Latijns-Amerika Focus – Herstel hapert

door: Marijke Zewuster

  • Politieke onzekerheid remt groei investeringen
  • Hogere rente op internationale kapitaalmarkt en sterke USD zetten lokale munten onder druk
  • Geen ruimte voor verdere monetaire versoepeling
  • Groeiramingen voor Argentinie, Brazilie en Mexico verlaagd
  • Vooruitzichten gunstigst voor Chili en Peru
180712-Latijns-Amerika-Focus.pdf (125 KB)
Download

Tegenwind speelt regio parten

Normalisatie van het monetair beleid in de VS, angst voor oplaaiend protectionisme en (geo)politieke spanningen zorgen de afgelopen maanden voor veel turbulentie in opkomende markten. Munten in opkomende markten stonden onder druk en dat gold ook voor Latijns-Amerika. De sterkere dollar had daarnaast een drukkend effect op de grondstofprijzen, wat in het nadeel is van de nog altijd sterk op de uitvoer van grondstoffen geënte economie van Latijns-Amerika. Daarnaast vormen in een groot deel van de regio politieke onzekerheid en structurele onevenwichtigheden een hindernis.

Zolang de mondiale omstandigheden gunstig waren, waren de onderliggende problemen in Latijns-Amerika minder voelbaar. Nu echter door angst voor oplopende rentes op de internationale kapitaalmarkt en toenemende angst voor protectionisme het tij iets lijkt te keren, is het risico groot dat met name in Argentinië, Brazilië en Mexico de groei eerder dan verwacht afvlakt. De ruimte voor stimulerend economisch beleid is bovendien in alle drie deze landen verder afgenomen. Op grond hiervan hebben we onze groeiraming voor Brazilië neerwaarts aangepast van 2,5% naar 1,5% in 2018, voor Argentinië van 3,5% naar 1% en voor Mexico van 2,5% naar 2%. De groeivooruitzichten blijven het gunstigst voor Chili en Peru met een groeiraming voor dit jaar van 3,5%, maar ook in Colombia trekt de groei geleidelijk weer aan. Dat juist deze landen het goed doen, is niet verwonderlijk. Sinds de jaren negentig is de economische structuur in alle drie de landen verbeterd. Dit heeft geresulteerd in een veel hogere gemiddelde jaarlijkse groei dan in Argentinië, Brazilië en Mexico.

Economische groei zwakt opnieuw af in Brazilië

In Brazilië nam het toch al lage groeitempo af van 2,1% j-o-j in het vierde kwartaal van 2017 tot 1,2% in het eerste kwartaal van 2018. Deze daling was vooral het gevolg van een verdere krimp van de overheidsbestedingen en een sterkere negatieve bijdrage van de handel met het buitenland. De particuliere consumptie blijft uitbundig. De investeringen trekken aan, maar blijven erg zwak.

  

Indicatoren voor april laten nog een groeiversnelling zien. De industriële productie lag in april maar liefst 8,9% hoger dan een jaar eerder en het maandelijkse BBP-cijfer nam toe van -0,6% j-o-j in maart tot 3,7% in april. Dit was het hoogste groeicijfer sinds begin 2014. Het 12-maands voortschrijdend gemiddelde steeg hierdoor van 1,1% in maart naar 1,5% in april. Wij denken niet dat deze groeiversnelling doorzet. Investeerders blijven ondanks de historisch lage rente uitermate terughoudend. Niet alleen de onzekerheid over wie in oktober tot president wordt gekozen, speelt daarbij een rol, maar ook de trage vorderingen op het gebied van economische hervormingen. Verder heeft sociale onrust, zoals een omvangrijke staking in mei van vrachtwagenchauffeurs, in toenemende mate een negatieve uitwerking op de groei.

Herstel Argentinië in de kiem gesmoord

Met een groei van 3,6% j-o-j in het eerste kwartaal behoorde Argentinië tot één van de snelste groeiers in de regio. De vooruitzichten voor Argentinië zijn echter nog een stuk minder rooskleurig dan voor Brazilië. Net als in Brazilië is de situatie van de overheidsfinanciën zorgwekkend. Maar waar Brazilië kan bogen op een gezonde externe positie, kampt Argentinië met een aanzienlijk tekort op de lopende rekening en een – in verhouding tot hun dollarinkomsten – omvangrijke buitenlandse schuld. Daarnaast lukt het de monetaire autoriteiten niet om de inflatie onder controle te krijgen. Dit alles maakt dat Argentinië, samen met Turkije behoort tot de landen die wij het meest kwetsbaar achten voor een rentestijging op de internationale kapitaalmarkt bij een toename van de risicoaversie. Dit was ook zichtbaar in de forse depreciatie van de munt in de afgelopen periode. De rust keerde pas enigszins terug nadat de rente fors was verhoogd, er met het IMF een omvangrijke Standby Agreement was afgesloten en het economische team was vervangen.

