterreinen wel net die versnelling in innovatie die nu nodig is.

3. Wees kritischer op het resultaat van samenwerken
Nederland is top in logistiek, is een veelgehoorde term. Maar we zijn niet onaantastbaar. We moeten iedere dag hard werken om een stukje te kunnen opschuiven richting het ideale logistieke plaatje. Samenwerking is – juist in de logistieke sector vanwege de ketenpositie – dé route naar succes. De valkuil is dat er (te) veel wordt gepraat, ook vanuit een eigen agenda, waardoor de aandacht voor het eindresultaat verslapt. Herkenbaar? We moeten nog kritischer op onszelf zijn om de noodzakelijke innovatiecultuur, het vermogen om te innoveren, met oog voor resultaat, ook echt in ons bedrijf ‘binnen’ te laten.

Zonder de LPI als enige en belangrijkste index te benoemen, vind ik dat deze uitslag voor Nederland de aanzet moet zijn tot aanscherping. Een hogere ranking in 2020 is nodig als bewijs dat de neerwaartse trend is gekeerd. Dat geeft ons een prima uitgangspositie en nieuwe energie voor de jaren die volgen.