Klantverhaal: Jeroen Bosch Ziekenhuis digitaal actief

door: Anja van Balen

Binnen vijf tot tien jaar is de kostenstijging in de Nederlandse zorg beteugeld doordat een deel van de zorg niet meer in het ziekenhuis plaatsvindt. Voornamelijk doordat mensen slim gebruik gaan maken van informatietechnologie. De burger is de baas geworden over zijn eigen medische dossier en geeft partijen die hem gezond kunnen houden toegang tot zijn medische data. Artsen zijn verlost van administratieve rompslomp en maken gebruik van efficiënt werkende, online, klantvriendelijke gezondheidscoaches. Wishfull thinking? Een reëel perspectief als het aan het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) in Den Bosch ligt.

Digitalisering van de zorg staat hoog op de agenda bij JBZ. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van een eigen patiëntportaal, diverse zorgapps en experimenten met videoconsulten. Achter de schermen is het JBZ een van de ziekenhuizen die veel ideeën en feedback levert aan Chipsoft om de registratie te standaardiseren en aan Medmij op het gebied van gegevensuitwisseling. Een vlekkeloze data-uitwisseling tussen zorgaanbieder en zorgconsument is het uiteindelijke doel.

Toeval en visie

Hoe komt het dat het JBZ een rol wil spelen als het gaat om digitale innovatie? Het is een combinatie van toeval en visie, zo vertellen raad van bestuurslid Marcel Visser en hoofd van de medische ict-afdeling Guido Zonneveld. “We hebben het geluk dat we al een fusie achter de rug hebben, nieuwbouw hebben gerealiseerd, succesvol een EPD hebben ingevoerd en de JCI accreditatie voor kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg hebben behaald”, aldus Visser. “We hebben dus een solide basis en dat maakt dat wij onze aandacht op de technologische innovatie kunnen richten. Doel daarbij is voornamelijk mensen zoveel mogelijk regie over hun eigen gezondheid te geven. Want daar draait het uiteindelijk om.”

Waarom is het bijvoorbeeld banken en telecombedrijven wel gelukt om hun doorlooptijden te versnellen en ziekenhuizen nog niet? Visser: “In onze sector zijn de investeringen primair gericht op het gezond houden en maken van mensen. Het efficiënter maken van ons contact met nieuwe technologie heeft minder prioriteit gehad.” Terwijl er al zoveel technisch mogelijk is. We krijgen meer en meer discussies hierover met patiënten. Ze pikken het steeds minder en dat is wat mij betreft een punt van aandacht, stelt Visser.”

2020: Digitaal en deelbaar

De wetgever schiet de burger nu te hulp. In 2020 moeten zorgconsumenten in staat zijn om hun gegevens elektronisch op te vragen en te beheren. De door de wet gestelde uitdaging is nu om alle medische gegevens digitaal en deelbaar te krijgen. “Er moeten dus in anderhalf jaar heel veel stappen worden genomen”, zo zegt Zonneveld. Het probleem dat moet worden opgelost, is drieledig. Veel automatisering is tot nu toe niet gericht op delen met de mensen buiten het ziekenhuis. En niet alle informatie die erin staat, is voor iedereen begrijpelijk. En om het delen van informatie –dataportabiliteit-  goed te laten werken, moet je voor veel ziektebeelden ook nog eens informatie van verschillende afdelingen en zorgverleners aan elkaar knopen. Lang niet alle informatie is op dit moment gestandaardiseerd.”

Hoe komt het JBZ dan toch tot concrete resultaten? Visser: “Je zult de zorgexperts op hun eigen gebied moeten overtuigen dat digitalisering niet alleen voor de klant, maar ook voor henzelf tal van voordelen biedt. Alleen dan gaat het werken. Het gebruik van technologie moet een logisch onderdeel worden van het dagelijkse werk. En dan bedoel ik naast medische technologie ook digitale communicatie met patiënten. Als je tot een gezamenlijke droom komt, komt het tot uitvoering. Gelukkig hebben de meeste JBZ’ers een gemeenschappelijk belang. Er is bijvoorbeeld geen specialist of verpleegkundige die liever met de administratie bezig is dan met patiënten.” De digitale vragenlijst in het patiëntportaal is zo’n concreet resultaat. Deze is ontwikkeld door de medici, verpleegkundigen en cliëntenraad. De patiënt vult de vragenlijsten in alle rust thuis in, zodat het in de spreekkamer alleen nog maar over de werkelijk belangrijke zaken gaat. Patiëntvriendelijk en een besparing van tijd en geld.”

