Macro Weekly – Verschil in vertrouwen

door: Han de Jong

  • Naar boven bijgestelde spaarquote VS impliceert verder economisch potentieel
  • Amerikaanse economie blijft maar doordenderen
  • Ondernemersvertrouwen in eurozone lijkt aan de beterende hand te zijn
  • Azië lijkt het slachtoffer van het handelsconflict te worden
180806-Macro-Weekly-1.pdf (252 KB)
Download

Vorig jaar waren Europa en Azië de snelst groeiende regio’s en bleef de VS wat achter. Dit jaar ziet het plaatje er anders uit. Het vertrouwen daalde begin dit jaar plotseling in Europa en Azië. Alarmerend was dit niet, want het vertrouwen bevond zich op het hoogste punt sinds jaren en in sommige gevallen zelfs sinds tientallen jaren. Het was wel een signaal dat de feitelijke economische groei vermoedelijk zou vertragen. En dat gebeurde ook. Het is niet helemaal duidelijk waarom het vertrouwen afzwakte en de groei vertraagde, maar de oorzaak moet vermoedelijk worden gezocht in een combinatie van factoren. Daarbovenop komen dan nog de handelsfricties, met de Amerikaanse president Trump als aanjager. Het ziet er nu naar uit dat het vertrouwen de laatste tijd hierdoor sterk is beïnvloed. De Aziatische en Europese economieën hebben een opener karakter en zijn dus sterker afhankelijk van de handel. Het is misschien dan ook niet meer dan logisch dat in deze economieën het ondernemersvertrouwen sterker is aangetast door de handelsfricties. Tegelijkertijd wordt dit jaar en volgend jaar de economische bedrijvigheid in de VS sterker dan in andere landen gesteund door belastingverlagingen en -hervormingen en hogere overheidsuitgaven.

Spaarquote VS fors naar boven bijgesteld (vooral voor 2017)

De geannualiseerde groei van de Amerikaanse economie versnelde van 2,2% in het eerste kwartaal naar 4,1% in het tweede kwartaal. De groei kende een vrij breed draagvlak, hoewel volgens sommigen de uitvoer van sojabonen naar China uitzonderlijk sterk toenam omdat Chinese importeurs nog een slag wilden slaan voordat de invoerheffingen van kracht zouden worden. Het meest opmerkelijk in de bbp-cijfers vond ik de herziene particuliere spaarquote voor eerdere jaren: met gemiddeld 1,5 procentpunt naar gemiddeld 7,5% voor de periode 2012 – 2015 en van 4,9% naar 6,7% voor 2016. De verhoging voor 2017 is zelfs spectaculair te noemen: met 3,3 procentpunt van oorspronkelijk 3,4% naar de nu geraamde 6,7%. Uit meer gedetailleerde informatie blijkt dat dit vooral voortvloeit uit hogere ramingen voor het persoonlijk inkomen. Dat deze cijfers naar boven worden bijgesteld, is niet ongebruikelijk, maar deze keer zijn de bijstellingen wel fors. Een fors hogere spaarquote is heel belangrijk. Tot dan toe schetsten de cijfers het beeld dat de consument geld uitgaf dat hij eigenlijk moest sparen. In dat geval zou een omslag op enig moment onvermijdelijk zijn. De daling van de spaarquote vormde dan ook een signaal dat de groei van de consumptieve bestedingen aan het plafond zat. Volgens de herziene cijfers is de lagere spaarquote waarover analisten zich zorgen maakten, er nooit gekomen. Dit impliceert dat de consumptieve bestedingen nog niet het plafond hebben bereikt. Het groeipotentieel van de Amerikaanse economie is dus verbeterd.

De indicatoren van het Amerikaanse ondernemersvertrouwen laten recent een nogal wisselend, maar in het algemeen sterk beeld zien. De ISM Index voor de verwerkende industrie is gedaald van 60,2 in juni naar 58,1 in juli, maar is nog steeds robuust. De Chicago PMI verbeterde nog iets verder van een toch al hoge 64,1 naar 65,5. In juli kwamen er 157.000 nieuwe banen bij. Dit is iets minder dan verwacht, maar de cijfers voor de twee voorgaande maanden zijn verhoogd met in totaal 59.000. De werkloosheid is afgenomen van 4,0% naar 3,9%. Desondanks blijft de loondruk gematigd. Het gemiddelde uurloon steeg met 0,3% m-o-m (na 0,1% in juni) en bleef gelijk op 2,7% j-o-j.

Ondernemersvertrouwen in eurozone is aan beterende hand

De index van de Europese Commissie voor het economisch sentiment is in juli iets verder teruggelopen van 112,3 in juni naar 112,1. Toch lijkt het laagtepunt te zijn bereikt. Hetzelfde geldt voor de Duitse PMI voor de verwerkende industrie: na een extreem hoge stand van 63,3 in december 2017 daalde deze indicator zes maanden op rij om vervolgens te stijgen van 55,9 in juni naar 56,9 in juli. Deze cijfers duiden op een robuuste groei.

De voorlopige inflatiecijfers voor juli laten een verdere lichte versnelling zien: de totale inflatie van 2,0% j-o-j in juni naar 2,1% en de kerninflatie van 0,9% j-o-j in juni naar 1,1%. Dit zal de ECB sterken in haar overtuiging dat zij met de vermindering en de spoedige stopzetting van de obligatieaankopen de juiste koers vaart. Gegeven de nog onbenutte capaciteit op de arbeidsmarkt in de eurozone zijn we er minder van overtuigd dat de inflatie verder aantrekt.

Azië is de vreemde eend in de bijt

Omdat de Amerikaanse macrocijfers robuust blijven en het ondernemersvertrouwen in de eurozone het laagtepunt lijkt te hebben bereikt, zou je verwachten dat in Azië het licht ook op groen staat. Volgens de laatste vertrouwensindices laat Azië het echter afweten. In China waren de officiële PMI’s en die van Caixin in juli zwakker voor zowel de verwerkende industrie als de dienstensector. De terugval was niet groot, maar het feit dat ze allemaal daalden, was opmerkelijk. De PMI’s voor de verwerkende industrie in Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore waren in juli eveneens lager. In Zuid-Korea en Taiwan daalde de index ruim een vol procentpunt. De cijfers voor de industriële productie in Zuid-Korea waren ook zwak: -0,6% m-o-m en -0,4% j-o-j. In Japan was de daling van de industriële productie nog sterker: -2,1% m-o-m en -1,2% j-o-j. Zuid-Korea meldde wel een lichte verbetering van de exportprestatie: +6,2% j-o-j na -0,2% in juni. Er kan ruis zitten in de maandcijfers, maar het algemene beeld is niet bemoedigend.

Het is niet helemaal duidelijk waarom de cijfers in Azië zwakker zijn dan elders. Het is verleidelijk om de handelsfricties de schuld te geven. Niet alleen zijn de Aziatische economieën sterker dan de meeste andere economieën afhankelijk van de handel, ze zijn zeer gevoelig voor protectionistische maatregelen van de VS. We houden dan ook vast aan onze visie dat de handelsfricties voor veel ongemak zorgen, maar dat ze de wereldeconomie niet in een recessie storten, tenzij de situatie veel verder escaleert. Dat neemt niet weg dat de handelsfricties onmiskenbaar een negatieve uitwerking hebben op de wereldwijde economische bedrijvigheid.