  

Recessie in Argentinië lijkt onvermijdelijk

Op grond van een veel restrictiever monetair en overheidsbeleid dan we eerst hadden voorzien, verwachten we dat de economie in ieder geval in de laatste twee kwartalen weer een krimp zal laten zien. Wij hebben onze groeiraming voor 2018 inmiddels verder verlaagd naar 1%. De vooruitzichten voor 2019 zijn erg onzeker, en voorlopig gaan we ervan uit dat de groei geleidelijk aantrekt maar uiterst mager blijft. Wat niet meehelpt, is dat de volgende presidentsverkiezingen alweer in oktober 2019 plaatsvinden. Het is nog te ver weg om een zinnige voorspelling te kunnen doen, maar duidelijk is wel dat de huidige regering van president Macri na een voorspoedige start inmiddels veel van zijn glans is verloren. Er was al veel sociale onrust, wat zich onder meer vertaalde in stakingen en protesten. Na het akkoord met het uitermate onpopulaire IMF is de onrust verder toegenomen. Dit alles is niet bevorderlijk voor het investeringsklimaat. De forse investeringsimpuls die we dit jaar hadden verwachten lijkt dan ook uit te blijven. Tegelijkertijd krijgt de particuliere consumptie door de torenhoge inflatie een flinke knauw en loopt de uitvoer terug door de minder sterke groei in Brazilië.

Onzekerheid duurt voort in Mexico

Mexico is 1 juli naar de stembus gegaan. Met ruime meerderheid is de linkse Andrés-Manuel López-Obrador, afgekort AMLO, van de Morena partij, gekozen tot president. López-Obrador zal op 1 januari het stokje overnemen van de huidige president Peña Nieto van de PRI. AMLO’s uitspraken tijdens de campagne over terugdraaien van de hervormingen, waaronder die van de energiesector, heeft het investeringsklimaat geen goed gedaan. Door de verkiezingsretoriek is het beeld opgeroepen dat Mexico een tweede Venezuela wordt. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat gezien het ongunstigere mondiale klimaat er een voorzichtig economisch beleid zal worden gevoerd. Maar de onzekerheid blijft vooralsnog groot. Zo is de zetelverdeling nog niet definitief. De coalitie die de nieuwe president steunde “Juntos Haremos Historia” (samen zullen we geschiedenis maken) heeft weliswaar een ruime absolute meerderheid, maar lijkt in het parlement rond de 30 zetels tekort te komen voor de tweederde meerderheid die nodig is om grondwetswijzigingen te kunnen doorvoeren. Verder is ook de toekomst van het vrijhandelsverdrag NAFTA nog altijd niet duidelijk. Mexico is bovendien als gevolg van de sterke economische banden met de VS, meer dan andere landen gevoelig voor renteverhogingen door de Fed. Daar staat tegenover dat Mexico ook meer dan andere landen van de nog altijd sterke groei in de VS profiteert. We hebben de groeiraming daarom wel iets neerwaarts aangepast, maar de vooruitzichten lijken minder somber dan voor Argentinië en Brazilië.

  

Chili en Peru blijven in de kopgroep, vooruitzichten Colombia verbetert

In het eerste kwartaal trok de BBP-groei in Chili, Colombia en Peru mede dankzij gunstigere prijzen voor hun belangrijkste grondstoffen sterk aan. Ook is de politieke onzekerheid in alle drie de landen afgenomen. Met name voor Chili geldt dat het politieke klimaat ondernemingsvriendelijker is geworden. Onder de voormalige socialistische president Bachelet hebben de investeringen meer aan groei ingeboet dan alleen op grond van de lagere koperprijs was te verwachten. De verkiezingsoverwinning in Chili eind vorig jaar van de centrumrechtse coalitie onder leiding van Piñera gaf zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen een impuls en maakte dat veel uitgestelde investeringen alsnog plaatsvonden. In Peru lijkt na het aftreden onlangs van president Kuczynski de politieke rust te zijn weergekeerd. Kuczynski was beschuldigd van betrokkenheid bij een corruptieschandaal rond de Braziliaanse firma Odebrecht en trad zelf af om afzetting te voorkomen.

In Colombia zijn in mei de presidentsverkiezingen in het voordeel van de conservatieve Ivan Duque beslist. Op 7 augustus vindt de overdracht plaats. Hij nam het in de tweede ronde op tegen de Gustavo Petro, voormalig burgemeester van Bogota en leider van de linkse coalitie Colombia Humana. Het was overigens een unicum in Colombia dat een linkse kandidaat de tweede ronde haalde. Een gunstigere olieprijs en de overwinning van centrumrechts zal ook hier de investeringen een impuls geven, maar een relatief hoge overheidsschuld heeft een remmende werking op de groei. Deze zal naar verwachting blijven steken op 2,5%. Chili en Peru daarentegen hebben dankzij een lage overheidsschuld en lage inflatie ruimte voor voortzetting van een accomoderend economisch beleid. Voor Chili en Peru verwachten we dan ook voor 2018 een groei van 3,5%, na een groei van respectievelijk 1,5% en 2,5% in 2017.