‘Robots in voedingsmiddelenindustrie zijn straks niet meer weg te denken’

door: Rob Morren

‘Door de voortschrijdende digitale revolutie en met hulp van mooie businesscases is het ons in 2015 gelukt een robot te verkopen die volautomatisch de kern verwijdert van kroppen ijsbergsla. De machine doet dit in een tempo van twee seconde per krop, oftewel: 900 kilo per uur. En, niet onbelangrijk: die robot vervangt tien mensen, en verdiende in Zwitserland in zeven maanden tijd zijn eigen investering terug. In Nederland duurt het iets langer, hier liggen de lonen wat lager.’ Vertelt Richard van der Linde, founder van Lacquey Een bedrijf van acht Delftse robotexperts, dat in februari 2015 werd overgenomen door FTNON, een machinebouwer voor de voedingsmiddelenindustrie.

‘Wat onze robots kunnen, ontkernen van sla en kool, kon technisch gezien tien jaar geleden ook al, maar dan had je wel een computer van honderdduizend euro op de werkvloer staan. Dat was markttechnisch geen kloppend verhaal, zo groot zijn de marges in de voedingsmiddelenindustrie namelijk niet.’

Slimmer dan robots in auto-industrie

De eerste robot verkochten we in 2015. Daar zijn uiteraard spannende avonturiersjaren van ontwikkeling aan vooraf gegaan, vertelt Van der Linde, terwijl we door de werkplaats van de vestiging in Delft lopen, uiteraard niet voor niets vlakbij de TU Delft, waar Richard zijn wortels heeft. ‘Die robots die we uit de auto-industrie kennen, zitten technisch heel knap in elkaar, maar die van ons doen veel ingewikkelder werk. Ga maar na: de maatvoering van elk auto-onderdeel is tot op de honderdste millimeter bekend en kan worden ingevoerd in de software. Een slakrop heeft nooit exact dezelfde afmetingen. Als die natuurproducten op de lopende band komen aan rollen, maakt de robot met zes camera’s van iedere krop een 3D-beeld, dat razendsnel door software wordt verwerkt om de sla of de kool nagenoeg perfect richting de automatische ontkerner te kunnen sturen. Iedere krop sla wordt precies zó voor de drie taps toelopende messen geplaatst, dat na de ingreep 96% van de bruikbare sla overblijft. Die minimale verspilling is door mensenhanden niet te evenaren. De hoeveelheid data die de robot produceert is duizelingwekkend: een halve terrabyte per etmaal.’

Nederland heeft meeste kennis

Wat betreft kennis loopt Nederland in zijn sector voorop, vertelt Richard. Dat komt door de combinatie van een grote primaire agrarische sector en  vooraanstaande universiteiten in Delft, Eindhoven en Wageningen. Maar voor het tempo van opschalen kijkt Richard van der Linde met een jaloers oog naar Amerika. Daar kan een klein bedrijf dat een prototype robot op de markt brengt, in een eerste rondje € 3 miljoen kapitaal ophalen en niet lang daarna nog eens € 17 miljoen. Dat lukt niet in Nederland. ‘Daarnaast is de voedingsmiddelenindustrie hier redelijk conservatief en loopt niet voorop met dit soort innovaties. Het kost gewoon tijd.’

Knellende arbeidsmarkt

Momenteel is de grootste driver voor groei de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. ‘De hele dag in vier graden Celsius, in grote luchtvochtigheid de kernen uit kolen snijden, is fysiek zwaar werk. Het is steeds moeilijker daar mensen voor te vinden. Terwijl de markt van voorgesneden groenteproducten jaarlijks bijna verdubbelt. Robotisering kan het gebrek aan arbeidskrachten deels oplossen.

De introductie van de robot op de werkvloer is niet altijd gemakkelijk. We bespeuren soms weerstand van mensen die bang zijn hun broodwinning te verliezen. Als de robot geïntroduceerd wordt op de vloer, vindt in het begin soms zelfs obstructie plaats. Maar ik kan die mensen op het hart drukken dat hun banen voorlopig niet verloren gaan. Om de productiegroei bij te benen, zou in de toekomst miljoenen mensen op de werkvloer vergen. Dat is niet houdbaar, en dus zijn robots pure noodzaak. Na een eerste maand scepsis op de werkvloer, zie je werknemers het werken met robots omarmen. Ik heb iemand horen zeggen: ik ben blij dat mijn kinderen niet hetzelfde werk als ik hoeven te doen.’

Robots vervangen mensenhanden

Richard van der Linde weet zeker dat over een jaar of tien de robot de meeste mensenhanden voor eentonig werk heeft vervangen. Dus is zijn advies aan de voedingsmiddelenindustrie om robotisering nu al te omarmen, en om op de werkvloer méér voorlichting te geven over automatisering. ‘Mensen kunnen hun angsten overwinnen door kennis van robots. De frontrunners in de sector zorgen ervoor dat de mensen in hun technische dienst jong zijn, affiniteit hebben met robotica, en bijvoorbeeld automatiseringservaring hebben opgedaan in de auto-industrie. Begin daarmee.’

Verticale, digitale ketens in food

Richard van der Linde ziet nog een belangrijke trend die robotisering met zich meebrengt: digitalisering. ‘Nu is de markt nog zo georganiseerd dat boeren produceren en er daarna pas naar de vraag gekeken wordt. Dat kun je met genoeg data en digitaal gestuurd, precies andersom doen. Onze robots kunnen de data produceren die nodig is. Dan zeg je; wat is er nodig, en hoe gaan we dat produceren? Het zou de enorme verspilling, van nu 45%, drastisch kunnen verlagen. Zó werken zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de opgave om in 2050 tien miljard mensen te voeden.’

 

tekst: Joep Auwerda