Innovatie op twee niveaus

Omdat de ontwikkelingen op het gebied van de medische wetenschap en digitalisering razendsnel gaan, gelooft de raad van bestuur van het JBZ niet in vijfjarenplannen en één vaste manier van innoveren. Zonneveld: “We hebben twee ‘innovatie’trajecten. Het eerste pad is geplande innovatie. Op mijn kalender staan zo’n honderd reguliere innovatieprojecten die we als ziekenhuis uitvoeren. Vaak gaat het daarbij om capaciteitsmanagement; verbeteringen -meestal digitaal- waarbij we de ligduur verder verkorten, de bezettingsgraad verhogen en informatie-uitwisseling verbeteren. Daarnaast hebben we capaciteit vrijgemaakt voor incrementele innovatie ofwel ‘intelligent voortmodderen’ middels korte, scrum-achtige trajecten van dertig dagen te draaien. Dit doen we onder een aparte financiering, in wisselende samenstellingen en altijd met patiënten.”

Een voorbeeld van zo’n scrum-innovatie is de app die het JBZ bouwde voor zwangere vrouwen. “Zij bleken bijvoorbeeld als zij ongerust zijn behoefte te hebben om buiten reguliere ziekenhuistijden vragen te kunnen stellen aan zorgverleners die in het JBZ bij hun zwangerschap betrokken zijn. Dat kan nu via de app. Gemiddeld komt er slechts één vraag per nacht binnen. Maar het feit dat het kan, zorgt voor gemoedsrust. Ook de betrokken zorgverleners zijn enthousiast. Zij beheren de app ’s nachts bij toerbeurt”, aldus Zonneveld.

Nieuwe spelers

Door flexibel en proactief met digitalisering om te gaan, hoopt het JBZ straks klaar te zijn voor de komst van nieuwe, datagedreven, spelers op de zorgmarkt, zo zeggen Visser en Zonneveld. “We weten niet precies wie dat zullen zijn of wat mensen straks allemaal met hun data gaan doen”, zo stelt Visser, “maar het is goed voor te stellen dat je straks in het JBZ een CT-scan laat maken en dat sommige patiënten deze foto’s voor een gering bedrag laten analyseren door een gespecialiseerd bedrijf in de VS. En misschien willen mensen straks Google of Apple wel toestemming geven om hun medisch dossier te beheren en proactief gezondheidsadviezen te geven.”

Ziekenhuizen moeten niet bang zijn voor deze ontwikkelingen. “Hoe minder vaak wij hier mensen over de vloer krijgen, hoe beter het is. Voor iedereen. Wij werken actief samen met andere ziekenhuizen, bijvoorbeeld binnen het mProve verband (zie kader 2) om de technologische innovatie te versnellen. Daarbij gaat het er uiteindelijk om dat de mens van de toekomst zelf meer betrokken is, gezond en wel blijft en de best mogelijke zorg krijgt.”

Visie op innovatie in de zorg bij JBZ

1) Innovatie in een professionele organisatie slaagt alleen vanuit een gedeelde visie;

2) Maak alle stakeholders duidelijk dat ze er na digitalisering op vooruit gaan;

3) Er is niet één soort digitale innovatie. Verdeel je aandacht over top-down en bottom-up;

4) Door het digitaliseren van je werkprocessen verander je ook de fysieke organisatie;

4) Door te anticiperen houd je invloed op nationale digitaliseringsprocessen;

5) Deel je kennis met andere ziekenhuizen; open source!

mProve

Vijf ambitieuze middelgrote ziekenhuizen delen sinds 2017 hun best practices en resultaten met elkaar binnen het mProve verband. Ze werken samen aan projecten die ieder ziekenhuis afzonderlijk niet (direct) kan realiseren. Het Albert Schweitzer ziekenhuis (Dordrecht), Isala (Zwolle), Jeroen Bosch Ziekenhuis (’s-Hertogenbosch), Máxima Medisch Centrum (Veldhoven) en Rijnstate (Arnhem) willen daarmee voorop lopen in medische, technische en sociale innovaties. Samen zijn ze slimmer en sneller, zodat ze sterk kunnen blijven in de veranderende gezondheidszorg. Het doel: patiënten dagelijks merkbaar betere zorg bieden.